Tropenarts Loan Liem (35) werkt sinds anderhalf ...

Tropenarts Loan Liem (35) werkt sinds anderhalf jaar voor het Afghaanse gezondheidszorgprogramma IbnSina. Zij en haar man, medisch sociaal geograaf Stan Klinkenberg (37), zijn uitgezonden door Memisa, de grootste gezondheidsorganisatie voor de Derde Wereld. Zij wonen in Peshawar, aan de grens van Pakistan en Afghanistan. Loan Liem reist nu - gesluierd - door Afghanistan.

Woensdag 9 oktober

Zoals elke ochtend wanneer ik op ons kantoor binnenkom, wordt er eerst informatie uitgewisseld over de Afghaanse ontwikkelingen sinds de vorige dag. Vandaag is er niet zoveel nieuws. Generaal Dostom heeft aangekondigd dat hij overweegt de voormalige regering te steunen als de Taliban niet ophouden met de belegering van het strategische Panjir. Er wordt er nog steeds flink gevochten. Ik maak me zorgen over Seiffuddin, een van de supervisoren van het vaccinatieprogramma en Panjiri in hart en nieren. We hebben afgesproken elkaar in Kabul te ontmoeten voor een supervisiereis. Hem kennende is het niet onwaarschijnlijk dat hij nu zelf met een kalasjnikov rondloopt.

Ben al een tijdje een missie naar Afghanistan aan het voorbereiden, maar net als de vorige keer moet het plan continu herzien worden. Sinds de Taliban Kabul hebben veroverd worden er geen Afghaanse visa meer afgegeven in Pakistan. Lastig voor mij. Maar de vrachtwagens met vaccins en medicijnen staan gereed. Grenspapieren eindelijk in orde. Het team is geïnstrueerd, de route uitgestippeld. Mijn persoonlijke reisbegeleider wordt Sayed Nader, onze politiek meest invloedrijke persoon, bekend met Taliban, Hezb-i-Islami en ook met de Hezb-i-Wahdat, de machthebbers in Bamyan, Centraal Afghanistan, waar het eerste deel van de reis heen voert.

Sayed Nader waarschuwt dat de noordelijke route vanuit Kabul ontoegankelijk is. Een van onze moeder en kind-klinieken ligt precies op de frontlinie. Hij heeft gehoord dat enkele werkers overgelopen zijn naar de Taliban, maar de kliniek functioneert nog. We bediscussiëren ons actieplan. De zuidelijke route is rustig, maar in Bamyan zelf neemt de spanning toe. De Hezb-i-Wahdat maakt zich gereed om met vereende krachten de Taliban terug te drijven. Ons vrouwelijk personeel is gisteren geëvacueerd uit het gebied.

Voorlopig laat ik de politiek maar even aan Sayed Nader over: het dagelijks werk gaat gewoon door. Om tien uur een vergadering met een regionale delegatie van UNFPA uit het Nepalese Kathmandu, die een programma gericht op moeders wil opzetten in Afghanistan. Komt wel een beetje ongelukkig uit natuurlijk met deze nieuwe fundamentalistisch leiders. Gezien IbnSina's lange ervaring met Taliban, is het team bijzonder geïnteresseerd in wat ons project doet aan geboortebeperking en zorg voor zwangeren. En men is verheugd dat ook andere organisaties mededelen dat deze zorg in Taliban-gebied doorgaat - uiteraard zonder onnodig aandacht te trekken.

Even langs het kantoor van het Rode Kruis om te checken of ik op de lijst sta om naar Kabul te vliegen. Dat is plan 2, voor het geval ik geen speciale toestemming krijg om door het Pakistaanse 'niemandsland' te reizen. De hal staat vol met rugzakken. Allerlei journalisten proberen zo snel mogelijk met het kleine Rode Kruis-vliegtuigje de hoofdstad te bereiken. Dikke kans dat er zaterdag geen plek voor mij zal zijn. Maar voorlopig sta ik nog nummer 1 op de aanvraag.

Om vier uur s'middags krijgen we een radiobericht van ons kantoor in Kabul. De Taliban zijn een stuk zuidelijker richting hoofdstad teruggedreven. De Panjiri in het kantoor zijn uitgelaten alsof ze de bevrijding aan den lijve ondervinden. Jongens, het lijkt wel stratego. En onze 'Taliban' staf in de kliniek heeft vast met het verplaatsen van de frontlinie weer een andere tulband opgezet.

Thuis pas ik even mijn burka, de tent met het gaasje voor de ogen. Dat ding zit afschuwelijk strak om mijn hoofd. En het irriteert mij dat de kijkgaatjes mijn zicht beperken. Ik heb het geval eigenlijk pas één keer gebruikt, toen ik illegaal de grens over moest steken. Na het badmintonnen zal ik Stan vragen om mee te gaan naar de markt om zo'n hoofddoek met een flap, die het gezicht bedekt, te kopen.

Donderdag

Alle non-gouvernementele organisaties die voor Afghanistan werken zijn bij elkaar geroepen om een gezamelijk standpunt te formuleren ten aanzien van de Taliban. De discussie is geëmotioneerd. De Afghanen pleiten sterk voor continuering van projecten. Anders wordt de bevolking dubbel gestraft: als slachtoffer van de Taliban en dan ook nog aan het lot overgelaten. De internationale organisaties zijn kritischer en willen harde voorwaarden stellen om druk uit te kunnen oefenen. IbnSina werkt in het gebied van de fundamentalisten sinds hun komst in Kandahar in 1994. Ik heb herhaaldelijk moeten onderhandelen over de positie van onze vrouwelijke staf. Ik ben optimistisch, want onze moeder en kind-klinieken functioneren naar wens. Ons beleid is anderhalf jaar geleden al besproken, maar destijds had de internationale gemeenschap nauwelijks aandacht voor deze zorgwekkende ontwikkelingen in Afghanistan.

Na de pauze is er een forum met een driekoppige VN-delegatie. Ik word wat ongeduldig na een uur diplomatieke woorden. Het is grappig dat de woorvoerder van het mijnenverwijderingsprogramma allerlei positieve acties van de Taliban opsomt, zoals het retourneren van elf gestolen landcruisers. Minder grappig is dat op de hoofdwegen naar Kabul nieuwe mijnen gelegd zijn. Straks toch maar proberen om mijn vlucht te bevestigen.

Terug op kantoor nemen we het werkplan voor de komende maand door. Medicijnlijsten moeten nog gekopieerd worden. Data voor het UNICEF report liggen bij Stan. Reservetrainers moeten klaar staan om te vertrekken naar Ghazni. Ik ben stapels rupees en afghanis aan het tellen voor de missie als de telefoon gaat. Jurjen van Novib is terug uit Kabul. Hij is aangeslagen door de onwerkelijk ogende situatie die aan de stadse vrouwen èn mannen is opgedrongen. Met onze Afghaanse counterpart en de Pakistaanse Novib-consultant vormen we een interessant panel. Hoe zit dat met de Pakistaanse Taliban aan de vuurlinie?

Vrijdag

Vrijdag is hier zondag, dus eigenlijk uitslapen en luieren. Maar het budget voor Novib moet omgegooid worden en het werkplan gedetailleerder. Zo meteen mijn spullen op kantoor ophalen. Ik probeer Stan rond tien uur over te halen op te staan: er zijn wat emails binnengekomen en eentje heeft alleen maar apestaarten en smilies. Vrienden in Nederland zijn ongerust naar aanleiding van de krantenberichten. Stan mailt terug dat we heerlijk van het Pakistaanse zonnetje genieten bij een kopje Hollandse koffie. En het is niet eens gelogen.

Zaterdag

Een knallend onweer vannacht. Gelukkig dat ik niet in Kabul de nacht doorbreng. Stan vindt dat ik maar overdrijf. Alsof inslaande bommen te verwarren zijn met donder en onweer. Zoals gewoonlijk voor een missie ben ik speedy. Overal slingeren papieren en checklijsten. Twee stapels om mee te nemen, een stapel werk voor 'uitvoering' in Peshawar. Enkele velletjes voor de komende bestuursvergadering van onze nieuwe organisatie IbnSina. Want komende weken moet het gebeuren: we moeten weten of er financiering komt of dat we de boel moeten sluiten. Met een team Afghanen zijn Stan en ik een onafhankelijke Afghaanse organisatie aan het oprichten. Via bemiddeling van Memisa proberen we ook enkele grote donoren aan te trekken. Het leek allemaal zo goed te gaan -tot de Taliban Kabul innamen. Memisa volgt de gebeurtenissen op de voet. Niet alleen de politiek, maar ook ons wel en wee.

Stan zoekt de portretten uit die hij tijdens zijn laatste missie heeft gemaakt om mee te geven. Ook een aantal poserende Taliban zitten ertussen. Ik twijfel of het nu verstandig is om foto's van mensen te gaan vervoeren, ook al heeft Stan een exemplaar aan elk fotomodel beloofd. Als de Taliban in mijn tassen gaan snuffelen worden ze zeker in beslag genomen.

Ik duik mijn klerenkast in om een geschikt pakketje samen te stellen. Beide zwarte jurken en broeken gaan mee. Een deken voor in Bamyan en een luchtige set voor Kandahar, want daar is het nog aardig warm. Cassettebandjes dit keer maar niet, laat staan de speelkaarten. Niet vergeten om mijn gezichtbedekking op te halen. Het was nog een heel gedoe om zo'n sar hejab te vinden. Het was helemaal uit de mode! Dus moest de kleermaker er aan te pas komen om er eentje te fabriceren. Welk model ik wilde? Het Taliban-model!

Zondag

Ben altijd gespannen als ik volumineuze stapels geld de grens over smokkel. Maar we hebben erop gerekend dat de controleurs een vrouw met rust laten. Een dag later dan gepland vlieg ik met drie passagiers naar Kabul. Op de bergtoppen ligt kersverse sneeuw. Afghanistan blijft prachtig vanuit de lucht. Ik voel me zowaar relaxed. Binnen een klein uur zeilen we de hoofdstad binnen. De anders zo levendige straat maakt een verlaten indruk, toch valt me op dat vrouwen groepsgewijs boodschappen doen, zonder mannelijke begeleiding. Overal patrouilleren Taliban met rakettenwerpers. Ik weet niet of ik me wel of niet veilig moet voelen.

Met bedekt gezicht rijd ik onopgemerkt naar ons kantoor waar ik eerst een uitgebreid gesprek heb met de regionale directeur, Mahir. Hij heeft de afgelopen weken besteed aan vergaderingen met de nieuwe ministers. Elke week zijn er andere gezichten, vermoeiend. Onze vrouwenklinieken zijn maar enkele dagen gesloten geweest; het probleem ligt bij de gemengde gezondheidsposten want mannen en vrouwen mogen niet samen onder een dak werken. De Taliban hebben een aardige oplossing geopperd voor het onderwijs aan meisjes waarbij ook leraressen kunnen functioneren. Ben benieuwd of dit plan echt van start zal gaan.

Op weg naar UNICEF. Dokter Rafiki is nauwelijks herkenbaar. Stugge stoppels bedekken zijn voorheen gladde kin. Hij ziet er vermoeid uit, want het werk van drie vrouwelijke collega's komt op zijn schouders terecht. Ook de mannen hebben het nu niet gemakkelijk.

Maandag

De hele avond hebben we de Afghanistan-situatie besproken. Overtuiging en hoop overheersen: binnenkort zal het Taliban-regime minder strikt worden. De bommen die voordien Kabul onveilig maakten zijn minstens zo erg als de mentale onderdrukking van de Taliban. Maar ze kwamen incidenteel en men liep een zeker risico, terwijl de huidige machteloosheid door iedereen elk moment ervaren wordt. En dat zegt Mahir, wiens huis begin dit jaar flink getroffen is.

In onze moeder en kind-kliniek geeft dokter Shoaila gezondheidsvoorlichting aan de vrouwen die met opgelichte burka in de binnenplaats zitten. Het is raar om de anders zo frivole Shoaila in een dik doek gehuld te zien. De vrijheidsbeperking en de burka zijn het eerste waar de vrouwen over klagen. Mijn model, dat veel kijkruimte biedt, wordt met interesse bestudeerd. Hura is onze laborante en weduwe met drie kleine kinderen. Geen man in huis om voor haar gezin te zorgen. Het privélaboratorium waar ze 's middags werkt heeft ze moeten sluiten, waardoor ze het grootste deel van haar inkomsten kwijt is. Ik vraag haar wie er boodschappen doet. Gehuld in burka doet ze dit zelf. Ze kan alleen gebruik maken van de marktstandjes, want de Taliban staan niet toe dat ze zonder mannelijke begeleiding een winkel binnengaat.

In de Bibi Fatema-kliniek zit een aantal moeders met baby's in de vaccinatiehal. De meeste vrouwen zijn te voet hierheen gekomen, gehuld in hun nieuwe outfit. Desgevraagd vertelt een vrouw dat ze tot enkele weken geleden bij het ministerie van landbouw als ingenieur werkte. Haar buurvrouw behoort tot de sinds kort werkloze onderwijzeressen. Met klem vragen de twee mij of de vrouwen in de rest van de wereld niet iets aan de Afghaanse situatie kunnen doen. Behoorlijk aangedaan, maar ook verheugd dat onze activiteiten doorgaan, rij ik terug. Ik hoop dat ik met mijn bezoek de vrouwen een hart onder de riem heb kunnen steken, meer kan ik momenteel niet voor hen doen.

Dinsdag

Vannacht geknetter en explosies. Ik tril synchroon met de ramen. Volgens Mahir vieren de Taliban een gigantische overwinning. Ik kan me niet voorstellen dat hierbij zoveel munitie verspild wordt. Iedereen ouwehoert rustig verder, maar ik houd het vuren nauwlettend in de gaten. Bij het ontbijt grote verontwaardiging doch ook opluchting. Volgens het nieuws viel er niets te vieren. Wat een belachelijke actie.

Ik wil enkele medicijnen kopen voor de Memisa-kliniek in Bamyan. Mijn team keurt het goed: ik ben niet van een Afghaanse te onderscheiden. Toch meen ik dat op straat de mannen proberen te ontdekken wie daar onder de doeken schuilt. Ik voel me behoorlijk ongemakkelijk.

Terug op kantoor heb ik net een van de supervisoren gemist die in de vuurlinie werkt. Hij is richting Peshawar om zijn familie te evacueren. Onze regionale directeur van Bamyan is ontsnapt naar het noorden. Gelukkig is Sayed Nader, mijn rots in de branding gearriveerd. En enkele uren later verschijnt de truck. 's Avonds laat komt de laatste man aan. We zijn compleet.

Met zijn allen zitten we uitgebreid thee te drinken. Een vriend van Mahir en sinds kort Taliban is reuze nieuwsgierig en bestookt me met allerlei opinievragen over de huidige situatie. Ik krijg het een beetje warm, maar probeer voorzichtig mijn mening te ventileren. Wie weet wordt deze man ooit invloedrijk binnen de Taliban-beweging.

Woensdag 16 oktober

Vaccins en medicijnen worden verdeeld over een paar trucks. We splitsen ons in twee teams. Tot ziens in Ghazni over enkele weken. Inshallah. Het echte avontuur gaat beginnen.