Patijn: 'U heeft gelijk dat u dit niet pikt'

Ze waren in groten getale naar het stadhuis gekomen, de bewoners van de Amsterdamse binnenstad. De mouwen waren figuurlijk opgestroopt om de degens te kruisen met burgemeester Patijn, de chef van het bureau Warmoesstraat Koenders en officier van justitie Bot. Er was één agendapunt: de aanpak van overlast door drugsgebruikers in de binnenstad.

De bewoners hadden Patijn begin deze maand laten weten dat wat hen betreft de maat vol is. Dat ze genoeg hebben van met de mond beleden medeleven. Dat ze daden willen zien, bijvoorbeeld in de vorm van meer politie op straat. Een serie sprekers kreeg het woord tijdens het onderhoud dat onlangs ten stadhuize plaats had. Een litanie van klachten ging over de tafel. Oude klachten. Op sommige gezichten viel de wanhoop af te lezen. “Gemeente doe iets”, zei een bewoonster in het Waterlooplein-gebied en alle anderen zeiden haar dat na.

De directeur van het wijkcentrum d'Oude Stadt klonk verbitterd: “Wij bestaan niet voor het stadhuis, onze post wordt niet beantwoord. Van het bureau Warmoesstraat krijgen we te horen: 'Mensen, verwacht niets van ons, regel het zelf maar.”' Patijn noteerde alles om zo goed mogelijk te kunnen reageren op alle opmerkingen. Maar veel wijzer werden zijn toehoorders er niet van. Zij hoefden niet van hem te horen dat het aantal drugsgebruikers op straat is toegenomen sinds in augustus werd besloten de metro-stations Centraal Sation, Nieuwmarkt, Waterlooplein, Weesperplein en Wibautstraat schoon te vegen en schoon te houden. Maar wat ze terecht niet begrijpen is dat zo'n maatregel van het ene op het andere moment is ingevoerd zonder dat tegelijk aanvullende maatregelen genomen zijn, zoals meer politie op straat en het onderbrengen van de 150 dak- en thuisloze junks in gebruikersruimten. Natuurlijk, Patijn kan in zijn eentje niet voor meer politie op straat zorgen en het vinden van gebruikersruimten zal ook de nodige moeite kosten. Maar iets invoeren zonder de gevolgen daarvan te voorzien en meteen aan te pakken, getuigt van bestuurlijk onvermogen. Het getuigt ook van weinig mededogen met ouders van jonge kinderen, die hun kroost moeten zien opgroeien in een omgeving die wordt ontsierd door kots en spuiten van junks. En het getuigt van weinig respect voor bijvoorbeeld de winkeliers en de caféhouders op de Zeedijk, die met man en macht proberen 'hun' dijk weer aantrekkelijk te maken voor het publiek.

Naarmate de tijd verstreek kreeg de bijeenkomst iets gênants. Patijn, Koenders en Bot zaten er vrijwel machteloos bij. Patijn: “Ik heb geen oplossing. U heeft volstrekt gelijk dat u dit niet pikt.” Maar wat koopt iemand voor dit gelijk, dat zo gemakkelijk gegeven wordt maar zo moeilijk in de praktijk gerealiseerd kan worden. “We mogen en kunnen de verslaafden niet in een werkkamp onderbrengen”, zei Patijn. Daar had ook niemand van de aanwezigen om gevraagd. Een leefbare buurt, daar vroegen ze om. En niet voor het eerst, dat vragen ze al jaren. Wanneer alles volgens plan verloopt is bureau Warmoesstraat op 1 november weer op organieke sterkte, zei Patijn. En hij beloofde dat per 1 janauri volgend jaar een zogeheten Wallenmanager aan de slag gaat. Als klap op de vuurpijl kwam zijn aankondiging dat binnenkort in de Bijlmermeer een opvangcentrum voor 250 verslaafden wordt geopend. Daar kunnen de dak- en thuisloze junks uit de binnenstad aan hun trekken komen. Niemand van de aanwezigen reageerde op deze mededeling. Hun gezichten spraken boekdelen: 250 verslaafden in één pand, of ze in het stadhuis gek geworden waren. Dat misschien niet, maar wel een beetje wereldvreemd.