Ze praten alweer hardop over natuurijs

Marathonschaatser Ruud Borst won zaterdag in Amsterdam de Jaap Eden-trofee. Het was de eerste van negentien wedstrijden om de KNSB-cup. Hoe pril het schaatsseizoen ook is, vooral bij de Noordnederlanders lag er één woord op de lippen: 'natuuries'.

AMSTERDAM, 21 OKT. “Kom op Jenita, ze staan stil.” Langs de ijsbaan moedigt marathonschaatser Erik Hulzebosch zijn vriendin aan. Na een kwartier is ze aan de kopgroep ontsnapt. Terwijl achter hem de hoempapaband speelt, schreeuwt Hulzebosch zijn meisje over de Jaap Eden-baan toe hoe groot de voorsprong is. “Kom op, honderd meter.”

Maar Jenita Smit laat zich terugvallen naar het achtervolgende peloton. Van de vijftig ronden zijn er 23 afgelegd: de weg naar de finish is nog lang. Drie ronden voor het einde springt zus Gretha weg. “Deurtrekken”, roept Hulzebosch. De vluchtpoging faalt jammerlijk. Ook in de eindsprint trekken Gretha en Jenita aan het kortste eind. Terwijl winnares Jolanda Duivenvoorden felicitaties in ontvangst neemt, vertellen 'de Smitjes' vermoeid maar giechelend aan Hulzebosch wat er in de slotfase misging.

In tegenstelling tot tientallen andere marathonschaatsers loopt Hulzebosch er in zijn gewone kleren bij. Toch komt zijn naam, achter nummer 20, voor op de lijst van 'geselecteerde deelnemers kunstijs'. Waarom staat de man die zich vorig seizoen zo verheugde op een Elfstedentocht niet op het ijs maar met vrienden langs de baan? Hij grijpt naar zijn been en trekt een van pijn verwrongen gezicht. Hulzebosch, geboren om af te zien op natuurijs, kampt met een spierblessure en mist daarom de eerste wedstrijd om de KNSB-cup. Hij ligt er allerminst wakker van en warmt zich vlak voor de start van de A-rijders in café-restaurant De Skeeve Skaes aan een Beerenburg en een sigaret.

Binnen, onder een plafond waaraan honderden oude schaatsen hangen, en buiten, onder een heldere hemel en een halve maan, fantaseren rijders en toeschouwers al hardop over schaatsen op natuurijs. Laat de winter maar komen.

Enkele minuten voordat de A-rijders de eerste van hun honderd ronden op het kunstijs schaatsen, zoekt een radioverslaggever een man met pistool. “Ik moet het startschot opnemen”, zegt hij tegen de speaker. Even later legt hij een oorverdovende klap op zijn bandrecordertje vast.

Lange-baanrijder Bart Veldkamp schrijft de eerste ontsnapping van het competitieseizoen op zijn naam. De Nederlander in Belgische dienst is al jaren een verdienstelijk marathonschaatser. Zijn laatste overwinning in deze discipline dateert echter van november 1992, toen hij in Assen voor Evert van Benthem een aflevering in de strijd om de KNSB-cup won. Veldkamps koppositie op de Jaap Eden-baan is van korte duur. Hij wordt opgeslokt door het 77 man sterke peloton. Anoniem schaatst hij de resterende ronden, als voorbereiding op het allround-seizoen.

De meeste ogen, langs de kant en in het peloton, zijn gericht op de schaatser in het oranje pak: het tenue van de man die vorig seizoen de KNSB-cup won, Lammert Huitema. Vorige week won hij in Assen de eerste wedstrijd van het marathonseizoen, maar toen konden nog geen punten worden verdiend. Titelverdediger Huitema, die zich in tegenstelling tot bijvoorbeeld Hulzebosch beter thuisvoelt op kunstijs, verkeert in een uitstekende vorm.

De wedstrijd in Amsterdam begint pas halverwege, wanneer de ene ontsnapping op de andere volgt. Huitema rijdt nu aan de kop van het peloton, sprinter Frans de Ronde zit als een magneet aan hem vast. Huitema kan zich in deze fase van de wedstrijd zijn vertrouwde positie in de schoot van het langgerekte peloton niet meer permitteren. Hij schrikt niet als Patrick Snijders een geslaagde demarrage plaatst. Huitema ziet zijn ploeggenoot Ruud Borst de achtervolging inzetten, met Henri Ruitenberg, Jan Eise Kromkamp, Rob van Meggelen en Arnold Gaasenbeek. Huitema taxeert Borst als de snelste van deze groep. Omdat voor hem belangrijke concurrenten als Henk Angenent tussen de vluchters ontbreken, springt Huitema niet mee. De kopman schikt zich in zijn rol van knecht.

Het peloton rijdt een ronde minder dan de koplopers en het is Huitema die met machtsvertoon de massasprint wint. De lange Borst (2,01 meter), die in zijn voorovergebogen houding nog het meest aan een dinosaurus doet denken, zet tweehonderd meter voor de finish de eindsprint in. Zijn stijl is eerder harkerig dan gracieus, maar de wilde slagen zijn effectief. Huitema volgt de ontknoping in de nabijheid van ploegleider Frans Overdevest en ziet hoe Borst als winnaar over de streep glijdt. De kopman van de Klerk's-ploeg juicht alsof hij zelf triomfeert.

“Ze maken het ons nog steeds erg gemakkelijk”, zegt Overdevest. De nieuwe regel dat een ploeg maximaal drie schaatsers mag tellen in plaats van vier heeft de Klerk's-ploeg nog niet geschaad. Dat kan ook moeilijk, omdat de drie man sterke formatie steun krijgt van oud-Klerk's-rijder Piet Kleine, die nu rijdt voor een dochteronderneming van Klerk's.

Het sectiebestuur marathonschaatsen van de KNSB hoopt met de nieuwe regel “de onderlinge krachtsverhoudingen wat meer in evenwicht brengen”. Die wijziging in het reglement heeft alles te maken met de dominante rol die de Klerk's-ploeg al jaren speelt. Maar het kwartet opereert tactisch als vanouds. Na twee wedstrijden lijkt het er sterk op dat de ploeg van de plasticfabrikant, met huurling Piet Kleine, ook dit seizoen de dienst gaat uitmaken.