Verband roken en longkanker aangetoond

WASHINGTON, 19 OKT. Amerikaanse onderzoekers zeggen op basis van van laboratoriumexperimenten een direct wetenschappelijk verband te hebben aangetoond tussen roken en longkanker. Hun conclusie is een nieuwe aanvulling op het omvangrijke bewijsmateriaal dat tabaksrook aanwijst als oorzaak van kanker.

Deskundigen geloven dat deze ontdekking grote gevolgen kan hebben voor de vele rechtszaken die tegen de tabaksindustrie zijn aangespannen. De industrie heeft zich steeds op het standpunt gesteld dat roken het risico op kanker kan vergroten, maar dat niet bewezen is dat het er ook de directe oorzaak van is.

In een artikel dat gisteren verscheen in het Amerikaanse wetenschappelijke tijdschrift Science laten de onderzoekers zien hoe een chemische stof die in sigarettenrook voorkomt, genetische schade veroorzaakt aan cellen in de menselijke long die identiek is aan de schade die bij veel kwaadaardige tumoren in de long wordt waargenomen.

Statistisch bewijsmateriaal wees roken al meer dan dertig jaar geleden aan als de belangrijkste oorzaak van longkanker. Maar een bewijs op moleculair niveau ontbrak tot nog toe. De twee teams van onderzoekers - van het M.D. Anderson Cancer Center van de University of Texas in Houston, en van het Beckman Institute van het City of Hope ziekenhuis in Duarte, in Californië - stellen nu dat ze nauwkeurig hebben aangetoond dat sigarettenrook het gen kan beschadigen dat anders de ongeremde celgroei voorkomt die kenmerkend is voor kanker. Dit zogeheten p53 gen werd eind jaren tachtig door onderzoekers herkend als producent van een eiwit dat tumoren onderdrukt.

Het Tobacco Institute, dat de Amerikaanse tabaksindustrie vertegenwoordigt, heeft nog geen reactie gegeven op de wetenschappelijke bevindingen. Advocaten van de sigarettenconcerns wilden nog niet vooruitlopen op de gevolgen voor de rechtzaken over schadeclaims tegen de industrie. Andere juristen zien in het onderzoeksresultaat de ontbrekende schakel in de bewijsvoering tegen de industrie.

Een bijkomend belang van het onderzoek is dat het laat zien dat stoffen getest kunnen worden op sporen die achterblijven.