Verlaten kinderen zijn een nationaal probleem in Roemenië; De verschoppelingen van Ceausescu

Kinderen zijn de belangrijkste slachtoffers van de vernietiging van het Roemeense familieleven door de voormalige dictator Nicolai Ceausescu. In Boekarest zwerven 1.500 straatkinderen, verslaafd en ziek. Zo'n honderdduizend kinderen leven in tehuizen, door hun ouders achterlaten. 'Families kunnen zich hun eigen kinderen niet meer permitteren.'

De kinderen zijn niet thuis. Onderaan de ijzeren trap naar het riool zijn tussen het kniehoge afval hun sporen zichtbaar: kauwgompapiertjes, kleverige plastic zakjes en lege glazen flesjes voor de lijmstof 'Aurolac'. Dit is hun toevluchtsoord voor straks, voor de winter. Nu hangen ze rond op het beruchte station in Boekarest, Gara de Nord. Dieseltreinen stoten hun zwarte rook uit over de beroete perrons en de zwervers die geen betere plaats kennen. Een jongen van dertien schopt naar een jongen van zestien en roept 'Van Damme! Van Damme!', naar de gespierde Belgische filmheld. Als hij zijn karatetrappen heeft uitgedeeld, drukt hij zijn neus in een plastic zak en ademt de Aurolac in. Zijn ogen staan minder dof dan die van zijn voortdurend inademende lotgenoten en hij is nog in staat iets te zeggen: “Ik snuif, omdat ik honger heb.” Aurolac kost 1500 lei (75 cent) per flesje, een brood 300 lei.

In de Roemeense hoofdstad Boekarest zwerven volgens hulpverlener Paul Toma ongeveer 1.500 straatkinderen, meest jongens. “Daarvan zijn er vijfhonderd die overdag door hun ouders de straat op worden gestuurd om geld binnen te halen, en duizend echte straatkinderen.” De kinderen leven voor hun Aurolac en van kleine diefstallen, bedelen en prostitutie.

Volgens kinderarts Rodica Nanu, die geregeld straatkinderen onderzoekt in haar polikliniek, is hun gezondheid slecht. “Meestal komen ze hier met klachten over de luchtwegen ontstaan door koude en zeker ook Aurolac.” Een collega van haar voorspelde dit voorjaar een epidemie van geslachtsziekten onder de straatkinderen. Zij constateerde op dat moment vooral een snelle toename van syfilis bij kinderen tussen de tien en de veertien jaar.

De straatkinderen zijn niet de enige verlaten kinderen in Roemenië. Ongeveer honderdduizend kinderen, onder wie geestelijk en lichamelijk gehandicapten, leven in tehuizen van de staat. De meesten zijn door hun ouders in de steek gelaten, soms tijdelijk maar vaak voorgoed. Roemeense èn buitenlandse hulpverleners schatten dat slechts tussen de één en de tien procent van de kinderen in de tehuizen wees is.

De verlaten kinderen worden inmiddels beschouwd als een nationaal probleem. Zij zijn de slachtoffers van de vernietiging van het Roemeense familieleven onder de in 1989 verdwenen dictatuur, en van de economische malaise. De Roemeense regering heeft dit jaar een 'Nationaal Plan van Aanpak voor Kinderen' opgesteld, dat ouders moet stimuleren om hun kinderen niet langer af te staan aan een tehuis. “Mijn kantoor zit heel dicht bij dat van premier Vacaroiu en ik kan dus zo bij hem binnenlopen”, zegt topambtenaar Ecatarina Laudatu, voorzitter van het Comité voor Bescherming van het Kind. “Dat betekent dat de kinderen voor de regering de hoogste prioriteit hebben.”

Toch hebben Roemeense en buitenlandse hulpverleners het idee dat de regering zich echter drukker maakt over politiek (de presidentsverkiezingen zijn volgende maand). Het in 1993 opgerichte comité van Laudatu heeft volgens hen de afgelopen drie jaar weinig bereikt. De overheid beschikt zelfs nauwelijks over statistische gegevens over kinderen, behalve dat zij ongeveer een derde deel uitmaken van de bevolking van 23 miljoen.

Kinderen brengen Roemenië al langer in verlegenheid. Na de revolutie in 1989 schokten foto's en televisiebeelden van ernstig verwaarloosde kinderen in tehuizen de wereld. Velen van deze kinderen bleken bovendien te zijn besmet met aids door bloedtransfusies en injecties met besmette naalden. Inmiddels zijn vijf van de tien Europese kinderen met aids of hiv-besmetting Roemeens; voor de kinderen onder de twaalf is dat zelfs negen van de tien.

Geboortegolf

De Roemeense kinderen zijn in zekere zin de kinderen van Nicolai Ceausescu. De voormalige dictator verbood in 1966 alle voorbehoedmiddelen en abortus en introduceerde subsidies voor grote gezinnen. Begin jaren zeventig leidden deze maatregelen tot een geboortegolf. Deze babyboomers waren in 1989 de jonge studenten die de straat opgingen en Ceausescu op het bordes uitjoelden. Het betekende de aanzet tot de val van de dictator, die zou worden aangeduid als de 'Revolutie van de Kinderen'. “De revolutie gaf een unieke kans om werkelijk iets te verbeteren aan het lot van de kinderen in dit land, maar die kans is niet benut”, vindt de arts Mihai Rosca nu.

Rosca is projectdirecteur bij de liefdadigheidsinstelling Asklepyos in Cluj, die met particuliere giften uit overwegend Groot-Brittannië kroostrijke arme families ondersteunt. Volgens Rosca zijn er verschillende manieren waarop ouders hun kinderen in de steek laten. “Het meest gebruikelijk is dat kinderen naar een ziekenhuis worden gebracht. Dan roepen de ouders heel hard dat er sprake is van een levensgevaarlijk ongeval. Terwijl de artsen zich over het kind buigen om het leven te redden, rennen de ouders weg zonder identiteitspapieren achter te laten. Het kind wordt dan even opgenomen in het ziekenhuis en gaat dan naar een weeshuis.”

De economische misère in Roemenië, een van de armste landen in Midden-Europa, is volgens hulpverleners op dit moment de katalysator van de verlatingen. Massa-ontslagen begeleiden de privatisering van staatsbedrijven en de inflatie holt bijna wekelijks de inkomens uit. Het gemiddelde maandsalaris in Roemenië is 160.000 lei, tachtig gulden. “Families kunnen zich hun eigen kinderen niet meer permitteren”, zegt Rosca. “Ze sturen hen naar een tehuis waar ze in elk geval te eten hebben.”

Tien jaar geleden is vader Georghe Tifus gestorven nadat hij op zijn fiets werd aangereden door een auto. Zijn portret hangt aan de muur van het driekamer-appartement. Moeder Maria woont hier met zes van haar kinderen. Twee meisjes slapen in een bed in de eetkamer, waar aan tafel het huiswerk wordt gemaakt. Drie jongens in een bed in de slaapkamer, waar alle kleren zijn opgeslagen. Maria met haar jongste dochter in de kleinste kamer. Maria is 49 jaar, maar ziet er eruit als in de zestig. Ze is te ziek om te werken en ontvangt alleen een pensioen van haar man, van 118.000 lei. Samen met de kinderbijslag komt dat op 150.000 lei per maand. De huur is 70.000 lei, zodat 80.000 lei overblijft voor de energie-rekening, eten, kleren, schoolspullen en schoolgeld voor twee kinderen. Aan de wand hangt een geborduurd kleed met een beeltenis van Christus en de tekst: 'Wij moesten feestvieren en vrolijk zijn, want uw broeder hier was dood en is levend geworden, hij was verloren en is gevonden.' (Lucas 15:32) De familie is in Roemenië traditioneel zeer hecht, warm en belangrijk als een toevluchtsoord in een woelige wereld. “De Roemenen hebben zich teruggetrokken in eigen kring”, vertelt Mircea Mirclea, hoogleraar psychologie aan de universiteit van Cluj. “Door de geschiedenis heen zijn ze geknecht door Hongaren, Turken, Tartaren en Russen. Daar komt bij dat voor de Tweede Wereldoorlog de arme boerenbevolking werd uitgebuit door de grootgrondbezitters. Na de komst van het communisme werd de bevolking geterroriseerd. De buren vertrouwen ze niet, maar in de familie kunnen ze vrijuit spreken.”

Dat zulke hechte gezinnen hun kinderen in de steek laten, is dan ook bijna onvoorstelbaar. “Dit land moet zich verzoenen met de haast onverdraaglijke gedachte dat een zo hartelijk en gastvrij volk als de Roemenen zo makkelijk afstand doet van zijn kinderen”, zegt de Amerikaanse hulpverleenster Marrolen Mullinax die in Constanta een tehuis voor aids-kinderen bestiert. De verlating van de kinderen is dan ook vooral het gevolg van de vernietiging van het familieleven zelf, die door Ceausescu in gang is gezet en door de huidige regering niet kan worden afgeremd.

Onder Ceausescu slokte de staat zijn mensen op. Mannen en vrouwen werkten bij gigantische industriële conglomeraten van de staat en op collectieve boerderijen. In zijn blinde haat tegen het boerenleven liet Ceausescu dorpen slopen en dwong de dorpsbewoners te gaan leven in betonnen flatgebouwen, beroofd van hun grond en hun identiteit. In veel Roemeense dorpen en steden staan troosteloze wijken met woonblokken, vol scheuren in de trap, vochtplekken in het pleisterwerk en gebarsten ruiten. In deze wijken is de voormalige plattelandsbevolking volstrekt ontworteld geraakt en heeft zijn traditionele familiewaarden verloren, menen deskundigen.

De huidige economische problemen hollen het gezin verder uit. “Mannen zitten nu werkloos thuis en beginnen te drinken, met als gevolg een golf van echtscheidingen”, zegt de arts Rosca. Het drankgebruik heeft inmiddels geleid tot een explosieve toename van kinder- en vrouwenmishandeling. Dat is opvallend voor een land, waar geweldsdelicten nog altijd zeldzaam zijn. “In Boekarest alleen al hebben artsen vorig jaar elfduizend mishandelde vrouwen gesignaleerd. In mijn eigen praktijk heb ik afgrijselijke gevallen gezien, van vrouwen die zijn bewerkt met messen of op het hoofd geslagen met hamers of bevroren kippen”, vertelt de klinisch-psychologe Adriana Baban in Cluj.

Tegelijkertijd was zoals de arts Rosca aangeeft “de politieke druk om kinderen te krijgen enorm” onder Ceausescu. Dorina Vinti, arts bij een in 1991 opgericht bureau voor geboorteregeling in Cluj, herinnert zich hoe fanatiek de regering joeg op de illegale abortuspraktijken: “Ik heb zwangere vrouwen gekend, die werden geschaduwd door agenten van de geheime dienst.”

Roemenië kent door de kindpolitiek van Ceausescu een groot aantal zeer kinderrijke families. Daarnaast zijn er ook opmerkelijk genoeg veel één-kind-gezinnen. De verklaring daarvoor is de grote hoeveelheid illegale abortussen. “Het is hier normaal dat een vrouw acht abortussen heeft ondergaan. In mijn praktijk heb ik een vrouw gehad, die 31 abortussen heeft ondergaan”, vertelt de psychologe Baban. “Abortus was de enige mogelijkheid om te ontsnappen aan nóg een kind. Het was bovendien een vorm van verzet tegen de politieke druk om kinderen te krijgen. Abortussen waren zo talrijk, dat overwegingen over de waarde van het ongeboren leven zijn afgesleten.”

Abortus is inmiddels legaal en meer ingeburgerd dan het land lief is. “Onze opdracht is heel simpel: de beperking van het aantal abortussen. Abortus is nog steeds de meest gebruikte vorm van anticonceptie”, zegt Vinti: “Het is de goedkoopste methode, iets goedkoper dan de pil”.

Het bureau voor geboortebeperking houdt zich bezig met de voorlichting over voorbehoedmiddelen. “De middelen zijn nu overal verkrijgbaar, maar de kennis erover is nihil”, vertelt Vinti. Het geboortecijfer in Roemenië is op het ogenblik aan het dalen, maar onder bijvoorbeeld de twee miljoenen Roma (zigeuners) worden nog steeds veel kinderen geboren. “De onwetendheid onder hen is heel groot. Maatschappelijk werkers van ons bureau trachten hen te onderrichten in de techniek van de periodieke onthouding”, zegt Vinti. In een nieuwbouwwijk in Cluj ligt half onder de grond een betonnen bunker, een voormalige opslagplaats van tuingereedschap. Het is het onderkomen van de Roma-familie Simeon en Maria Rezmiyes, die negen kinderen hebben. Een is in het leger, een leert elders voor verpleegster en vijf wonen hier in een ruimte van 2,5 bij 4 meter. “Twee wonen in een tehuis en komen in de vakantie naar huis”, zegt Maria. De ruimte is vochtig en aardeduister. Door een gat in de muur valt een straal daglicht precies op een zeer bleke baby van wie de moeder niet precies weet hoe oud zij is. In het donker tracht een achtjarig jongetje huiswerk te maken op een overvolle tafel. Buiten streelt een zesjarig meisje dat door een ziekte niet kan spreken, een hond aan een touw. De familie verzamelt hout, papier en flessen op vuilnisbelten en verkoopt die aan de staat: hun enige bron van inkomsten. De meeste kinderen in de weeshuizen komen vermoedelijk uit Roma-families, maar ook hierover bestaan geen cijfers. De weeshuizen zijn de laatste jaren enorm verbeterd, maar volgens buitenlandse hulporganisaties vooral dank zij hen. De zorg voor de kinderen is nog steeds uiterst matig. “Kinderen van drie jaar oud komen hier en kunnen niet lopen, niet eten, niet praten. Hun hele leven hebben zij alleen gelegen en uit de fles gedronken. Het kost uren per dag om hen te leren slikken en te kauwen. Alles in de tehuizen is erop ingericht om het voor de verzorgers zo gemakkelijk mogelijk te maken”, zegt de Amerikaanse hulpverleenster Mullinax.

Oudere kinderen lopen doelloos door het tehuis, zonder dat er iemand van het personeel naar hen omkijkt. De arts Rosca constateert dat sommige kinderen nog liever op straat zijn: “Het probleem is dat ze er zo alleen zijn, opgaan in de massa, zonder dat iemand zich om hen bekommert. De straatbende geeft soms nog meer geborgenheid.” Het onderwijs is zo slecht, dat de meeste tehuiskinderen op hun achttiende nauwelijks kunnen lezen of schrijven. “Wat heb je aan een volle maag als het onderwijs niet goed is?” vraagt Rosca retorisch. “Als kinderen straks geen werk kunnen krijgen door hun analfabetisme?”

De Roemeense regering heeft inmiddels een regeling ingevoerd, waarbij gezinnen maandelijks een toeslag van negenduizend lei per kind krijgen, een druppel op de gloeiende plaat. “Wij gaan uit van het principe, dat de familie de gunstigste omgeving is voor de ontwikkeling van het kind”, zegt topambtenaar Laudatu van het kinder-comité. Voor kinderen die in tehuizen wonen, worden pleeggezinnen gezocht.

Rosca denkt - net als veel anderen die werkzaam zijn in de hulpverlening - dat er veel meer nodig is dan het huidige actieplan van de regering. “De kinderen vertegenwoordigen de toekomst van dit land. De regering houdt zich nu bezig met de modernisering van de economie en de privatisering van de staatsbedrijven. Maar wat heb je aan mooie, nieuwe machines als er straks niemand is die ermee kan werken? Dit land heeft een nieuwe revolutie nodig, nu niet ván de kinderen maar vóór de kinderen.”