Stern moet meer Hendrix spelen

Concert: Mike Stern met het Metropole Orkest o.l.v. Vince Mendoza. Gehoord: 18/10 Dr Anton Philipszaal, Den Haag. Herhaling Trio Mike Stern met Jeff Andrews (bas) en Dave Weckl (drums): 21/10 Oosterpoort Groningen; 22/10 Melkweg Amsterdam.

Gitarist Mike Stern, voor een drietal concerten in Nederland, wordt zo ongeveer verafgood in fusionkringen. Elektrische gitaristen zijn dol op zijn loopjes, die collega's in vakbladen noot voor noot uitschrijven en bestuderen. Zijn concerten worden steevast goed bezocht en zijn cd's zullen beter verkopen dan de gemiddelde jazz-cd. Hoe geliefd ook bij een select clubje aanhangers, de terugkerende kritiek op veel fusionmuzikanten zoals Stern is en blijft, dat je van hun verrichtingen niet warm of koud wordt. Vaak blijft het bij technisch vernuft. Hun gladde solo's gaan het ene oor in en het andere weer uit.

De ontmoeting tussen Mike Stern en het Metropole Orkest, die gisteravond in de Haagse Anton Philipszaal plaatsvond, wekte de voorzichtige verwachting dat deze kritiek zou kunnen worden gepareerd. Onder leiding van de routineuze arrangeur Vince Mendoza voerde het orkest stukken van Stern uit - onder meer van diens laatste cd Between the Lines - en werk van Mendoza zelf.

Vrij snel nadat Mendoza had afgeteld, bleek echter dat noch Stern noch het Metropole Orkest van plan was om het publiek te verrassen, of op zijn minst de grootste fusioncliché's te vermijden. Integendeel, Mendoza voegde aan die cliché's zijn eigen, symfonische cliché's toe, waardoor het concert verzandde in een rimpelloze studiosessie. Niet zelden kreeg je het gevoel te luisteren naar muziek die geschikt is voor de aftiteling van een melodramatische tv-film.

Het merendeel van het dozijn composities was georkestreerd in langzame tempi en in mierzoete akkoorden. Stern deed ondertussen geen moeite om daar iets tegenover te stellen. Zijn gesoleer wist slechts één keer, namelijk in zijn eigen, nu eens snelle 55 Dive, de luisteraar uit zijn sluimerstaat te wekken. De dirigent bestempelde dit stuk na afloop dan ook prompt als 'crazy'.

Miles Davis, in wiens band Stern begin jaren tachtig als tweede gitarist optrad, schijnt de toen nog jonge muzikant eens tijdens een optreden te hebben toegevoegd dat hij wat meer Hendrix moest spelen, anders kon hij zijn gitaar inpakken. Hij gehoorzaamde, omdat je Miles Davis nu eenmaal niets weigert. Je zou het anno 1996 weer tegen hem willen zeggen.

Het Metropole Orkest wordt al enige tijd ingeschakeld om (pop)muzikanten van massale begeleiding te voorzien. De zin hiervan, afgezien van het grotere gewicht dat een band krijgt, is niet altijd duidelijk. Bij Stern resulteert de samenwerking in een onderdompeling in een warm bad van geluid. Heel aangenaam. Maar wie er te lang in blijft zitten, verweekt.