Nederland alleen in theorie republiek

“Alle socialen in de harington, Oranje boven, leve de Willemien,” riepen de Orangisten op het Haagse Malieveld. Het was 1918. Even had het er op geleken dat de socialisten de macht zouden grijpen en de monarchie bijgevolg het loodje zou leggen.

Maar de 'socialen' hadden te vroeg gejuichd: monarchisten en andere anti-socialistische krachten blokkeerden Troelsta's revolutie, en reden hoogst persoonlijk koningin Wilhelmina en haar dochter Juliana in triomf het Malieveld rond. “De paarden zijn uitgespannen, de ezels zijn ervoor gaan lopen”, meesmuilden de republikeinen.

Bijna tachtig jaar later is anti-orangisme nog steeds een verdachte bezigheid, zo blijkt uit een rondgang langs de vier grote partijen. Berichten over een actieve monarch, die een overspelige ambassadeur laat overplaatsen en aandringt op opening van een ambassade in een ver land met een bevriend koningshuis: de politiek ligt er niet van wakker van. Zelfs 's lands nationaal taboebestrijder, Frits Bolkestein, houdt zich stil.

Anti-liberale uitlatingen van de majesteit, zoals vorig jaar op 5 mei, hebben bij de VVD tot nog toe alleen wat wenkbrauwen doen fronsen. “Sinds ik in 1982 in de fractie zit, ben ik nog nooit een republikein tegen gekomen”, zegt fractiesecretaris Frans Weisglas. Zelfs de links-liberale Annelize van der Stoel, wonend in de stad van 'geen woning, geen kroning', stond op 30 april 1980 zonder steen in de hand, de troonsbestijging van Beatrix van Oranje te aanschouwen op de Dam. Van der Stoel had er, zoals oranjeklanten betaamt, een familie-uitje van gemaakt: haar broer was er ook bij, vertelt ze. Voor de VVD staat de monarchie nog steeds symbool voor continuïteit, eenheid en onpartijdigheid; gelet op de bovenstaande geschiedenis een wat problematische opvatting.

Bij her majesty's most loyal opposition is het geloof in God, Nederland en Oranje dusdanig op peil gebleven, dat zich geen enkele republikein in staatkundige discussies heeft gemanifesteerd. “En als ze er al zijn, zeggen ze het niet”, voegt een CDA-woordvoerder er dreigend aan toe.

Bij D66 is de situatie nauwelijks beter. Jan van Walsem staat intern te boek als de 'huisrepublikein' van de fractie der Democraten. Het Kamerlid reageert verbaasd als hij met deze titel wordt geconfronteerd. “Ben ik de enige? Ik heb D66 nooit als royalistische partij gezien.” Zelf noemt hij zich “een principieel republikein die daar overigens niet de barricaden voor op gaat. Want een republiek is op dit moment niet haalbaar.” Wanneer wel? “Een paar schandaaltjes zoals in Engeland zouden kunnen helpen.”

Eigenlijk zou Van Walsem over moeten stappen naar de erfopvolger van 'de socialen', de Partij van de Arbeid. “Theoretisch is een republiek logischer, erfopvolging hoort bij een ander tijdperk”, zei fractieleider Jacques Wallage vorige week nog in Elsevier, om daar overigens aan toe te voegen dat in de praktijk “de PvdA en het koningshuis” inmiddels “een hechte band hebben”. Toch is de PvdA-fractie in meerderheid republikeins, zo bevestigt fractiesecretaris Jan van Zijl. Zelf is hij dat om “klassieke redenen”: hij vindt een republiek “democratischer”. Ook Rob van Gijzel die ooit als voorzitter van de Jonge Socialisten afschaffing van de monarchie bepleitte, deed dat niet alleen maar qualitate qua. Hij is nog steeds geen liefhebber van het koningshuis.

Beatrix en haar oudste zoon Willem-Alexander hebben echter weinig te vrezen van de grootste regeringspartij. De PvdA maakt geen werk van haar anti-monarchistische opvattingen, zegt Van Zijl, zolang er geen maatschappelijk draagvlak bestaat voor afschaffing van de monarchie en het koningsschap naar behoren wordt uitgeoefend. In 1918 hebben 'de socialen' hun lesje geleerd. Succesvol republikanisme in Nederland is vooral een kwestie van goede timing, weten ze sindsdien. (KV)