T-CELLEN SPELEN GROTE ROL BIJ ZIEKTEBEELD MULTIPELE SCLEROSE

Bij multipele sclerose is er sprake van een chronische ontsteking in het centraal zenuwstelsel die gericht is tegen myeline, de isolerende mantel rond de zenuwvezels. Die mantel is essentieel voor het met hoge snelheid voortgeleiden van elektrische signalen.

De ontsteking bij multipele sclerose-patiënten wordt op gang gezet door zogenoemde 'myelin antigen-reactive T-cells', afweercellen die mogelijk ontstaan door een kruisreactie van de afweer tegen vreemde antigenen (bijvoorbeeld bepaalde virus-eiwitten) met de eigen myeline-antigenen. Dat zou komen doordat deze eiwitten qua structuur erg op elkaar lijken. In het centraal zenuwstelsel veroorzaken de myelin antigen reactive T-cells op den duur een ravage: op de plaats van de ontstekingen ontstaan littekens en de zenuwgeleiding raakt steeds meer verstoord. Dat resulteert dan in een heel scala aan uitvalsverschijnselen, bijvoorbeeld blindheid en verlammingen.

Tegen multipele sclerose viel tot nu toe niet veel te doen maar in het oktobernummer van Nature Medicine worden nu de eerste resultaten bij de mens beschreven van een behandeling met een vaccin tegen de myelin antigen reactive T-cells. Onderzoekers van de Universiteit van Oregon hebben patiënten met multipele sclerose ingespoten met licht gewijzigde eiwitten die de myeline reactive-T-cells gebruiken om het myeline te herkennen. Men hoopte daarmee specifiek tegen deze T-cellen gerichte antilichamen op te wekken. In het totaal werden 17 patiënten met het vaccin behandeld; 6 patiënten vormden een controlegroep. De resultaten waren nogal dubbelzinnig. Bij 11 patiënten was na de enting een reactie te zien; 6 reageerden met een afname van het aantal tegen myeline gerichte T-cellen en een verbetering of tenminste een stabiel ziektebeeld, maar bij de andere 5 nam het aantal tegen myeline gerichte T-cellen juist tóe en verslechterde het ziektebeeld. De onderzoekers concluderen dat er een zeer duidelijke relatie bestaat tussen de verandering in het aantal tegen myeline gerichte T-cellen en het ziektebeeld. Dat moge zo zijn, duidelijk is wel dat de vaccin-therapie vooralsnog erg onvoorspelbaar is. Toch wordt ook in een commentaar op het vaccin-onderzoek gesproken van bemoedigende resultaten die op den duur wellicht zullen resulteren in een effectieve, niet schadelijke behandeling van multipele sclerose.

Dergelijke conclusies lijken met zulke wisselende resultaten wat overdreven. Ze komen voort uit het feit dat men een sprankje hoop probeert te putten, want, zoals gezegd, voor multipele sclerose bestaat op het moment geen bruikbare behandeling. Men probeert opflakkeringen van de ontsteking wel te onderdrukken met corticosteroïde hormonen, maar dat heeft als belangrijk nadeel dat dan het hele afweersysteem onderdrukt wordt, wat resulteert in nogal wat bijwerkingen. Ook de recent ruim in de publiciteit gekomen behandeling met interferon-bèta, een kostbaar met recombinant techniek gefabriceerd preparaat dat de afweer onderdrukt, levert matige resultaten. Een vaccin, daarentegen, is (als het blijkt te werken!) een mooie selectieve therapie en verdient dus alle aandacht.