INTERNATIONALE SPECTATOR

Realisme is een constante factor in het Amerikaanse buitenlandse beleid. De positie van de VS in de wereld brengt dat met zich mee. Maar om machtspolitiek aan de Amerikaanse kiezers te verkopen wordt meestal een appèl gedaan op ideële motieven, want Amerika heeft, net als Nederland, een neiging tot moralisme.

Oud-ambassadeur Meesman, die Nederland van 1990 tot 1993 in Washington vertegenwoordigde, maakt dat duidelijk in een beschouwing in het oktobernummer van het maandblad Internationale Spectator, dat grotendeels gewijd is aan de Amerikaanse verkiezingen. Een bewijs van zijn gelijk is te vinden in het artikel van de Amerikaanse ambassadeur in Den Haag, K. Terry Dornbush, die erop wijst dat inzet van de Amerikaanse macht niet alleen bedoeld is om agressie af te schrikken, maar ook als middel ter bevordering van mensenrechten, democratie en vrije markt. “Nederland en de Verenigde Staten delen een diepe overtuiging van die idealen”, aldus Dornbush. Overigens maken de diverse beschouwingen overtuigend duidelijk, dat zowel het binnenlands als het buitenlands beleid in een verkiezingsjaar vooral ten doel hebben de herverkiezing van de zittende president te bevorderen. “De enige constante is [Clintons] onbedaarlijk streven naar een tweede termijn.” Republikeinen en Democraten gaan intussen steeds meer op elkaar lijken, omdat de twee partijen, bij hun pogen kiezers bij de ander weg te lokken, elkaars kleren aantrekken.