Het voorzorgsbeginsel

De afgelopen twee weken debatteerde de Tweede Kamer over de uitstoot van CO2 (kooldioxyde) en de hypothetische gevolgen daarvan voor de wereldtemperatuur in de volgende eeuw. Soms plechtig, op het theatrale af: “Voorzitter! D66 acht Nederland in hoge mate verantwoordelijk voor de mondiale effecten van klimaatveranderingen en dus ook voor de oplossing ervan.”

(Mw. Jorritsma-van Oosten, die even voorbij zag aan het feit dat Nederland verantwoordelijk is voor 0,6 procent van de werelduitstoot van CO2). Maar soms ook heel wijs, zoals bijvoorbeeld kamerlid Van Middelkoop (GPV) die met vijf andere kamerleden een waardevol rapport inbracht over het klimaat in de toekomst: “Als wij, om een simpel voorbeeld te gebruiken, de architect Jacob van Campen erkentelijk zijn omdat hij 350 jaar geleden ons de schoonheid schonk van het Koninklijk Paleis op de Dam in Amsterdam, waarom zouden over drieënhalve eeuw na nu de mensen ons niet erkentelijk mogen zijn voor ons goede beheer van natuur en cultuur?”

Van Middelkoop werkt dit voorzorgsbeginsel uit op drie manieren: “Aan de Christelijke levens- en wereldbeschouwing danken wij het begrip rentmeesterschap. De kern daarvan is dat God aan de mens natuur en milieu in beheer heeft gegeven, niet alleen aan onze generatie, maar aan alle generaties. Zo is er een morele gemeenschap van alle generaties die ons verplicht de belangen van toekomstige generaties te laten meewegen in onze actuele beslissingen. Een houding van 'na ons de zondvloed' is derhalve immoreel. Een samenhangende bouwsteen is het liberale schadebeginsel, dat zegt dat het beperken van onze vrijheden nu, bijvoorbeeld in de sfeer van consumptie en produktie, gerechtvaardigd kan worden door het voorkomen van schade aan anderen, in casu de na ons komende generaties. Anders gezegd, het is niet geoorloofd het huis uit te wonen en de hypotheek aan de volgende generaties over te laten.' En tenslotte: 'een derde bouwsteen van meer sociaal-democratische signatuur is het beginsel van een redelijke gelijkheid van kansen en solidariteit. Vertaald naar ons thema wil dit zeggen dat wij de kansen die het milieu ons thans biedt niet zodanig mogen benutten dat wij daarmee de kansen van komende generaties teniet doen of ernstig belemmeren.”

In deze zorgvuldige Kamerbrede onderbouwing van het voorzorgsbeginsel kon iedereen zich vinden. De toekomst is onzeker, en niemand weet hoeveel warmer de aarde zou kunnen worden, maar toch is het nu al urgent om na te denken wat we er tegen kunnen doen. Straks is het misschien te laat.

Het beroemdste voorbeeld van een grote, toekomstige onzekerheid die cruciaal is voor ons huidige gedrag werd 300 jaar geleden geformuleerd door de Franse wijsgeer Blaise Pascal. Hem ging het niet om de temperatuur van de aarde, maar die van de hel. Veel mensen - aldus Pascal - missen de zekerheid van het geloof. En geen enkel mens weet hoe God - zo Hij al bestaat - hem zal oordelen. Maar is het altijd beter om Gods toorn niet te riskeren?

Er zijn immers twee misrekeningen, maar de één daarvan is oneindig veel erger dan de andere. Leven wij erop los zonder God of Gebod maar ontmoeten wij onze maker, dan kan hij ons wegsturen naar de verdoemenis. Dat is de ene mogelijke misrekening. Ook is het denkbaar dat wij proberen godvruchtig te leven, maar dat toch de dood het einde van alles is. Misschien hebben wij dan onnodig afgezien van aardse genoegens, maar dat is slechts een minuscule prijs vergeleken met de straf die ons wacht wanneer wij ten onrechte geen rekening houden met een God. Zo concludeert Pascal dat ook wie het niet weet toch moet handelen alsof Gods toorn zeker bestaat.

Zo denkt ook onze Tweede Kamer op dit moment over de klimaatverandering. Alle prognoses zijn heel onzeker, maar stel je eens voor dat wij nu niets doen en straks Zutphen aan zee ligt. Misschien kan dan het rijke Nederland zich nog redden, maar niet Egypte of Bangladesh. Toch is het voorzorgsbeginsel in deze vorm niet compleet. Zoals Kamerlid Klein Molenkamp (VVD) terecht opmerkte is nog steeds een kosten-batenanalyse noodzakelijk. Bij het dilemma van Pascal is de straf, ingeval wij God loochenen maar hij toch bestaat en ons verwerpt, oneindig hoog en dan wordt de kosten-batenanlyse eenvoudig. Bij de klimaatonzekerheid laat het rapport van de commissie-Van Middelkoop duidelijk zien dat een hogere wereldtemperatuur niet fataal zal zijn. Kosten en baten blijven dus relevant.

De wiskundige optietheorie verschaft dan een beslismodel om bij zo veel onzekerheid een afweging te maken. In dit geval gaat het vooral om twee merkwaardige feiten. Een voetnoot op pagina 59 van het rapport van de commissie-Van Middelkoop meldt dat de prognoses van de VN voor de mogelijke toename in de wereldtemperatuur voortdurend naar beneden worden bijgesteld. Vijf jaar geleden dacht de VN dat de temperatuur in het jaar 2100 3,5 graden hoger zou zijn dan vandaag; in 1992 was de voorspelling nog 2,8 graden en nu nog maar 2,0 graden. Nieuw onderzoek naar de effecten op de atmosfeer van andere gassen dan CO2 leidt voortdurend tot neerwaartse bijstellingen in de voorspellingen.

Merkwaardig is ook dat temperatuurmetingen vanuit weersatellieten al 18 jaar lang suggereren dat de aarde niet warmer maar kouder wordt. Er zijn dan ook congressen van verontruste meteorologen die niet begrijpen waarom de VN-commissie daar geen rekening mee houdt. Richard Lindzen, hoogleraar meteorologie aan het Massachusetts Institute of Technology, heeft al de angst uitgesproken dat op den duur de VN-commissie uiteindelijk haar gezag in de ogen van de wetenschap zal verliezen: “Maar dan zijn de leiders van de VN-commissie allang met pensioen”.

Nu de voorspellingen voor het jaar 2100 snel in de gunstige (neerwaartse) richting worden herzien en bovendien belangrijke feiten geen plaats vinden in de rekenmodellen, wordt het volgens de optietheorie steeds verstandiger om nog niet definitief te besluiten over kostbare investeringen. Wij willen niet overhaast 750 miljoen gulden opmaken aan een overbodige voorzorg. Vijf jaar geleden waren de voorspellingen van de VN-commissie nog alarmerend, vandaag is het al heel moeilijk om vol te houden dat er meer aan de hand is dan de normale schommelingen in de temperatuur, en over twee jaar is misschien niets over van de bangmakerij. Waarom dan nu 750 miljoen weggehaald bij het fonds voor de infrastructuur - een bron van toekomstig werk en inkomen - om al dat geld mogelijk te verspillen aan een probleem dat over een paar jaar niet meer bestaat?

Een van de Nederlandse deskundigen, prof. Böttcher uit Leiden, liet zich onlangs al in het Algemeen Dagblad overeenkomstig uit. Uitstel is hier de verstandige optie - absoluut niet omdat de klimaatproblematiek niet dreigend is, maar omdat de dreiging weleens in zo'n snel tempo zou kunnen verdwijnen, dat wij ons goede geld beter nog niet kunnen uitgeven. Betuwelijn, HSL en Maasvlakte II hebben haast: uitstel betekent dat Nederland terrein verliest op Frankrijk en Duitsland. Klimaatbeheersing is misschien nog belangrijker, maar kan beter twee of drie jaar wachten. Laat de VN-commissie nog maar een nieuwe ronde onderzoek organiseren en beter rekening houden met de kritiek op het rapport van 1995. Ook dat is immers een toepassing van het voorzorgsbeginsel: niet te lichtvaardig geld uitgeven dat wij voor onze kinderen ook prudenter kunnen beheren.