Opletten

'Let eens op'. Wat een vreselijke zin. Je legt beslag op iemands bewegingsvrijheid, op zijn tijd, en zelfs op zijn gedachten. Je eist dat die zich richten op wat jij beweert. Hoe durf je. Wat een mateloze arrogantie. Wat een vreselijke wreedheid.

Maar hoe krijg je ze aan het opletten? De oplossing wordt geleverd in het studiehuis. Wat een vreselijk woord. De uitvinding van het studiehuis gaat vergezeld van andere uitvindingen, het gedachtengoed van moderne onderwijspsychologen. Er is een golf van boeken, artikelen en publicaties van elkaar overschrijvende hogere en lagere pedagoochelaars. Enkele decimeters troep van A4-formaat heb ik net gereduceerd tot een handhoge stapel. Op al dat papier staat wollig uitgelegd hoe het moderne kind moet leren en dus hoe de moderne docent moet onderwijzen.

Het moderne kind moet zelfstandig leren en dat doet dat kind in het studiehuis. Als je dat niks vindt ben je een tegenstander van de vooruitgang en dat is niet goed. O zeker, een frisse wind is nooit weg, maar zo'n wind doet je ook huiveren.

Het verwarrende van deze wereld is het gemengde. In het oerwoud van slechte onderwijskundige teksten waarvan de gewone docent zich meestal walgend afwendt, bevinden zich enkele parels, een aantal bedenksels die waardevol zijn, die we kunnen gebruiken. Hier is een leuke: 'metacognitie'. Het woord staat niet in woordenboeken. De uitvinder schijnt een Amerikaan te zijn. Ik heb nog geen definitie ervan gelezen en uit het gebruik van deze term rijst niet meer dan een vage notie.

Hier zijn de allerduidelijkste zinnen uit de vakliteratuur: 'Metacognitieve activiteiten zijn activiteiten die gericht zijn op de sturing of regulatie van de verwerkingsactiviteiten... Dat zijn mentale activiteiten direct gericht op het verwerken van de leerstof'. Een ander: 'Metacognitief bewustzijn betreft de mate waarin leerlingen op de hoogte zijn van en zich betrokken voelen bij hun eigen denken en leren'. 'Bij metacognitieve doelstellingen gaat het om het formuleren van leeractiviteiten die leiden tot adequaat leergedrag'.

Zulke gedachten vergen langdurig verblijf in de hersenpan. Dan ontstaat het vermoeden dat de schrijvers van deze zinnen iets vermoeden, wat je zelf ook vermoedt. Op zeker moment sloeg de bliksem in het hoofd: 'metacognitie = autodidactiek'. Kijk, nu snappen de oudere lezers het. Autodidactiek is de didactiek van de autodidact.

Vroeger had je autodidacten. Dat was nog in de tijd dat Fort de Kock Fort de Kock heette, toen een kop koffie nog een kwartje was, dus nog ver voor de tijd van de moedermavo. Autodidacten waren gewoon uitziende mensen met een bijzondere inborst. Een autodidact was iemand die na twee jaar ambachtschool, dus op z'n veertiende bij een baas veertig uur per week was gaan werken, 's zomers met ouders twee weken vakantie doorbracht in een huisje op de Veluwe en daar bij regenachtig weer bedacht dat hij hogerop wilde en die zich vervolgens bij zijn eigen haren schriftelijk vanuit Leiden dan wel in de avondschool, die toen nog alleen 's avonds open was, door achtereenvolgens MULO, HBS, HTS en TH-examens sleurde (vraag aan vijftigplussers de betekenis van deze afkortingen) om overall (een lang soort kledingstuk) voor overhemd, das en kolbert (uitspreken als ber zoals in bert) te kunnen verwisselen aldoende drie maatschappelijke treden stijgende, treden die hem zo'n jaar of vijftien van z'n leven kostten.

In het studiehuis zitten metacognitieve leerlingen. Net als autodidacten denken die leerlingen zelf: 'let eens op'. Daar ben ik voorstander van.