Rechtsstaat is gediend bij de advocaat die tot het uiterste gaat

De socioloog J.A.A. van Doorn signaleerde onlangs de opkomst van een nieuwe school in de Nederlandse rechtspraktijk: advocaten die zich toeleggen op het uitbuiten van opsporings- en vormfouten bij politie en justitie. Hij werd daarin in deze krant bijgevallen door S.W. Couwenberg. Vorige week (12 oktober) reageerde de Haagse strafpleiter G. Spong: 'Een advocaat die vormfouten negeert, verzaakt zijn plicht'. Hij betichtte Couwenberg van kletskoek. Couwenberg dient hem van dupliek. H.J.R. Kaptein neemt het voor Couwenberg op: er is een verschil tussen het verdedigen van rechten en het frustreren van een strafproces. Taru Spronken kiest de zijde van Spong. Iedere verdachte heeft recht op een behandeling volgens de regels.

De beschuldiging aan het adres van de strafrechtadvocaat dat deze een gewetenloze technocraat is, als hij zich op 'vormfouten' beroept, ook al weet hij dat zijn cliënt een misdadiger is, getuigt van een dubbele moraal. Deze vindt mede zijn grondslag in de omstandigheid dat in Nederland, net als in andere Europese continentale staten, aan rechtsbescherming van de individuele burger tegenover de overheid altijd al minder belang is gehecht, dan het aan de dag brengen van 'de waarheid' in strafzaken.

Verdedigingsrechten worden weliswaar erkend, maar ook als hinderlijk ervaren. Dat ligt anders in de Angelsaksische rechtssystemen zoals in de VS en Engeland, waar het algemeen aanvaard is dat zowel de aanklager als de verdediging ongehinderd en partijdig van leer moeten kunnen trekken. Dit laatste aspect vormt daar juist een voorwaarde voor het welslagen van de waarheidsvinding en een eerlijk proces: zolang maar alle argumenten en omstandigheden door beide partijen aan het licht kunnen worden gebracht, is de kans dat de jury zich een compleet oordeel kan vormen over wat er zich feitelijk heeft afgespeeld het grootst. Een advocaat die in Nederland met (te)veel verve de geloofwaardigheid van een getuige tracht aan te tasten, wordt met scheve ogen bekeken. De advocaat mag partijdig zijn, maar niet té partijdig. Iedere verdachte heeft recht op een behandeling volgens de regels, zolang er alleen maar onschuldigen worden vrijgesproken. Bij deze opvatting wordt miskend dat juist in een rechtsstaat schuld niet bij voorbaat mag vaststaan en dat in geval van twijfel of ingeval justitie fouten maakt, soms schuldigen vrijuit gaan vanwege een hoger belang: het voortbestaan van die rechtsstaat zelf. De regels waaraan de overheid zich bij een strafvervolging dient te houden, worden immers loze bepalingen als overtreding ervan niet gesanctioneerd wordt of als de schuld van een verdachte mede bepaald wordt door de lynchstemming van de bevolking.

Straffen wordt pas strafrecht, als dit gebeurt volgens wettelijke regels en mensenrechtenverdragen waaraan de overheid zich te houden heeft. Aan dit uitgangspunt liggen beginselen ten grondslag, die een essentieel onderdeel vormen van een democratische samenleving, die zijn beschaving ontleent aan het feit dat de waarheid in een strafzaak niet kost wat kost boven waten moet worden gebracht. In een politiestaat worden misschien wel meer strafbare feiten opgelost, maar willen we in zo'n staat leven? 'Vormfouten' zijn geen fouten die door justitie gemaakt worden doordat men zich vergist in de toepassing van onbenullige technocratische regeltjes. Alle vormvoorschriften (termijnen van voorlopige hechtenis, voorwaarden waaraan een dagvaarding moet voldoen etc.) hebben in het strafproces een belangrijke betekenis voor de begrenzing van overheidsmacht en het voorkomen van willekeur en onterechte veroordelingen.

Daarom zijn advocaten zoals Spong, en met hem veel andere advocaten die zijn opvattingen delen (zij het wellicht wat minder prominent en in de publiciteit), strafrechtadvocaten die we in het belang van de rechtsstaat moeten waarderen in plaats van verguizen.