Renata Scotto debuteert hier laat maar goed

Concert: Radio Filharmonisch Orkest o.l.v. Louis Langrée. M.m.v. Renata Scotto, sopraan. Gehoord: 19/10 Concertgebouw Amsterdam. Uitz.: 26/10 20.02 Radio 4.

Op een leeftijd dat de meeste diva's een punt hebben gezet achter hun actieve podiumcarrière of nog jaren door de concertzalen blijven spoken met een stem die nog slechts een schim is uit een luisterrijk verleden, staat Renata Scotto nog volop in de praktijk. En hoe. De internationaal gevierde zangeres die jarenlang in de Scala, Covent Garden en de Met triomfen vierde gaat nieuw en veeleisend repertoire nog steeds niet uit de weg, en zij weet op het podium nog altijd te overtuigen met haar grote dramatische persoonlijkheid.

Zaterdag maakte de 62-jarige Italiaanse sopraan in de Matinee haar late Nederlandse debuut met onder meer een bewonderenswaardige interpretatie van Francis Poulencs melodrama La voix humaine, gebaseerd op een gelijknamige toneeltekst van Jean Cocteau. Krols krullend op een chaise-longue, manisch ijsberend, wanhopig kruipend, berustend uitblazend - La Scotto verbeeldde en verklankte gratieus de waaier van emoties die voorbijkomt als een verlaten vrouw een laatste telefoongesprek voert met haar ex-geliefde. Tot de telefoondraad zich fataal om haar nek krult. Het is geen geringe prestatie in een drie kwartier durende monoloog (het publiek blijft in het ongewisse over de antwoorden van de man aan de andere kant van de lijn) de spanning vast te houden met een zangpartij die sterk syllabisch is gezet en slechts een enkele vocale uitschieter kent.

La voix humaine behoort tot die werken waarin de vocale virtuositeit volkomen in dienst moet staan van de toneelmatige component. De kracht van Poulencs muziek ligt in een onvatbare, door de spraak gedicteerde ritmiek die in een veelvoud van stijlen de wisselende gemoedstoestanden van de vrouw illustreert. Die partij is Scotto op het lijf geschreven. Zij kan de rol stemtechnisch zonder veel problemen aan, en ook toneelmatig overtuigde zij.

De Franse dirigent Louis Langrée loodste het Radio Filharmonisch Orkest accuraat door deze partituur vol voetangels en klemmen. Onder zijn leiding bewees het orkest een betrouwbaar begeleidingsapparaat te zijn. Het orkest had meer moeite met de Pavane pour une infante défunte van Maurice Ravel, maar de opbouw van het fijnzinnige Poème de l'amour et de la mer van Ernest Chausson was eveneens verdienstelijk. Het driedelige orkestlied bevat enkele van de meest geïnspireerde melodieën van Chausson. En al heeft de stem van Scotto dan misschien wat aan jeugdige frisheid ingeboet, in het sobere Le temps de lilas - de seringentijd - wist zij wonderwel de indruk te wekken heel wat lentes jonger te zijn dan zij feitelijk is.