België dreigt 'contrat social' op te zeggen

BRUSSEL, 21 OKT. Gekookte en ongekookte spaghetti werd gisteren meegevoerd in de massale demonstratie in Brussel. Maar het ging de Belgen om veel meer dan de wegens het eten van een bord spaghetti gewraakte onderzoeksrechter Connerotte.

De honderdduizenden in de betoging verzetten zich tegen alle 'hooggeplaatsten': niet alleen tegen het Hof van Cassatie, dat Connerotte van de zaak rond kinderontvoerder Marc Dutroux afhaalde, maar tegen justitie en politiek in het algemeen. Een in België altijd al diepgeworteld wantrouwen tegenover de machthebbers barst nu naar buiten. “We blijven op straat, we geloven niets meer”, verklaarde één van de demonstranten.

Een revolutie is het niet. Maar de Belgische bevolking dreigt wel het contrat social, de stilzwijgende overeenkomst tussen burgers en machthebbers, op te zeggen. De Belgen hebben er genoeg van dat schandalen over moorden en corruptie telkens onopgelost blijven. Ze verdenken justitie en de politiek ervan jarenlang affaires in de doofpot te hebben gestopt. Tegelijkertijd zeggen de betogers dat ze de vertrouwensbreuk met politiek en justitie graag willen herstellen.

Maar de politiek was de afgelopen dagen de grote afwezige, tot het moment dat premier Dehaene gisteravond, onder de indruk van de enorme demonstratie, van de ene televisiestudio naar de andere snelde om stappen van de regering aan te kondigen. Sommige demonstranten hadden de politiek al dood verklaard. “De Belgische politiek bestaat niet”, zei een Waalse betoger. “Alleen de Belgen bestaan.”

Het merkwaardige is dat de politici de Belgen die niet meer in de autoriteiten geloven nog gelijk geven ook. Ze bevestigen de groeiende kloof tussen politiek en kiezers en erkennen de juistheid van de publieke klachten.

“Wat wilt u dan, dat ik de straat op ga en uitleg dat het toch allemaal niet zo erg is? Dat doe ik niet, want ik geloof het zelf niet!” verklaarde voorzitter Tobback van de Vlaamse socialisten.

Premier Dehaene geeft openlijk toe dat er sprake is van een algemene vertrouwensbreuk en van een vastgeroest gerechtelijk apparaat. Voor de 'witte mars' begon zei hij te hopen dat er, nu de bevolking zijn hart heeft kunnen luchten, met deze betoging een einde zou komen aan het volksprotest. Maar het ziet er niet naar uit dat de publieke roep om snelle maatregelen zal verstommen. Veeleer is dit nu pas het begin.

Mensen die nog nooit in hun leven gedemonstreerd hadden, gingen gisteren de straat op. Zij hebben nu een stap gezet en ze zullen niet tevreden zijn totdat ze resultaat zien. De politieke klasse in België lijkt geen vat meer te hebben op de onbeheersbare krachten in de Belgische samenleving die zijn losgekomen - krachten die Walen en Vlamingen en alle klassen verenigen.

Pag.5: Belgische bevolking eist antwoord van politiek

De communautaire ruzies, die in België zo gemakkelijk losbarsten, blijven uit. Een paar weken geleden dreigde even een communautair opstootje, toen voorzitter Van Peel van de Christelijke Volkspartij suggereerde dat Dutroux in Vlaanderen niet zo gemakkelijk een uitkering zou hebben gekregen. Maar hij nuanceerde zijn uitspraak snel. Angstvallig hielden politici zich gisteren buiten de 'witte mars', uit vrees beschuldigd te worden dat ze munt slaan uit de situatie. Uit angst ook dat alle verzet zich tegen hen gaat richten. Politici hielden immers het justitie-apparaat met zijn politieke benoemingen en zijn negentiende-eeuwse structuur in stand.

Voorzichtig kondigden politici voorafgaand aan de betoging aan dat ze deze steunen, maar zelf niet zouden meelopen. Zelfs het extreemrechtse Vlaams Blok hoedt zich voor het openlijk opeisen van de onvrede, die toch in hun straatje past: de roep om meer veiligheid en de bezem door de huidige heersende klasse, zijn hun programmapunten. Maar ook het Vlaams Blok is verdacht: de partij behoort al te veel tot de gevestigde orde waartegen de bevolking zich verzet. Slechts enkele extreme groeperingen zoals de linkse Partij van de Arbeid en het rechtse Front National de Belgique, durven zich als partij in de demonstraties te mengen. Maar de bevolking, die toch dreigt zich tot de antipolitiek te wenden, heeft geen interesse voor deze splinterpartijen.

Het volksprotest schreeuwt om een antwoord van de politiek, maar politici geven openlijk toe dat ze slechts zeer beperkte antwoorden hebben. Volgens Tobback is nu justitie aan zet en kan de politiek pas na die eerste stap maatregelen nemen zoals het instellen van externe controle op justitie en het samensmelten van rijkswacht en gerechtelijke politie tot één federale politie. De Waalse premier Collignon komt niet veel verder dan: “Politici zijn niet perfect, maar ze proberen gedurende hun ambtstermijn hun job zo goed mogelijk te doen.” De meest prangende vraag was vorige week: Waar blijft premier Dehaene? Terwijl hij links en rechts met initiatieven werd voorbijgestreefd door de koning en zijn minister van Justitie, had de premier geen bevredigend antwoord op het massale protest.

Pas gisteren, twee maanden nadat de eerste lichamen van slachtoffertjes van Dutroux werden gevonden, kondigde de premier versnelde maatregelen aan waarmee hij in ieder geval de ouders van vermiste en ontvoerde kinderen, die de “witte mars” hadden georganiseerd, enigszins tevreden stelde. Toch lijkt Dehaene overmeesterd door deze situatie waarin hij zijn gebruikelijke stijl niet kan gebruiken. Zijn stelregel luidt: problemen moet je pas oplossen als ze zich stellen. Maar deze problemen zijn nu bijna niet meer op te lossen - ze zijn geworteld in jarenlang falend gerechtelijk beleid. Dehaene verklaarde gisteren dat hij het alleen wil hebben over de kinderen, niet over vastgelopen dossiers uit het verleden. Maar daar wil de bevolking het juist wèl over hebben.

Dehaene is een meester in het bewaren van evenwicht in de complexe Belgische politiek, met altijd ten minste vier partijen (twee Franstalige en twee Nederlandstalige). Hij wist het parlement deze zomer vrijwel uit te schakelen met volmachten om zich te kunnen toeleggen op de criteria voor de Europese muntunie. Maar nu werkt zijn tactiek niet, want het gaat hier niet om de in België klassieke tegenstellingen tussen Walen en Vlamingen of tussen christendemocraten en socialisten - problemen die de premier kan oplossen met compromissen smeden achter gesloten deuren. Nu moet hij de straat op, waar hij wordt geconfronteerd met massaal volksprotest. En nu komt de christendemocratische technocraat, zoals Hugo de Ridder hem omschrijft in het onlangs verschenen Jean-Luc Dehaene, niet veel verder dan de oproep dat de demonstraties moeten stoppen omdat ze schadelijk zijn voor de economie.

Het is niet de eerste keer dat de Belgische bevolking zijn wantrouwen manifesteert. Bij de verkiezingen op 24 november 1991, op wat bekend werd als 'zwarte zondag', stemden de Belgen massaal op extreemrechtse en splinterpartijen. Dehaene wilde toen uit de politiek stappen en terugkeren naar de vakbond, om weer te vernemen wat er onder de bevolking leefde. Hij werd echter overgehaald te blijven en beloofde de kloof te zullen dichten. Daarin is hij niet geslaagd. In een interview in Knack geeft hij openlijk toe dat de kloof groter is dan ooit. En juist in deze periode kondigde de premier aan na dat hij na dit mandaat geen premier meer wil zijn. De media nemen voor een deel de rol van politici over. Vooral in Vlaanderen mengen editorialisten zich actief in het politieke debat. Ook de koning werpt zich op om de volkswoede te kanaliseren. Met zijn ronde-tafelconferentie afgelopen vrijdag voor ouders van verdwenen kinderen sloeg hij wèl de goede toon aan. De bevolking zoekt ook in de ouders van verdwenen kinderen de leiders die ze zo node ontberen. “Gino Russo premier ministre” stond op een van de spandoeken die gisteren werden meegedragen, duidend op de vader van de verdwenen Mélissa. De vader van An Marchal wierp zich vorige week op om de gemoederen te bedaren. Maar de ouders hebben al laten weten dat zij geen politieke rol wensen. Daarvoor voelen zij te veel weerzin voor het systeem dat hen in de steek liet.

Belgen willen uitleg over vastgelopen dossiers verleden