Warme was

TIJDENS HET STRIJKEN van blauwe kledingstukken verandert de kleur van min of meer donkerblauw naar lichter blauw met een zweem rood erin. Enige tijd na het afkoelen herstelt de oorspronkelijke kleur zich.'' Dat schreef mevrouw M.T. uit Den Haag in oktober 1992. Anderen hadden aan dezelfde kleding hetzelfde waargenomen, voegde zij eraan toe. Ook uit de verwijzing naar lakmoespapier en indigo-achtige kleurstoffen was al gebleken dat zij geen grappen maakte.

Interessant genoeg dus, maar in de entourage van het AW-labo werd de brief destijds weggemeesmuild. Nogal wiedes dat een kledingstuk van kleur verschoot als je er een strijkbout op zette, vond men daar. De kleur van platgetreden paden is ook anders dan die van omgespitte grond. Het was gewoon een mechanisch effect van het duwen op de strijkbout.

De brief zakte onder in het dossier, maar kreeg toch een losse vermelding die prompt een reactie opleverde, nu een van meneer of mevrouw C.B. in Oegstgeest. Alweer in huishoudelijke termen en weer met een stille dreiging van verborgen kennis. C.B. kende het fenomeen niet zozeer van blauwe kleren maar vooral van een paars corduroy overgooiertje. “Voor wat betreft de verklaring geloof ik niet in een chemische reactie, maar eerder in een verandering in configuratie van de betreffende kleurmoleculen. Rotaties rond assen, omklappen van ringen, dat soort zaken, bij Akzo weten ze het wel.” Oegstgeest had hetzelfde ook wel gezien bij sommige rode stoffen, maar nooit bij gele of groene.

Pas deze week viel op dat de twee brieven de waargenomen warmte-effecten verschillend beschreven: in Den Haag werd het blauw lichter van kleur, in Oegstgeest werd het paars juist donkerder.

Dus toch een strijkbout opgezocht en met allerhande strijkgoed aan de gang. En waarachtig, een meer frappante bevestiging van de waarnemingen was niet denkbaar. De kleuren geel, groen, grijs, rood en wat daar allemaal op lijkt reageerden in het geheel niet (dus het bovenveronderstelde mechanische effect van strijken is onbeduidend) en het enige verwassen blauwe katoenen overhemd dat op warmtegevoeligheid werd getoetst, verkleurde pardoes naar geel. Een paars overhemd werd donkerblauw. Liet je het hete strijkijzer er twee volle seconden op staan dan waren de contouren van het ijzer ruim een half uur later nog te zien. Dus tot lang nadat de kleding alweer terug was op kamertemperatuur.

In Nederland is nooit veel kleuronderzoek gedaan. De bulk van de kennis zit al meer dan een eeuw bij de kleurstofgiganten in Duitsland en Zwitserland, bij de ondernemingen die destijds de eerste lichtechte organische kleurstoffen synthetiseerden uit de steenkoolteer van de stadsgasfabrieken: BASF, Bayer, Ciba Geigy, Sandoz en nog enige. De lui van aniline, indigo en alizarine.

Erg veel parate kennis sijpelt er vandaar niet door naar de Nederlandse vestigingen, maar de woordvoerder van Ciba Geigy in Arnhem wist te melden dat het fenomeen thermochromie heet en dat het een rol speelt of kan spelen bij àlle typen kleurstof. Daarom moeten kleurstoffen altijd bij een zelfde temperatuur met elkaar worden vergeleken. Hij maakte zich er verder niet erg druk over, want het effect is bijna altijd volledig omkeerbaar. Van thermochromie wordt opzettelijk gebruik gemaakt in plastic speelgoedjes die in warm badwater van kleur veranderen.

Hoe kort werkt het lange-termijn-geheugen! Nauwelijks meer dan een jaar geleden kwam hier een tandenborstel ter sprake die in de warme mondholte van kleur verschiet. Het werkingsmechanisme bleef een raadsel dus werd ermaar een leuke draai aan gegeven. Maar met het juiste trefwoord spuugt de databank een vracht aan nieuwe informatie op het bureau. Er zijn nu al t-shirts te koop waarvan de kleur verandert onder invloed van de lichaamstemperatuur. Ook niet-omkeerbare kleurverandering (bekend van het faxpapier) blijkt onder de noemer thermochromie te vallen.

Voor de commercieel aantrekkelijke reversibele thermochromie worden verschillende mechanismen opgegeven. Het tandenborstel-effect is waarschijnlijk gebaseerd op een systeem van twee componenten waartussen elektronen-uitwisseling (dus oxidatie en reductie) optreedt. De Japanner Suzuki zou er de uitvinder van zijn. Andere omkeerbare kleurverandering berust op het gebruik van vloeibare kristallen, als gevolg van een gewijzigde oriëntatie van moleculen.

Wel, het leek niet goed voorstelbaar dat er in een corduroy overgooiertje een elektronenspel tussen twee componenten plaats vindt of dat een verwassen blauw overhemd vloeibare kristallen bezit. Gelukkig was daar dan emeritus hoogleraar dr. H. Wijnberg in Haren die het verlossende woord kon spreken. De temperatuurgevoeligheid van veel organische kleurstoffen, dus ook die van textiel-kleurstoffen, is inderdaad overwegend een gevolg van een verandering in configuratie (een cis-trans-isomerie om precies te zijn), een wijziging in de ruimtelijke structuur die de samenstelling intact laat. Het verschijnsel is al lang bekend, zegt Wijnberg, en een duik in de Chemical Abstracts levert hem een vermelding op van thermochromie bij dixanthyleen in 1931 (door Alexander Schönberg).

Een datering die verrassend goed overeenstemt met de geschatte ouderdom van een verschoten doosje Thermochrom-waskrijtjes van de firma A.W. Faber Castell dat in een ongebruikte zuurkast van het AW-labo werd gevonden. De krijtjes, destijds door een handige handelsreiziger gesleten aan boekhandel D. Spaanderin Wormerveer, waren bedoeld voor fabrieksarbeiders die snel wilden weten hoe heet een object of oppervlak was. Streken zij met de makkelijk smeltende toverstokjes over het hete oppervlak dan viel uit de kleurverandering van de streep en een ijktabel de temperatuur af te leiden.

Veel van de toverkracht is, in die zestig jaar verloren gegaan. Hoe heet een strijkbout wordt, staat nog steeds te bezien. Wat blijft is de vreselijk stank van de brandende was.