Stuk van Ibsen heeft nog niets aan kracht ingeboet; De tragiek van generaties

Voorstelling: Spoken van Henrik Ibsen door Noord Nederlands Toneel. Vertaling: Karst Woudstra; decor: Mirjam Grote Gansey; regie: Peter te Nuyl; spelers: Petra Laseur, Adriaan Olree, Dirk Zeelenberg e.a. Gezien 20/10 Stadsschouwburg, Groningen. Tournee t/m 23/12.

We gaan in de voorstelling Spoken door Henrik Ibsen van grauwig duister naar helder licht. Aanvankelijk zijn de gezichten van de personages in het Noorse fjordenhuis nauwelijks te onderscheiden; het zijn schimmige gestalten die zich daar tussen drie hoog oprijzende, kale wanden begeven. Het is of, wat zij allemaal weten en in hun hoofd en hart hebben opgesloten, het daglicht niet kan verdragen. Geleidelijk aan valt er meer licht binnen, eerst omdat er een lamp op tafel verschijnt, dan gaat buiten een weeshuis in vlammen op en aan het slot heeft het regenen opgehouden en begint er een stralende dag. Intussen vormden zich in het decor grillige scheuren die als bliksemflitsen door de dunne wanden kliefden.

Mevrouw Alving, een weduwe, draagt als spil van de tragedie een roodfluwelen jurk. De dienstmeid is in het wit; de dominee vanzelfsprekend in het zwart. Haar zoon Osvald draagt een roestbruin kostuum met een artistieke blouse; hij is kunstschilder. We zijn in 1881. Deze vier personages zijn op noodlottige manier met elkaar verbonden: de man van de weduwe, kapitein Alving, heeft tot aan zijn dood een liederlijk leven geleid. Zijn buitenechtelijke kind heeft mevrouw Alving als de dienstmeid Regine in huis opgenomen teneinde de 'afgrond van het hopeloze huwelijk' af te dekken. De dominee heeft haar bezworen haar echtelijke plichten niet te verzaken. De vader leed aan syfilis, een in die tijd erfelijke ziekte die zoon Osvald heeft besmet. In hem openbaart zich hersenverweking. De zonden van de vader wreken zich in zijn zoon.

Wat mogelijk verouderd is aan Spoken zijn de altijd weer zalvende, huichelachtige woorden van dominee Manders. Maar Adriaan Olree speelt hem met een on-domineeachtige souplesse. Olree jongleert met zijn loodzware teksten. Verder heeft deze compacte familietragedie niets aan dramatische kracht en betekenis ingeboet. Het is bijna sensationeel de geleidelijke onthulling van al die gruwelijke geheimen bij te wonen. En het is of Ibsen er ooit een satanisch plezier in schepte de gezeten bourgeoisie, overtuigd van haar stabiele huwelijkse gelijk en fatsoen, in te peperen dat mannen die hun vrouwen tot niets dan 'plichten' aansporen over zichzelf en hun huwelijk het echec afroepen.

Ibsen gaat ver, zoals dat ook moet in een tragedie: Osvald vervalt langzaam in waanzin en hij vraagt zijn moeder die hem, zonder dat hij het wilde, het leven gaf hem nu met morfine de verlossende dood te schenken. “Mama, geef mij de zon,” roept hij aan het slot uit. Voor Osvald, net als zijn vader de najager van levensvreugde, vertegenwoordigt de zon zowel geluk als dood.

Meer dan tien jaar geleden regisseerde Peter te Nuyl een symbolistische uitvoering van Ibsens Wanneer wij doden ontwaken. Met Spoken geeft hij dwingende-naturalistische voorstelling, die past in de ontwikkeling van zijn oeuvre. Deze gaat van gedempt-dichterlijke beladenheid, op de rand van oprecht gemeend pathos, naar heftig-bewogen stilering. Zoals Petra Laseur als mevrouw Alving de spoken, de waanbeelden van vroeger, in haar huidige leven waarneemt, is een treffend voorbeeld van deze speelstijl: in een flits zien wij ze ook, die spookbeelden, in stil spel gespeeld achter haar rug in de eetkamer, en dan is het voorbij. Een moment dat diep insnijdt. Wat er in werkelijkheid gebeurde was haar zoon die zijn handen om de borsten van de dienstmeid legde. Zo vergreep ooit kapitein Alving zich aan hun toenmalige dienstmeid. Het leven herhaalt zich, de mens doolt in een cirkel rond, het verleden laat zich niet uitbannen. Niemand komt een millimeter verder; er is alleen het antwoord van de dood.

Regine (Fabiënne Meershoek) en Osvald (Dirk Zeelenberg) vormen in al hun gefnuikte levenslust een scherp contrast tot de verstikkende wereld waarin de ouderen leven. Maar ook zij kunnen zich uiteindelijk niet aan de doem van de familie ontrekken. Zo gaat deze voorstelling uiteindelijk over de tragiek van generaties, die zich niet van elkaar kunnen bevrijden.