'Rampenprofessor' souffleert Bolkestein

Prof. dr. U. Rosenthal wordt de 'rampenprofessor' en de 'Jan des Bouvrie van de bestuurskunde' genoemd. Hij stond op het ministerslijstje van VVD-leider Bolkestein, maar Dijkstal, en niet hij, werd minister van Binnenlandse Zaken. Hij is een verlicht liberaal, één van de intellectuele sparringpartners van Bolkestein. Rosenthal: “Het verraad van Weinreb was bij ons thuis het symbool van het kwaad.”

Hij is verslaafd aan het debat over het openbaar bestuur en voedt de discussie met een niet te stuiten stroom aan publicaties. Binnenkort wordt prof. dr. U. (Uri) Rosenthal lid van de commissie-Albeda, de commissie die bemiddelt bij arbeidsconflicten in de publieke sector. Vooruitlopend op de benoeming heeft het secretariaat van de commissie een curriculum vitae van de 51-jarige hoogleraar samengesteld van ruim twintig kantjes. Het aantal publicaties bedraagt meer dan vijftig, het aantal functies benadert de twintig. Een greep: hoogleraar bestuurskunde aan de Universiteit Leiden, decaan Nederlandse School voor Openbaar Bestuur, voorzitter van de Vereniging voor Bestuurskunde, bestuurslid van het Crisis Onderzoek Team, kroonlid van de Sociaal-Economische Raad, redactievoorzitter van Liberaal reveil.

Een erudiete wetenschapper, in zijn specialisme - crisismanagement bij de overheid - vernieuwend en internationaal toonaangevend. Hij paart wetenschappelijke inzichten aan een commerciële instelling. Collega's typeren hem als de 'Jan des Bouvrie van de bestuurskunde'. Zo weet hij voor de universiteit veel opdrachten binnen te halen.

Hij is veeleisend en toont weinig mededogen voor mensen die zijn intellectuele tempo niet kunnen bijbenen. Zijn uitspraken zijn soms controversieel en provocerend.

Rosenthals opvatting dat extreem links een groter gevaar voor de rechtsstaat is dan extreem rechts, leidde vorig jaar tot een emotionele discussie in de media.

Een eigenzinnig politicoloog, oordelen een aantal 'linkse' politicologen over hun 'rechtse' collega. “Rosenthal heeft het huidige tijdsgewricht mee”, vindt de Groningse hoogleraar Jos de Beus (PvdA). “In de jaren zeventig, begin jaren tachtig verkondigde hij een mening waarbij hij maatschappelijk buiten spel stond. Nu is hij één van de belangrijkste spelverdelers.”

Hij wordt de 'rampenprofessor' genoemd. De ontvoering van Gerrit Jan Heijn, de vliegtuigramp in de Bijlmer, het voetbaldrama in het Brusselse Heizelstadion, de ramp met de veerboot de Herald of Free Enterprise, de wateroverlast van de Maas, de ramp met het Dakota-vliegtuig bij Den Helder, Rosenthal is erbij als lid van het door hem opgerichte Crisis Onderzoek Team (COT). Vijftien onderzoekers van de Leidse Universiteit en de Erasmus Universiteit hebben de afgelopen tien jaar geen enkele ramp gemist. In toenemende mate is het COT ook buiten Nederland actief.

“In crisisomstandigheden worden de politiek-bestuurlijke organisatie en de besluitvormers op hun kwaliteit getoetst”, schrijft Rosenthal in zijn magnum opus 'Rampen, rellen en gijzelingen'. “De werkelijkheid wordt van haar franje ontdaan. Onder druk van de omstandigheden worden hoofd- en bijzaken van elkaar gescheiden.” Tegenwoordig analyseren de onderzoekers niet alleen achteraf de rampenbestrijding, maar adviseren zij de autoriteiten op het moment van een calamiteit hoe te handelen. “Wij proberen zowel de wetenschappelijke als de praktische kant goed te coveren”, aldus Rosenthal.

De zinsnede is kenmerkend voor het wetenschappelijk opereren van de hoogleraar bestuurskunde. Door collega wetenschappers wordt de praktische toepasbaarheid van zijn werk geroemd. Zo richtte hij in 1989 samen met Roel in 't Veld de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur op, een tweejarige postdoctorale opleiding voor leidinggevende ambtenaren. “Uri zoekt, bijna fanatiek, in iedere discussie en organisatie de evenwichtspositie”, zegt In 't Veld. “Roel zoekt de confrontatie en is zeer direct”, vindt Rosenthal. De twee decanen zijn complementair. In januari start het duo met een prestigieuze opleiding voor topambtenaren. Op instigatie van de secretarissen-generaal gaat het duo de nieuwe generatie sg's opleiden.

Via het COT kent Rosenthal politie en justitie van binnenuit. Deze ervaringen bleken waardevol als adviseur van de parlementaire enquêtecommissie opsporingsmethoden. “Hij spreekt hun taal en kent de mores”, zegt de secretaris van de commissie-Van Traa, Erwin Muller. Ook zijn analytisch inzicht kwam goed van pas. “Soms zaten wij honderd uur per week in de Eerste Kamer te werken en verdronken we bijna in de gegevens. Uri bleek steeds in staat om de kaf van het koren te scheiden.” Commissievoorzitter Maarten van Traa: “De bestuurskundige Rosental fungeerde sterk als procesbegeleider.” Volgens het PvdA-Kamerlid was het “politiek handig” dat Rosenthal lid was van de VVD om “feeling te houden met de opvatting binnen de VVD”.

Uriel Rosenthal (getrouwd en twee dochters) groeide op in een joods gezin. Hij werd in de zomer van 1945 in Montreux geboren. Zijn ouders waren naar Zwitserland gevlucht voor het geweld van de Duitse bezetter. Een paar maanden na zijn geboorte keerde het gezin weer terug naar Den Haag waar zijn vader octrooi-gemachtigde werd. Zijn jeugd is sterk getekend door de Tweede Wereldoorlog. Veel familieleden hebben de concentratiekampen niet overleefd.

Na de middelbare school studeerde hij in de roerige jaren zestig politicologie aan de Universiteit van Amsterdam. Een Einzelgänger, die in de vakanties met zijn broer op de racefiets de Alpen en de Pyreneeën in trok om etappes van de Tour de France te rijden. “Een ijverige student, die niet meedreef met de modieuze hoofdstroom”, typeert zijn leermeester professor Hans Daudt (PvdA) hem. Hij promoveerde in 1978 op een theoretisch proefschrift over de duurzaamheid van een politiek systeem.

In het gezin (vader, moeder, twee zonen, twee dochters) en tijdens zijn studententijd heeft de affaire-Weinreb Rosenthals morele en ethische referentiekader bepaald. Voor de oorlog was zijn vader bevriend met Friedrich Weinreb, een Nederlandse theoloog, econoom en publicist van Poolse afkomst. Weinreb probeerde joden van deportatie te redden door middel van 'emigratielijsten'. De motivering van zijn daden werd na de Tweede Wereldoorlog niet algemeen geloofd of aanvaard, omdat hij intensieve contacten met de Duitse Sicherheitsdienst had. Hij werd veroordeeld voor collaboratie maar kreeg gratie in verband met het vijftigjarig regeringsjubileum van koningin Wilhelmina.

Rosenthal: “Het verraad van Weinreb was bij ons thuis het symbool van het kwaad.” Zijn grootvader en grootmoeder stonden op de lijst van Weinreb en hebben de oorlog niet overleefd.

De publicatie van Weinrebs memoires in 1969 bracht tijdens zijn studententijd de zaak opnieuw sterk in de belangstelling. De publiciste Renate Rubenstein en Aad Nuis (de huidige staatssecretaris van cultuur) pleitten voor rehabilitatie van Weinreb. In 1970 begon het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie een onderzoek waarvan de resultaten in 1976 werden gepubliceerd. In het rapport werd opnieuw belastend materiaal aan het licht gebracht, terwijl de juistheid van de feiten waarop Weinreb in 1948 was veroordeeld, werd bevestigd. Het duo Rubenstein & Nuis rakelde veel leed op. “Uri is niet rancuneus”, weet een vriend “maar ik acht de kans klein dat hij met Aad Nuis in één kabinet zou willen zitten.”

In 1994 werd zijn naam in het geruchtencircuit, 'wie wordt minister?', binnen de VVD genoemd. Het curriculum vitae van Rosenthal illustreert waarom VVD-leider Frits Bolkestein hem als één van zijn belangrijkste intellectuele sparringpartners beschouwt op politiek bestuurlijk terrein. Tot zijn 'hofhouding' kiest Bolkestein mensen die politiek-strategisch van belang zijn. Klaas Groenveld, directeur van de Teldersstichting, het wetenschappelijk bureau van de VVD: “Uri is een netwerker pur sang. Hij heeft een goed ontwikkeld gevoel voor maatschappelijke ontwikkelingen en trends. Die weet hij om te zetten in prikkelende ideeën.” Als voorbeeld noemt Groenveld de door Bolkestein geëntameerde discussie over asielzoekers.

Ook was Rosenthal, op verzoek van Bolkestein, de stimulerende kracht achter de notitie 'Media and Democracy' die de VVD-leider eerder dit jaar presenteerde tijdens de Liberale Internationale, de overkoepelende organisatie van liberale partijen. Bolkestein bekritiseerde de werking van de vrije mediamarkt. Het toenemende aantal nieuwszenders op televisie en radio werkt kartelvorming en uniformiteit in de hand. Het vrije democratisch debat, en waarden als vrijheid van expressie raken daardoor in de knel. “De liberale oplossing, namelijk de markt haar werk te laten doen, lijkt niet te werken”, souffleerde Rosenthal. Bolkestein op zijn beurt pleitte voor een actieve rol van de overheid om kartelvorming tegen te gaan en de toegang tot de nieuwe elektronische media te bevorderen.

Volgens VVD-bestuurders is het dan ook niet vreemd dat Rosenthal op de zogeheten shortlist van Bolkestein stond voor te leveren bewindslieden aan het paarse kabinet. “Hans Dijkstal ging voor, maar Uri zou een perfecte minister van Binnenlandse Zaken zijn geweest”, zegt een bestuurder.

“Ik was niet teleurgesteld dat ik in augustus 1994 niet op het bordes naast koningin Beatrix stond”, zegt Rosenthal desgevraagd. Hij laat, gevraagd naar zijn politieke ambities, niet het achterste van de tong zien. “Het valt mij op dat andere mensen meer met mijn carrière bezig zijn dan ikzelf. Ik zou er niet voor terugdeinzen, hoewel ik mij ervan bewust ben dat de politiek een moeilijk vak is. Ik voel me aangetrokken tot de publieke zaak. Op dit moment ambieer ik geen politieke carrière. En als ik word gevraagd, weet ik nog niet hoe ik zal antwoorden.”

“Qua capaciteiten zou Uri het zeker kunnen”, zegt In 't Veld, in de zomer van 1993 een blauwe maandag PvdA-staatssecretaris van Onderwijs. “Maar als vriend ben ik geneigd om te zeggen: 'doe het niet'.” Door politiek onhandig manoeuvreren moest In 't Veld, die in opspraak was geraakt wegens de bijbaantjes die hij als hoogleraar had, na tien dagen het veld ruimen.

Ook bij het politiek manoeuvreren van Rosenthal worden kanttekeningen geplaatst. Rosenthal heeft een hekel te discussiëren met mensen die zijn intellectuele tempo niet kunnen volgen. Dan raakt hij geïrriteerd en reageert hij kortaf, een reactie die in de Tweede Kamer en op bijeenkomsten in het land niet zal worden gewaardeerd. Geconfronteerd met deze observatie haalt hij zijn schouders op. “Ik herken het wel, maar alles is te leren.”

Rosenthal wordt gewaardeerd bij de politieke top van de VVD. Voor de gewone leden is hij, afgezien van zijn artikelen plus foto in Liberaal reveil, een grote onbekende. Op VVD-vergaderingen is hij meer in de wandelgangen te vinden dan dat hij het woord voert in de vergaderzaal. Deze onbekendheid kostte hem vorig jaar een zetel in de senaat. Rosenthal was door het VVD-hoofdbestuur op een verkiesbare plaats gezet, maar tijdens een algemene ledenvergadering die de definitieve lijst moest samenstellen, sloegen de kamercentrales toe. Anti-intellectualisme koppelde zich vervolgens aan regionalisme met als gevolg dat oorspronkelijk onverkiesbare Drentse en Limburgse kandidaten naar verkiesbare plaatsen werden gedirigeerd. Professor Rosenthal belandde op de reservebank.

Volgens Ella ter Kuile, de grand old lady van de Rotterdamse VVD, bezoekt Rosenthal, wijs geworden door deze ervaring, frequenter lokale en landelijke partijbijeenkomsten. “De echte politiek lokt”, weet de fractievoorzitster van de Rotterdamse VVD. “Bij plaatselijke vergaderingen weet Uri standpunten bij elkaar te brengen. Bruggen te slaan. Soms ben ik wel eens kwaad op hem, omdat hij mijn standpunt daarbij niet helemaal correct verwoordt.”

In Liberaal reveil van december vorig jaar voorziet Rosenthal een groei van de VVD van de huidige 31 zetels in de Tweede Kamer tot meer dan veertig. Begin jaren negentig definieerde hij het natuurlijk maximum nog op dertig Kamerzetels. Rosenthal: “De VVD is een volkspartij en het liberale gedachtengoed mag zich in een steeds bredere belangstelling verheugen. Dat vertaalt zich in meer zetels.”

Na een korte flirt met de PvdA in de jaren zestig werd Rosenthal begin jaren tachtig lid van de VVD. De Maagdenhuisbezetting en de zogeheten Daudt-affaire leidden tot een breuk met het socialisme. Rosenthal steunde als wetenschappelijk medewerker professor Daudt in het beging van de jaren zeventig in diens verzet tegen de studenten om de literatuurlijst voor eerstejaars studenten “democratisch samen te stellen”.

Studiegenoten als voormalig minister van Defensie Relus ter Beek en voormalig Tweede-Kamerlid Harry van den Bergh maakten carrière binnen de PvdA, terwijl Rosenthal een decennium lang partijloos was.

In de jaren zeventig werd hij lid van een discussiegroep van het Nederlandse Gesprekscentrum. Toen hem bleek dat zijn ideeën aansloten bij gesprekpartners als Molly Geertsma, voormalig commissaris van de Koningin in Gelderland en Jozias van Aartsen, de huidige minister van Landbouw, besloot Rosenthal begin jaren tachtig lid te worden van de VVD. Al snel werd hij lid van de redactie van Liberaal reveil.

Eind jaren tachtig zette Rosenthal de toon in twee rapporten van de Teldersstichting. In een speurtocht naar de liberale beginselen wonnen de conservatieve liberalen het van de progressieve liberalen. Althans in de commissie die de rapporten samenstelde; op partijvergaderingen werden de rapporten onder aanvoering van de toenmalige VVD-leider Joris Voorhoeve als 'te rechts' verworpen. “Tussen de opvattingen van Frits Bolkestein en Uri Rosenthal zat geen licht”, weet een commissielid uit die tijd. “De liberale visie van Bolkestein is in deze rapporten terug te vinden. Voor Frits en Uri was het wachten op het gunstige maatschappelijke tij.”