'Blij als een kind na een foto met Jos'

Ik was dertien toen ik voor het eerst een Formule I-wedstrijd op tv zag. Dit is het helemaal, dacht ik meteen. Die snelheid, dat gevaar. Ongelooflijk wijs.

Ik begon er tijdschriften over te kopen, zelfs buitenlandse. Ook kocht ik toen m'n eerste bouwdoos, zodat ik zelf m'n eigen Formule I kon maken. Ik was constant met die sport bezig. M'n prestaties op school leden daar onder. Blijven zitten, zakken voor m'n examen, dat soort dingen.

Ik weet echt zo'n beetje alles van de coureurs die sinds begin jaren zeventig in de Formule I hebben gereden. Ik heb ze ook allemaal wel een keer een foto van zichzelf gestuurd met de vraag of ze die willen retourneren met een handtekening. Soms duurt het een jaar voor ik iets terugkrijg. Als ik al iets terugkrijg, want dat is niet altijd het geval. Iedere keer dat ik wel wat ontvang, maak ik een vreugdesprongetje.

Jarenlang heb ik zitten wachten tot een Nederlander zou doordringen tot de Formule I. Dat leek me zó fantastisch. Jos wordt een hele grote. Leken denken daar anders over, die zien alleen maar dat hij steeds uitvalt. Maar hij heeft nog niet het goede materiaal. Dat hij talent heeft staat echter vast. Wat namelijk telt is de stuurmanskunst. En die heeft hij!

Laatst heb ik de rechterachterband gekocht van de auto waarmee Jos vorig jaar in Monaco zou hebben gereden als het had geregend. Driehonderd piek kostte-ie. M'n vrouw vindt dat een hoop geld voor een stuk rubber.

Ik heb Jos één keer ontmoet. Ik stond te trappelen van ongeduld om met hem op de foto te kunnen. Op die foto lijk ik net een kind, zo blij. Soms denk ik wel: man, man, man, je bent 36, getrouwd en hebt twee kinderen. Ooit dacht ik dat die gekte met het ouder worden over zou gaan. Inmiddels weet ik dat het nooit overgaat.