Belgisch ongenoegen

DE KONING DER Belgen heeft gesproken en het volk heeft gedemonstreerd. De 'witte mars' in Brussel is waardig verlopen, zoals de organisatoren - de ouders van de vermiste en vermoorde meisjes - het hadden gewild. België heeft in grote eensgezindheid zijn verontwaardiging getoond over de wijze waarop het gerechtelijke onderzoek naar de duistere onderwereld van ontvoeringen, porno en moorden wordt uitgevoerd.

De uitspraak van het Hof van Cassatie dat onderzoeksrechter Connerotte in de affaire-Dutroux niet langer te handhaven viel, werd uitgelegd als de zoveelste poging om een onafhankelijk juridisch onderzoek in de doofpot te laten verdwijnen.

Zo is de zaak-Dutroux tijdelijk de zaak-Connerotte geworden, maar het gaat allang niet meer over een vulpen en een bord spaghetti, de onhandigheid van Connerotte die door de verdediging van Dutroux werd gebruikt om hem te beschuldigen van bevangenheid. Ook al bestonden hiervoor juridische gronden, de Belgische bevolking heeft de ontheffing van Connerotte aangegrepen om haar onvrede met het juridische systeem kenbaar te maken. En niet alleen met de onafhankelijkheid van het juridische apparaat, maar met het hele Belgische systeem van verpolitiekte benoemingen en van een byzantijnse overheid.

Koning Albert heeft dit gevoel van ongenoegen afgelopen vrijdag treffend verwoord. Met zoveel woorden beschuldigde hij de staat van grove nalatigheid in zijn primaire taak om de veiligheid van de onderdanen te waarborgen. Minister van Justitie De Clerck voorzag de woorden van de koning onmiddellijk van goedkeuring - ook de Belgische grondwet kent de ministeriële verantwoordelijkheid voor de koning - maar Albert ging uitzonderlijk ver met zijn oproep het justitiële systeem te hervormen. Daarmee deed hij wat het Belgische kabinet tot dan toe had nagelaten: compassie tonen met de slachtoffers en het wantrouwen van het volk legitimeren. De koning nam de ruimte om zich op te werpen als symbool van nationale saamhorigheid in moeilijke tijden. Vervolgens maakten premier Dehaene en minister De Clerck dankbaar van Alberts vrijmoedigheid gebruik om hervormingen van het justitiële stelsel aan te kondigen.

IN BELGIË ligt de maatschappelijke onvrede dicht onder de oppervlakte. Vlaanderen, Wallonië en Brussel leven in federaal verband naast elkaar en dit heeft de verpolitisering van het staatsapparaat eerder bevorderd dan beperkt. De politieke patronage loopt in België door alle geledingen van de overheid en de publieke instellingen die daarmee direct of indirect verbonden zijn. Dit is geen afwijking, maar het behoort tot de kenmerken van het Belgische staatsbestel. Zo betekent de toezegging dat een einde zal worden gemaakt aan de politieke benoemingen van gerechtelijke functionarissen, dat de grondwet moet worden aangepast.

Behalve de talrijke onopgehelderde schandalen met politieke vertakkingen heeft België ook nog te maken met sociaal-economische versoberingen. Het kabinet-Dehaene heeft alles gezet op deelname van België aan de eerste groep voor de monetaire unie en voert daarom een lang uitgesteld bezuinigingsbeleid om de criteria van het Verdrag van Maastricht althans op papier te naderen. Per decreet is de begroting voor 1997 doorgevoerd. De opgelopen staatsschuld, het gevolg van overheidsuitgaven waarmee de regionale tegenstellingen van België werden afgekocht, en het verkalkte systeem van sociale voorzieningen worden zonder parlementaire controle aangepakt. Dat is niet bevorderlijk voor het geloof van de bevolking in de gezonde werking van de democratische instellingen.

DE DEMONSTRATIES van de afgelopen week, culminerend in de 'witte mars' van zondag, richtten zich tegen al deze elementen van de vertrouwensbreuk tussen de bevolking en haar bestuurders. Misschien was het geen volksopstand die België in de straten beleefde, maar het kwam er wel dicht bij. Op de schouders van de politiek verantwoordelijke leiders rust de taak om dit ongenoegen snel in democratische banen te leiden.