Een man een man, een woord een woord

Zou Vonhoff er nog staan, op de Dam?

De ex-commissaris van de koningin overkwam op die woelige zaterdagavond in het hartje van Amsterdam iets zonderlings. Hij bereikte het zenit van zijn carrière na zijn carrière. Dat is slechts weinigen gegeven. Met zijn massieve gestalte voortdenderend over het plaveisel, aan het hoofd van de ontredderde troepen, wist hij de ogen van gans de natie op zich gericht.

Hier werd geschiedenis geschreven. Een bommelding bij de AKO-literatuurprijs, paniek, vechtende fotografen, het werd tijd dat iemand met natuurlijk gezag orde op zaken stelde. Vrouwen en kinderen eerst, uiteraard, maar daarna moest er ruim baan komen voor de ex-commissaris. In tijden van nood is het goed dat de mensen aan hun rituelen vasthouden.

Het juryrapport! Wie anders dan hij kon dat uit zijn hoofd voordragen?

En dus begon hij na een waarschuwende aanloop (''Eh...éh...éh...'') te bulderen als een evangelist tegen een verzameling ongelovige dronkelappen. Achter zijn bulderbaanbrede rug verschool zich verschrikt de crème de la crème van de Nederlandse literatuur.

“Waar is Kousbroek?” riep Sonja Barend enkele malen vertwijfeld.

Niemand die het wist. En De Winter? Ook al verzwolgen in de massa.

Het deerde Vonhoff niet, dit was zijn heerlijkste uur, en niemand zou hem dat afhandig kunnen maken.

Zijn volzinnen woeien heerszuchtig over de Dam. “In Kousbroek zien we het hervinden van zijn eigen ik in zijn eigen omgeving...” (Zou de schrijver soms al op de terugweg zijn naar huis, vroegen de argeloze thuiskijkers zich af).....“Dan is er de worsteling met Bolland....en toch slaagt Van Oostrom erin om gefundeerd en boeiend speculatief de tijd van Maerlant gestalte te geven....en daarom heeft de jury besloten...”

Sonja Barend probeerde hem tot bedaren te brengen, maar zelfs als op dat moment de aangekondigde bom tot ontploffing was gebracht, zou Vonhoff als enige fier overeind zijn gebleven en zijn juryrapport tot de laatste letter hebben gedeclameerd, terwijl de afgerukte lichaamsdelen hem om de oren woeien. Een man een man, een woord een woord.

Het was adembenemende televisie. Te spannend voor woorden eigenlijk. Zou het niet in scène zijn gezet? Die gedachte drong zich onmiddellijk op. Televisie verdient immers ons diepste wantrouwen als spontaniteit en improvisatie gesuggereerd worden. Dan ligt het bedrog altijd op de loer. Maar zou de VARA dát durven riskeren na een eerder echec met de AKO-literatuurprijs? Het leek niet waarschijnlijk. Langzaam begon het tot de kijker door te dringen dat hij glimpen zag van de barre realiteit. Vonhoff acteerde zichzelf, Sonja deed haar uiterste best om zichzelf te blijven, en daar omheen zwierven enkele lijkbleke schrijvers en een halfdronken boekverkoper van de AKO. En de politieagenten die het groepje opstuwden, waren niet afkomstig uit de VARA-serie Unit 13, waarvan het slot nota bene onderbroken werd voor de live-uitzending vanaf de Dam.

De volgende dag kon er uitvoerig nagekaart worden in De Plantage, maar de magie was er toen af. Vonhoff was er niet. Sonja Barend wilde niet onthullen wie de daders achter de bommelding waren: “Zulke zakken moeten niet genoemd worden.” Hanneke Groenteman verzuimde aan te dringen. Haar journalistieke instinct moet nog bevangen zijn geweest van de schrik.

Kees van Kooten en Wim de Bie noemden later op de avond A.F.Th. van der Heijden, de zich immer misdeeld voelende succesauteur. Ik houd het liever bij mijn eigen scenario. Wie er ook genoemd mogen worden, welke bizarre geruchten er ook de ronde zullen doen, één persoon mag in ieder geval niet uitgevlakt worden.

Hij zou tijdens het galadiner in de Beurs van Berlage even naar achteren kunnen zijn gelopen. Bij de toiletten vond hij een telefooncel. Terwijl hij de hoorn pakte, liet hij bijna het juryrapport uit zijn bezwete handen vallen. Het was het enige moment van die avond waarop hij nerveus was. “Eh...éh...”, kreunde hij even. Hij kneep zijn neus dicht en zei met een hoog stemmmetje: “Er ligt een bom bij Sonja.”

Toen liep hij stralend terug naar zijn tafel. Zijn feest kon beginnen.