Nieuwe aanvoerder wacht schone taak

BLOEMENDAAL, 21 OKT. Hij voelde zich vereerd, vroeg twee dagen bedenktijd maar stemde uiteindelijk toe. Stephan Veen, de lichtvoetige HGC'er met de weergaloze dribbel, is sinds vorige week officieel de nieuwe aanvoerder van de Nederlandse hockeyploeg. “Het verzoek kwam eigenlijk als een verrassing. Maar in feite sluit het naadloos aan op mijn ambities en mijn ontwikkeling.”

Acht seizoenen in de hoofdklasse hebben Veen tot een zelfbewuste hockeyer gemaakt. Voorbij is de tijd dat hij onbekommerd over het kunstgras zwierf. De rechterspits van weleer is tegenwoordig een spelbepalende rechtermiddenvelder met de aanvoerdersband om zijn bovenarm. “Tot m'n 23ste was het eigenlijk vooral een kwestie van meedoen. Toen kwam de fase van het scoren. En nu op m'n 26ste draag ik zowel binnen als buiten de lijnen verantwoordelijkheid en moet ik in het veld mijn stempel op de wedstrijd kunnen drukken.”

Gisteren slaagde hij daar niet in. In het bij vlagen grimmige competitieduel tegen Bloemendaal kreeg Veen nauwelijks een voet aan de grond. Op het middenveld versperde de thuisploeg hem op zo nu en dan hardhandige wijze de doorgang op weg naar het doel van keeper André Morees. “Stef heeft vandaag niet één keer normaal de bal kunnen aannemen omdat hij meteen een hak op zijn stok kreeg”, klaagde HGC-coach Maurits Hendriks.

Bloemendaal bleek gisteren de sterkste in het prestigeduel aan de voet van 't Kopje. De thuisploeg versloeg de titelverdediger met 4-2, onder meer door drie rake strafcorners van spelmaker Floris Jan Bovelander. Het betekende de eerste nederlaag voor de landskampioen uit Wassenaar. Bovendien nam Bloemendaal met de zege revanche voor het dubbele verlies, bijna zes maanden geleden, in finale van de strijd om de landstitel.

Veen had naderhand “zwaar de pee in”, maar troostte zich met de gedachte dat het seizoen na vijf speelronden feitelijk net begonnen is. Groter was zijn onvrede over het eigen optreden. Want, zo constateerde de student bedrijfseconomie, volmaakt is zijn spel nog allerminst. “Ik blijf een enorme drang naar voren houden. Vooral als we op achterstand komen. Noem het een soort oer-intuïtie. Maar ik moet leren doseren, leren balanceren tussen aanvallen en verdedigen.”

De 174-voudig international wordt algemeen beschouwd als een van de beste spelers uit de Nederlandse competitie. De frêle middenvelder paart snelheid aan techniek en vormt een permanente plaag voor de verdediging van de tegenstander. “Heel doelgericht in zijn acties. Iemand die in een split second een beslissing durft te nemen, wat vervolgens in negen van de tien keer de juiste blijkt te zijn”, aldus bondscoach Roelant Oltmans.

Volgens Oltmans is Veen een speler met uitstraling en persoonlijkheid. Een hockeyer met meerwaarde en daarom geschikt om leiding te geven aan de nieuwe lichting die over anderhalve maand aantreedt voor de strijd om de Champions Trophy in India. Oltmans: “Een speler die respect afdwingt bij medespelers, goed kan communiceren en iemand die weloverwogen beslissingen neemt.” Met de keuze voor Veen ging Oltmans voorbij aan vice-aanvoerder Jacques Brinkman. De middenvelder van Amsterdam leek de aangewezen man, zeker omdat hij na het afhaken van het gerenommeerde viertal Bovelander, Crucq, Delissen en Van den Honert degene is met de meeste interlands (233).

Het was de tweede keer binnen korte tijd dat Brinkman gepasseerd werd ten gunste van Veen. In de aanloop naar de Olympische Spelen moest hij zijn positie als rechtermiddenvelder afstaan. Veen trok zich het lot van zijn collega-international aan en zocht verleden week telefonisch contact met Brinkman. Veen: “Vervelend voor Jacques, maar tegelijkertijd: that's life.”

Bij de nationale ploeg treedt Veen in de voetsporen van clubgenoot Marc Delissen. Vorig seizoen voltrok zich bij HGC hetzelfde scenario. Op last van coach Hendriks leverde routinier Delissen de aanvoerdersband in ten gunste van Veen. “Om de druk bij Marc weg te nemen en duidelijk te maken dat HGC een nieuwe weg zou inslaan”, aldus Hendriks.

De coach besloot bij zijn entree in Wassenaar bovendien tot een wisseling van de posities. Centrale middenvelder Delissen schoof een linie naar voren, rechterspits Veen een linie naar achteren. Het bleek een gouden greep die in april navolging kreeg bij de nationale ploeg. Veen hervond het spelplezier, blonk wekelijks uit en leidde HGC naar de landstitel. “Op het middenveld kan ik mijn energie en mijn snelheid veel meer kwijt.”

Als aanvoerder van de olympisch kampioen wacht hem een schone taak. Het opvangen van het vertrek van vier gezichtsbepalende spelers, het in goede banen leiden van de nieuwe verhoudingen binnen de ploeg en het gevecht met de bond voor financiële tegemoetkomingen. Veen: “Werk voldoende dus, hoewel ik krap in mijn tijd zit. Maar een aanvoerder moet zijn verantwoordelijkheden nemen, anders moet hij die taak niet op zich nemen.”