Veel verschillen binnen 'Britpop'

Concert: Suede en The Boo Radleys. Gehoord: 20/10 Paradiso, Amsterdam.

De onzin van de term Britpop als genre-aanduiding werd gisteren in een uitverkocht Paradiso geïllustreerd door twee Engelse gitaarpopgroepen die een wereld van verschil vertegenwoordigen. De prozaïsche Boo Radleys kozen Beatles, Byrds en Beach Boys als voorbeeld en overgieten hun mechanisch gespeelde sixties-pop met een enorme dot galm. Net als Oasis vinden ze zichzelf beter dan The Beatles terwijl hun beste nummer, het vrolijke Wake Up Boo, hooguit een b-kantje van The Monkees had kunnen zijn.

Het poëtische Suede gaat uit van glamrock uit de jaren zeventig, maar is de invloed van David Bowie en Roxy Music grotendeels ontgroeid. Het dik aangezette melodrama van eerdere nummers als So Young is op de derde cd Coming Up wat afgevlakt, zodat de muziek begrijpelijker is voor het grote publiek dat vooral in de VS nog niet heeft toegehapt. Door de charismatische zanger voegt Suede op het podium een extra dimensie toe aan de muziek van de plaat. Brett Anderson wordt nog altijd achtervolgd door zijn uitspraak dat hij 'een biseksuele man zonder homoseksuele ervaring' zou zijn, terwijl juist het androgyne in zijn voordracht hem zo interessant maakt. Zijn overslaande stem en heupwiegende gebaren maken hem tot een van franje ontdane Ziggy Stardust, die zichzelf te kijk durft te zetten om het publiek tot een reactie te bewegen.

In de verjongde bezetting met een nieuwe gitarist en toetsenman is Suede een tijdloze popgroep, die meer gemeen heeft met hemelbestormers als Jacques Brel of Marc Almond dan met andere Britpopbands. 'Because we're young', de openingszin van de eerste cd uit 1993, is de sleutel tot Andersons teksten over de jonge generatie in de Engelse buitenwijken. Nieuwe nummers als Lazy en Beautiful Ones stellen de verveelde, op uiterlijkheden gespitste jeugd centraal, zoals de piepjonge toetsenman Neil Codlin het optreden mocht vullen door in een bestudeerde pose sigaretjes te roken tussen zijn met één vinger gespeelde partijen. Wel zong hij een verdienstelijke tweede stem bij Andersons bijna-hysterische falset.

Suede boeide vanwege de inspanning om het publiek voor zich te winnen met meeslepende muziek, waar The Boo Radleys een voorspelbaar lesje afdraaiden. Zelfs toen het tegen het einde wat inzakte door teveel langzame nummers, bleven de meisjes op de eerste rijen hun handen uitsteken om door Brett Anderson te worden aangeraakt.