SKELETNAALDJES VAN SPONZEN ZIJN OOK ZWAKKE LICHTGELEIDERS

De skeletnaaldjes van sommige soorten sponzen fungeren ook als optische vezels, aldus een groep zoölogen uit Genua en Perugia. Sponzen zijn primitieve dieren die in zee leven en meestal kolonies vormen.

Van sommige soorten bevat het geleiachtige sponsweefsel fijne skeletnaaldjes (spiculae), die aaneen kitten en zo het stevige 'geraamte' van de spons vormen. Tevens zorgen de skeletnaaldjes, die overwegend uit kiezel bestaan en bij sommige soorten tot een meter lang kunnen worden, er voor dat roofvijanden op een afstand worden gehouden.

In het inwendige van sommige sponzen bevinden zich groenwieren die in symbiose met deze dieren leven. Het viel de Italiaanse zoölogen op dat deze wieren vooral voorkwamen bij de bundels skeletnaalden, wat suggereerde dat er misschien licht via de naalden naar het inwendige werd getransporteerd. Dit hebben de onderzoekers nu bestudeerd bij skeletnaalden van Rossella racovitzae, een spons die op 120 meter diepte in een baai van de Rosszee in Antarctica leeft. De ruim tien centimeter lange naaldjes van deze spons bestaan uit een zeer compacte opaalachtige binnenkern die wordt omringd door een mantel die rijk is aan organische verbindingen. De naaldjes hebben een vierstralige top in de vorm van een kruis.

De naaldjes werden gebogen over een hoek van 90ß8, waarna op het ene uiteinde een laserbundel werd gericht en achter het andere uiteinde een lichtmeter werd geplaatst. Uit de metingen, die op 3 oktober werden gepubliceerd in Nature, blijkt dat de naaldjes inderdaad licht geleiden, al neemt de intensiteit snel af met de afstand. De vierstralige top blijkt een belangrijke rol te spelen bij het opvangen van het licht. De intensiteit van het getransporteerde licht is het hoogst als het laserlicht loodrecht op het 'kruis' valt en neemt bij schuiner invallen snel af. Naaldjes waarvan dit topkruis was verwijderd transporteerden 70 procent minder licht dan intacte naaldjes.

Onderzoek in de elektronenmicroscoop liet verder zien dat zich aan de skeletnaaldjes in het inwendige van Rossella racovitzae talrijke diatomeeën (kiezelalgen) hadden gehecht. De onderzoekers denken dat de diatomeeën in deze bijzondere, pikdonkere omgeving kunnen leven doordat zij profiteren van het licht dat door de kiezelachtige naaldjes naar binnen wordt gebracht. Deze natuurlijke 'optische vezels' zullen dus van invloed zijn op de wisselwerking tussen spons en symbiont en op andere aspecten van het leven van de spons.