Oudere muziek wint in Volkskrantconcert

Concert: Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Eri Klas met Oxana Yablonskaja, piano; Ebony Band o.l.v. Werner Herbers met Opland, spreekstem; Teo Joling, assistent-krantenjongen. Gehoord: 12/10 Vredenburg Utrecht.

Echo's van 1921 en 1996 vormden het dubbelthema van het jubileumconcert in Muziekcentrum Vredenburg van de Volkscourant, respectievelijk de Volkskrant. Hoofdredacteur Pieter Broertjes zat zaterdagavond tussen de Prins van Oranje en Kardinaal Simonis, de prins van de kerk. Premier Wim Kok kreeg het eerste exemplaar van Frank van Vree's De metamorfose van een dagblad.

Vuurwerk kwam uit de nok van Vredenburg, waar het getal 75 vurig opvlamde als apotheose van het laatste muziekstuk: De Zaterdageditie van Guus Janssen. Meer vuurwerk in vergelijking met de actuele jubileumcomposites leverden echter de Roaring Twenties. Aardig was weer wel dat Janssen in De Zaterdageditie teruggreep op een foxtrot van Hindemith teneinde de kring rond te krijgen. De korte Fanfare van Theo Loevendie en Janssens eveneens wel heel dun uitgevallen Editie - en dat als pendant van zo'n dik pak papier! - leverden niet meer dan enkele onderhoudende schetsen op. Martijn Padding daarentegen schreef een substantiëler stuk met een vitaal Volkskrant-contrapunt in onversneden Haagse (Louis Andriessen) stijl. Het werk zakt tegen het eind wat in en maakt een te veelvuldig gebruik van voorspelbaar slagwerk, maar schetsmatig is het geenszins.

Echt enthousiasme veroorzaakten de werken van Hindemith, Schulhoff, terzake opgesierd met teksten van Theo van Doesburg en Kurt Schwitters en Prokovjev. Diens Derde Pianoconcert in C op. 26 kreeg een uiterst enerverende vertolking door de onverstoorbaar trefzekere Oxana Yablonskaja in een jaloersmakend jeu perlé. Wel lag het tempo van het eerste deel een fractie te hoog, waardoor articulatie en dynamiek (in het orkest overheerst dan al gauw een egaal soort forte) in het gedrang raakte. De groteske solo-passage in het derde deel, als het gekakel van een kip, springt er meestal uit, maar werd door Yablonskaja op een natuurlijke wijze, bijna achteloos geïntegreerd.