Ook advocaat heeft de taak het strafrecht te laten zegevieren

De socioloog J.A.A. van Doorn signaleerde onlangs de opkomst van een nieuwe school in de Nederlandse rechtspraktijk: advocaten die zich toeleggen op het uitbuiten van opsporings- en vormfouten bij politie en justitie. Hij werd daarin in deze krant bijgevallen door S.W. Couwenberg. Vorige week (12 oktober) reageerde de Haagse strafpleiter G. Spong: 'Een advocaat die vormfouten negeert, verzaakt zijn plicht'. Hij betichtte Couwenberg van kletskoek. Couwenberg dient hem van dupliek. H.J.R. Kaptein neemt het voor Couwenberg op: er is een verschil tussen het verdedigen van rechten en het frustreren van een strafproces. Taru Spronken kiest de zijde van Spong. Iedere verdachte heeft recht op een behandeling volgens de regels.

Socrates zei al (volgens Plato's Gorgias): “De retoriek van advocaten staat tot rechtvaardigheid als kookkunst tot de geneeskunde.” Spong schrijft: “kletskoek schaadt de rechtsorde”. Zijn eigen retoriek is daarvan een gevaarlijk voorbeeld.

Spong en Sjöcrona komen met een ogenschijnlijk volstrekt overtuigend verhaal: de buitenwacht begrijpt het niet, wij leggen het nog één keer uit en dan kan iedereen rustig slapen. Maar zo kan de discussie over de advocaat in strafzaken niet worden afgedaan. Beiden stellen dat de strafpleiter de belangen van de verdachte tegen de Staat moet behartigen. Hoe behartenswaardig het ook is wat zij daarover schrijven, de dubbelzinnigheid van 'belangen' maakt hun betoog volstrekt bedrieglijk.

Als het de taak van de strafpleiter zou zijn om de belangen van de verdachte tegen de Staat te behartigen, dan zou zo ongeveer alles mogen, van mishandeling van het Openbaar Ministerie tot en met beïnvloeding van getuigen en het zoek maken van bewijsmateriaal: het is allemaal in het nieuws. Zelfs is dan denkbaar dat advocaten hun cliënten helpen om uit handen van Justitie te blijven. Dat kan natuurlijk niet. Advocaten zijn er niet voor alle belangen van verdachten.

Advocaten zijn er omdat recht te ingwikkeld is voor juridisch niet-geleerden. De taak van de advocaat gaat uit van een tragische tegenstelling: eenvoudig en begrijpelijk recht is onrechtvaardig, rechtvaardig recht is ingewikkeld en voor buitenstaanders onbegrijpelijk. Zonder advocaten kunnen burgers hun recht niet halen. Daaraan ontleent de advocatuur haar voorrechten en waardigheid.

Advocaten zijn er dus niet om cliënten met alle middelen te laten winnen, maar om de rechten van cliënten op en in een eerlijk strafproces te verdedigen. Daarin mogen en moeten advocaten inderdaad tot het uiterste gaan, zelfs in strafzaken als die tegen Dutroux. Ook de ergste boeven hebben recht op een eerlijk proces. Verzet daartegen miskent het verschil tussen het verdedigen van daden (dat doet de advocaat in beginsel niet) en het verdedigen van de rechten van verdachten (dat is het wezen van zijn vak). Daarin hebben Spong en Sjöcrona gelijk. Maar advocaten moeten niet vergeten dat de eerlijkheid van het strafproces en daarmee de Staat van de rechtsstaat mede wordt bepaald door hun eigen optreden.

Sjöcrona komt nog eens met het oude liedje van de arme verdachte tegen de almachtige Staat. En de Van der Valken dan? En zoveel andere vermogende roofvogels van minder bekende merken? Die het met een leger van duur betaalde 'topadvocaten' en accountants opnemen tegen een volstrekt onvoldoende toegerust ambtelijk apparaat? Spong en Sjöcrona stellen stilzwijgend dat advocaten er zijn om zoveel mogelijk verdachten straffeloos te laten gaan. Daarmee miskennen zij het verschil tussen het verdedigen van rechten van verdachten en het frustreren van het strafproces. Het rechtskarakter van het strafrecht betekent niet alleen bescherming van verdachten maar allicht ook dat op misdaad in beginsel straf volgt. Anders is er helemaal geen strafrecht en dus ook geen rechtsstaat.

Het zijn altijd weer dezelfde aandachttrekkers en ijdeltuiten die het edele vak van de advocatuur in een kwaad daglicht stellen. Hun uiterlijk vertoon houdt gelijke tred met de innerlijke leegheid van hun professionele leven. Advocaten die weten waar het goed voor is wat zij doen en werken vanuit de zin van hun vak voor de rechtsstaat, hebben zulk narcisme niet nodig.

De beste advocaat is niet de strafpleiter die de meeste boeven buiten de gevangenis houdt. “Het recht te doen zegevieren is het vak van de advocaat”, schreef landsadvocaat Van Stipriaan Luïscius al. Dat is het uitgangspunt, niet alleen voor een volgende verkiezing van de beste strafpleiter, maar vooral voor een fatsoenlijke advocatuur.