Vonnis verrast apothekers in procedure Zilveren Kruis

ROTTERDAM, 19 OKT. De uitspraak van de vice-president van de Amsterdamse rechtbank in het conflict tussen Zilveren Kruis en de apothekers, dat voortvloeit uit de plannen voor postorderfarmacie, kwam in de late donderdagmiddag toch als een kleine verrassing. Voor de Rotterdamse en Haagse rechtbank hadden de apothekers het al op alle fronten kansloos verloren van ziekenfonds en pariculiere ziektekostenverzekeraar Zilveren Kruis Groep. Het Amsterdamse vonnis zou daar naar verwachting niet veel van afwijken, maar vice-president mr. W. Tonkens-Gerkema bleek daar anders over te denken.

De apothekers, die zich door de postorderfarmacie in hun bestaan bedreigd voelen, hebben weinig mogelijkheden om Zilveren Kruis het leven zuur te maken. Hoe weinig wapens ze ook hebben, het niet langer declareren op diskette, maar op papieren factuur blijkt het bedrijf toch 'zwaar te treffen'. En omdat de landelijke apothekersorganisatie KNMP heeft gezegd dat de onderhandelingen op regionaal niveau worden gevoerd, moest Zilveren Kruis tot drie maal toe in een ander arrondissement naar het middel van een kort geding grijpen om de apothekers tot de orde te roepen. In dit 'rondtrekkende circus', zoals de Haagse president het noemde, hebben de apothekers nu twee maal nul op het request gekregen, de laatste keer - in Amsterdam - hebben zij niet op voorhand verloren. Het Zilveren Kruis eist namelijk dat de apothekers weer declareren op diskette én aanschuiven aan de onderhandelingstafel. Maar om die laatste eis in te willigen, zo stelt de Amsterdamse magistraat, moet er wel iets van een onderhandelingsvoorstel op tafel liggen. En dat wil de rechter eerst bekijken voordat ze de apothekers een bevel geeft om weer te gaan onderhandelen, gekoppeld aan de plicht om weer op diskette aan te leveren.

Het is overigens niet onwaarschijnlijk dat de Haagse president de aktie van het aanleveren per diskette ook wat milder had beoordeeld, als hij daarover juist was ingelicht. Ter zitting werd vanuit de zaal naar voren gebracht, dat Zilveren Kruis 'miljoenen schade' lijdt door de administratieve rompslomp. Een kleine rekensom leert echter dat hooguit sprake kan zijn van enkele tonnen. Dat betekent dat de aktie van de apothekers bovenop de gebruikelijke uitgaven van 100 miljoen voor een schade zorgt, die op ongeveer een half procent uitkomt. De meeste bedrijven die met stakingen te maken krijgen zouden zo'n bedrag graag voor lief nemen. De Haagse president meende door de 'miljoenenclaim' echter dat de aktie de grenzen van redelijkheid en billijkheid overschrijden.

Opmerkelijk in de uitspraak van de Haagse president is bovendien dat hij niet ingaat op de zogeheten contracteervrijheid, die zorgverzekeraars niet meer verplicht om met 'medewerkers' (zoals apothekers) in zee te gaan. Als in een contract tussen een zorgverzekeraar en apothekers kan worden bepaald dat zij hun declaratie op diskette aanleveren, zijn zij dat verplicht. Essentie in de onderhavige kwestie is nu juist dat partijen op 1 juli niet tot een nieuw contract konden komen en dus ook niets hebben vastgelegd over de wijze waarop de kwitantie van de verzekerde wordt aangeleverd. In de uitspraak van de Haagse president lijkt het er op dat er nog zoiets als een contract is, waaraan de apothekers niet tegemoet wensen te komen.

Maar los daarvan is de grote vraag nu wat het onderhandelingsvoorstel dat de Amsterdamse rechtbank wil zien, gaat inhouden. Het moet in elk geval gaan om 'de invoering van postorderfarmacie'. En dan zal het vooral om de 'medicatie-bewaking' moeten gaan draaien, want daar zou de grootste pijn zitten. Met die medicatie-bewaking is de apotheker steeds zo veel mogelijk op de hoogte van wat de patiënt slikt. Dreigt die twee 'conflicterende stoffen' te moeten gebruiken, dan gaan in de apotheek bellen rinkelen. Ook de apotheek heeft daarvoor geen waterdicht systeem, want als de patiënt in het weekend naar een andere apotheek gaat, dan faalt het al. De apothekers menen dat van het systeem in elk geval helemaal niets over blijft als de patiënt zijn middelen - vooral voor chronische aandoeningen - thuis bezorgd krijgt uit een centrale apotheek van Zilveren Kruis en voor andere preparaten naar de apotheek op de hoek moet.

Zilveren Kruis heeft al bedacht dat dit ondervangen kan worden door de patiënt een 'medicijnenpaspoort' te geven. In dat geval heeft de voorschrijver een overzicht van wat hij krijgt en de apotheker kan dat nagaan door de gegevens van het paspoort af te lezen. Als dat het onderhandelingsvoorstel van Zilveren Kruis wordt, dan zal dat mogelijk snel tot een overeenkomst leiden. Maar dan ook zal blijken dat daar niet het echte probleem van de apothekers zit.

Mocht het postorderen immers een succes blijken te zijn, dan verliest de apotheker een fors deel van zijn cliëntele. De medicatie van chronische patiënten is goeddeels de kurk waarop de apotheek drijft.

Pas wanneer dat duidelijk wordt zal discussie ontstaan over het eigenlijke, meer maatschappelijke probleem, namelijk of er behoefte is aan een apotheek in de wijk. Heeft de patiënt er behoefte aan tekst en uitleg te krijgen over het medicijn dat hij voorgeschreven krijgt, of kan hij toe met bijsluiter en postbode? Bovendien wordt dan duidelijk of een postorderbedrijf zich kan beperken tot het versturen van medicijnen voor chronische aandoeningen of dat het ook 'produkten op maat' kan leveren. Een deel van het werk van een apotheek bestaat immers nog altijd uit speciale bereidingen voor bepaalde patiënten. En op die afleveringen kan hij verlies lijden, omdat de routine-matige aflevering van produkten aan chronische patiënten dat verlies ruim compenseert.

Als de apotheek overblijft - naast de postorderfarmacie - om voor nood- en zeldzame gevallen te zorgen én hij daarvoor een toereikend tarief zou krijgen, volgt de vraag of er dan nog ruim 1.500 officiene apothekers in Nederland nodig zijn. Er grote stad zou wellicht met een stuk of vier toekunnen.

Met die fundamentele discussie hadden de onderhandelingen begin dit jaar van start moeten gaan. Immers, pas als duidelijk is dat de apotheek in zijn huidige vorm wel of niet kan worden gemist, kan worden onderhandeld over de vraag hoe de toekomst er uit moet gaan zien.