Perverse spelletjes in nieuw stuk van Pinter

Voorstelling: Ashes to Ashes, van Harold Pinter, door Toneelgroep Amsterdam. Regie: Titus Muizelaar; vertaling en dramaturgie: Janine Brogt; vormgeving: Paul Gallis; licht: Henk Bergsma. Spel: Pierre Bokma en Lineke Rijxman. Gezien: 19/10 Rotterdamse Schouwburg. Van 29/10 t/m 16/11 in het Transformatorhuis Toneelgroep Amsterdam. Tournee t/m 9/2. Inl 020-6279070.

De paren in de relatiestukken van Harold Pinter leven met chronische argwaan, angst en onderhuidse agressie. Achter alles zoeken zij boosaardige motieven, en alleen al de vraag 'hoe bedoel je?' klinkt bij hen als een dreigement. Zo is het in Bedrog, dit seizoen gespeeld door het RO Theater, en zo is het in Pinters nieuwe stuk Ashes to Ashes, dat in Nederland nu voor het eerst wordt uitgebracht door Toneelgroep Amsterdam.

De machtsspelletjes die de man en de vrouw in Ashes to Ashes met elkaar spelen zijn pervers en triest en voor ons toeschouwers niet helemaal te doorgronden. Waarom praat Rebecca steeds over de holocaust? Zelf kan ze die onmogelijk hebben meegemaakt, want ze is nog maar een jaar of veertig en de handeling is niet gesitueerd in het verleden maar in het hier en nu. Is Rebecca een tweede-generatie-slachtoffer dat de gruweldaden die haar ouders zijn aangedaan nu zelf beleeft, in haar overgeprikkelde verbeelding? Of probeert ze Devlin, haar man, met haar verdriet te manipuleren? En welk verdriet is dat dan wel? Over krijsende baby's vertelt ze die van hun moeders worden afgepakt. Heeft Rebecca soms een kind verloren? Of reageert ze op haar echtgenoot haar frustraties af over hun kinderloos gebleven huwelijk?

Ashes to Ashes roept, kortom, meer vragen dan antwoorden op. Van de eenduidigheid die Pinters jongste politieke drama's ontsierde is in dit korte stuk niets meer over. De politiek is het privé-leven binnengeslopen en in die baaierd van emoties zijn macht en machteloosheid heilloos met elkaar verstrengeld. De vrouw luistert niet naar de man; hij ziet er gekweld en onbegrepen uit en toch kwelt hij haar net zo goed. Wanneer hij haar aan een kruisverhoor tracht te onderwerpen lijkt hij even op een volleerde pijniger, op een nazi bijna die zijn slachtoffer nog één keer laat ontsnappen voordat hij definitief toeslaat.

Acteur Pierre Bokma praat met zachte stem, nu eens teder vleiend, dan weer boos en dreigend, waarbij hij zijn kaalgeschoren hoofd tussen zijn schouderbladen verstopt als een geschrokken schildpad. En hij trekt aan de kootjes van zijn vingers zodat de botten kraken. Zijn tegenspeelster Lineke Rijxman spreekt steeds als in trance: Rebecca heeft een afwezige blik maar is toch alert in al haar vezels. Even subtiel als het spel is Titus Muizelaars regie, die blijkbaar ook de goedkeuring van Pinter zelf kon wegdragen: de grote Britse schrijver woonde in mei een reeks besloten voorstellingen bij waar hij naar verluidt enthousiast over was.

Muizelaar werkt met eenvoudige maar effectieve middelen. Het licht dat uit de vloer komt en uit het schuine plafond wordt allengs geringer. Op het laatst kunnen de man en de vrouw elkaar haast niet meer zien en dan pas doet de man een fysieke toenaderingspoging. Verder gedraagt dit stel zich uiterst kuis, en juist door die gespannen kalmte zat ik ademloos naar Bokma en Rijxman te kijken.