Kunstmatige kalmte in Bosnië

De komende weken moet de NAVO besluiten hoeveel troepen in Bosnië zullen blijven na 1 januari. De chef van de Nederlandse defensiestaf, generaal H. van den Breemen, ging dit weekeinde bij de tweeduizend Nederlandse militairen op inspectie.

KNEZEVO, 21 OKT. Zijn aanwijsstok trilt even. Majoor Ton Rooijakkers wijst het plaatsje Pavlovici aan op de kaart van de Servische Republiek, diep gesneden in de noordwestgrens van Bosnië. “We dachten eerst dat het onweer was. Maar toen de patrouille goed keek bleek het een reeks ontploffingen. De gevechtswagen van het C-team reed volgens de instructies achteruit. Pas de volgende ochtend konden we de schade opnemen. 38 onbewoonbare huizen van moslims waren met de grond gelijk gemaakt. De daders hadden de muren behangen met meer dan driehonderd mijnen en die vervolgens af laten gaan. Dat was in de nacht van woensdag op donderdag.”

Generaal H. van den Breemen, chef van de defensiestaf, onderbreekt Rooijakkers: “Dat moeten we niet te veel hebben. We kunnen het ons absoluut niet veroorloven dit soort acties te gedogen. Wat hebben jullie gedaan?” Rooijakkers: “De zaak is in onderzoek. We hebben onze melding doorgegeven aan de burgerpolitie. Die is er mee bezig. Van de daders ontbreekt ieder spoor.”

Incidenten als het bovenstaande zijn een van de oorzaken dat moslims maar mondjesmaat terugkeren naar hun oude woonplaatsen. De militairen van IFOR zijn tevreden over de betrekkelijke rust in hun Brits-Nederlandse vak, maar het is de kunstmatige kalmte van de status quo. Wat gaat er gebeuren als het leger van de Bosnische federatie dadelijk met Amerikaanse en Turkse hulp beter is uitgerust en getraind? Hoe zullen de Bosnische Serviërs daarop reageren? Hoe verlopen binnenkort de gemeenteraadsverkiezingen?

De generaals hier en in Brussel zeggen dat IFOR straks met minder militairen toe kan. Van de 55.000 militairen zou na 1 januari de helft overblijven. Worden de risico's niet groter als patrouilles over zo'n groot terrein worden verspreid?

Van den Breemen: “Het ligt er natuurlijk aan waar je gaat reduceren. Wij kunnen met minder militairen toe als het om de staf gaat en om de logistiek en andere ondersteunende eenheden. De gevechtskracht moet op peil blijven en je moet een 'big stick' achter de hand houden. De kern van onze taak ligt in de gevechtskracht die we moeten uitstralen. Die moet je handhaven, maar als je die behoudt kunnen we ook de nieuwe opdracht aan.”

Hij is het eens met de constatering dat de civiele wederopbouw achterblijft. “Daarmee kun je het vertrouwen van de burgers terugwinnen. Maar de militairen waren er in de eerste plaats om de veiligheid te garanderen en de sitiuatie na het akkoord van Dayton stabiel te maken. IFOR, de implementatiemacht van de NAVO en andere troepenleverende landen, was druk met het in ontvangst nemen van zware wapens, het bewaken van depots, het terughalen van militairen van de drie fracties in de kazernes en het voorbereiden van de verkiezingen.” Van den Breemen ziet niet veel in opbouwwerk, althans niet in de vermenging van taken. “Het moet wel gebeuren maar IFOR was er allereerst om de rust in het land te doen terugkeren, en daarin is zij geslaagd.”

Nu er een tweede periode komt om in Bosnië het vredesproces te verzekeren komen de militairen er toch niet onderuit om de gezochte oorlogsmisdadigers als generaal Mladic en politiek leider Karadzic onverwijld te arresteren? Je kunt toch niet de andere kant op blijven kijken als je langs rijdt?

Dat zal moeten gebeuren. Ik vind dat je voor die verantwoordelijkheid niet mag weglopen. Maar je zult het uiterst goed moeten voorbereiden. Militair-technisch is het lang geen eenvoudige klus. Daarnaast moet je de consequenties van zo'n aanpak inschatten en accepteren. Die arrestaties kunnen leiden tot heftige reacties. Er kunnen zelfs nieuwe gevechten uitbreken. Daar moet je op berekend zijn, maar het ontslaat je niet van de verplichting in de tweede periode daaraan aandacht te besteden.

De Seaking helikopter staat klaar om naar Jajce te gaan. Bij de landing doet de Britse boordschutter de deur op honderd meter hoogte alvast open. Zelf hangt hij met één veiligheidsriem buiten boord, steunend op een dun metalen treeplank. Hij verkent het gebied en zegt over de boordradio dat de landingsstrip veilig is. Bukkend loopt het Nederlandse inspectieteam door de hete wind van de rotorbladen. “Valt er nog iets te griepen hier”, vraagt Van den Breemen aan de commandant. “Ja generaal, de mannen willen een vergoeding voor hun persoonlijke spullen die ze bij het onder water lopen van de tenten vorige maand zijn kwijt geraakt.”

In Busovaca, de laatste stop, zit de divisiecommandant van het Brits-Nederlandse sectorvak, generaal-majoor John Kiszely, achter een broodje tonijnsalade. Hij vraagt Van den Breemen of Nederland straks bij de wisseling van de wacht vooral de voorwaartse radar wil laten staan en bemannen in Brancovac. De extra mortier-vuurkracht kan op afroep beschikbaar blijven. Ook hij wil dat alle partijen ervan overtuigd blijven dat de nieuwe NAVO-inspanning voldoende vuurkracht uitstraalt. “Robuuste afschrikking”, noemen de twee generaals het als ze op deze kalme zondagmiddag een toost uitbrengen met een glaasje vruchtensap.

Generaal Kiszely is van mening dat als militairen de indruk weg willen nemen een bezettingsleger te zijn, zij straks meer kleine projecten voor wederopbouw moeten uitvoeren. Door snel te roteren binnen de sector willen de generaals de mannen 'scherp houden' en verveling voorkomen. Waakzaamheid blijft in Bosnië geboden. Op een van de vuile streekbussen in Busovaca staat vers gekalkt op de achterkant: 'dog eats dog'.