'Pak buitenlandse spelers op z'n Nederlands aan'

Er spelen 110 buitenlanders in de Nederlandse voetbalcompetitie. Koploper Feyenoord, dat morgen in Eindhoven tegen PSV speelt, heeft de meeste vreemdelingen in de selectie: tien. “Het liefst zou ik alleen maar Rotterdammers willen hebben”, zegt voorzitter Van den Herik.

ROTTERDAM, 19 OKT. Soms hoeven ze niet dezelfde taal te spreken om elkaar te begrijpen. Als verdediger George Boateng in een weekblad foto's van vrouwen met extreem grote borsten ontdekt, dan begrijpen de Feyenoorders elkaar, ongeacht kleur en nationaliteit. Twee Poolse, twee Argentijnse en twee Nederlandse voetballers verwonderen zich met elkaar over de afbeeldingen. Groot, big, oei, oei!

Zo eenvoudig is het niet altijd. “Alles staat of valt bij de taal”, weet aanvoerder Ronald Koeman na zes jaar Barcelona uit eigen ervaring. “Je moet elkaar kunnen begrijpen, want je moet elkaar in het veld coachen.”

Mede daarom volgen de Argentijnen Patricio Graff en Pablo Sánchez, beiden basisspelers, een stoomcursus Nederlands, maar het is vooral voor Latino's een moeilijke taal. Hun Zweedse ploeggenoot Henke Larsson sprak, zoals de meeste Scandinavische voetballers, het al binnen een paar maanden heel redelijk. Voorlopig komen Graff en Sánchez nog niet verder dan het slaken van wat kreten in het Nederlands. Ze verkeren echter in de gelukkige omstandigheid dat ze elkaar hebben én dat Koeman vloeiend Spaans spreekt.

De aanvoerder helpt trainer Arie Haan regelmatig met het uitleggen van de tactiek. “Je kiest met buitenlanders niet voor de makkelijkste weg”, zegt Koeman. “Het moeten er ook niet te veel zijn. In Spanje zijn er momenteel elftallen die met acht, negen buitenlanders spelen. Dat is slecht voor de herkenning van de club. Zoals het nu bij ons is, is het nog wel te doen.”

Tegenwoordig, met de extreem hoge salariseisen, moet een beetje club wel over de grens op zoek gaan naar spelers. Als hij kon kiezen, dan zou voorzitter Jorien van den Herik het liefst een selectie met alleen maar Rotterdammers hebben. “Want dat zou het makkelijkste zijn. Zelfs als je een Tukker of een Limburger naar het westen haalt, moet je maar afwachten of hij zich goed aanpast.” Dus is bij Feyenoord de volgorde duidelijk als er een speler wordt gezocht. “We kijken eerst in Rotterdam, dan in Nederland, dan in Scandinavië en dan in de rest van de wereld.”

De speurtocht deed de voorzitter en de trainer eind vorig seizoen aan de andere kant van de wereld belanden. Daar zagen ze in Argentinië Sánchez, een aanvallende middenvelder, en Graff, een linksachter. Arie Haan had al bij Nürnberg en Stuttgart goede ervaringen met Argentijnen. “Ik beschouw ze als de Denen van Zuid-Amerika. Ze zijn makkelijk en weten wat er van ze wordt verwacht.” Ze verschillen duidelijk van Brazilianen. Haan: “Brazilianen kunnen bijna niet zonder hun land en zijn niet zo gedisciplineerd. Ze zijn vaak te laat. Altijd is er wel wat.”

Bij Feyenoord loopt ook nog Glaucio rond. De Braziliaan werd twee jaar geleden aangetrokken, maar veel heeft de club nog niet aan hem gehad. De behendige speler, die volgende maand 20 jaar wordt, heeft moeite om zich aan te passen. Glaucio maakt dan ook een lusteloze indruk in Rotterdam-Zuid. Hij zou, heeft hij al laten weten, het liefst ergens anders voetballen. In Spanje of gewoon thuis. Hij was al een tijdje verhuurd aan Flamengo. Nu is hij weer terug, want geen Braziliaanse club wilde nog de door Feyenoord gevraagde huursom neertellen.

Glaucio landde een week later dan afgesproken op Schiphol en verkeerde bovendien in een slechte conditie. Feyenoord wil hem voorlopig even bij Excelsior laten spelen, maar dan moet hij wel eerst weer helemaal fit zijn. Daarom werkt de kleine Braziliaan een speciaal trainingsprogramma af.

Speler én club hadden meer van elkaar verwacht, dat is duidelijk. Gelijktijdig met Glaucio werd twee jaar geleden Denis Kljoejev binnengehaald, maar de introverte Rus is na een weinig succesvolle periode bij Feyenoord inmiddels uitgeleend aan het Belgische Lierse SK. Voorzitter Van den Herik vindt dat Feyenoord in deze twee mislukte avonturen niets te verwijten valt. “We hebben er alles aan gedaan en die jongens een kans gegeven, maar die moeten ze dan wel zelf pakken.”

“We moeten hier wel van leren”, zegt Chris Dekker, de nieuwe jeugdcoördinator van Feyenoord. “We moeten de buitenlanders meteen op de Nederlandse manier aanpakken. Streng en duidelijk. We moeten die jongens niet alleen maar over hun bolletje aaien en zeggen hoe fantastisch ze kunnen voetballen.” Dekker had laatst een aanvaring met Glaucio. “Hij moet leren luisteren naar wat zijn baas wil. Als hij dat niet kan, wordt het moeilijk. Het is hier geen speeltuin-vereniging.”

Ook in de jeugd voetballen er al buitenlanders bij Feyenoord. Afgezien van de twee Ghanezen, die al met de A-selectie meetrainen, lopen er op Varkenoord ook twee Tsjechen, een Oostenrijker, een Zweed en een Canadees rond. Ze wonen in een internaat dat door het echtpaar Zwik wordt geleid. De jongens zijn allen rond de 17 jaar. “We willen niet alleen goede voetballers van ze maken, maar ze ook iets meegeven voor hun verdere leven”, zegt Dekker.

Feyenoord wil dan ook Martin van der Kooij fulltime in dienst nemen. Hij is niet alleen trainer, maar ook leraar. Hij zal de talenten ook buiten het veld begeleiden en de buitenlanders Nederlandse les geven. Het voordeel van het al op jonge leeftijd aantrekken van talentvolle vreemdelingen is dat als ze aan het grote werk toe zijn de taal en gewoonten kennen. Feyenoord waakt er voor om spelers ook weer niet té jong naar Nederland te halen.

Wat dat betreft is het Braziliaantje Leonardo een uitzondering. Hij is pas 13 jaar en speelt in het B1-elftal. Leonardo is als enige overgebleven van de groep talentjes die Feyenoord in de favella van Rio ontdekte. De club is flink geschrokken van de kritiek die het project destijds in de pers kreeg. De in het stadion werkzame Portugese vrouw, die Leonardo in huis heeft genomen, meldt dan ook niets over haar 'pleegkind' te mogen zeggen zonder toestemming van de voorzitter. En als ze met permissie van Van den Herik vertelt dat Leonardo naar een Nederlandse school gaat en “een heel lieve jongen” is, blijft ze angstig. “Ik hoop niet dat ik hier problemen mee krijg.”

Hoewel het bij Feyenoord wemelt van de buitenlanders, staan er voorlopig nog maar twee van hen vast in de hoofdmacht. Dat zijn de twee Argentijnen. Graff heeft zich inmiddels een goede linksachter getoond. Of Sánchez echt een aanwinst is, is nog niet duidelijk. Hij heeft een fluwelen techniek, maar komt op de belangrijke positie achter de twee spitsen vooral handelingssnelheid te kort en loopt, zo klagen zijn medespelers, nogal eens in de weg. Sánchez maakte wel al vier competitietreffers.

Arie Haan zegt dik tevreden te zijn met de twee Zuidamerikanen. Hij erkent wel dat Sánchez de nodige aanpassingsproblemen heeft. Maar de trainer had niet anders verwacht. “Hij is ook een speler die vooral bruikbaar is als we op de helft van de tegenstander spelen”, verduidelijkt Haan. “Daarmee is meteen bewezen dat het verhaal dat ik verdedigend voetbal wil spelen een fabeltje is. Anders haal ik toch niet een speler als Sánchez naar hier?”

De twee Argentijnse Feyenoorders wonen sinds kort niet meer in een Rotterdams hotel, maar hebben met hun echtgenotes een eigen woning in Antwerpen betrokken. Daar kunnen ze nu zelf koken, want het eten dat ze bij de club en in het hotel kregen, vonden ze maar niets: te veel sausen en te veel komkommer. Voorzitter Van den Herik, zelf ook woonachtig in België, heeft de twee spelers al laten weten dat er zich op de Antwerpse Keizerlei een uitstekend Argentijns restaurant bevindt.