Leider Vlaamse socialisten over protesten tegen ontslag rechter; 'Justitie moet zich nu bewijzen'

LEUVEN, 19 OKT. Voor het stadhuis van Leuven liggen verdwaalde pamfletten. 'Stop operatie doofpot' schreeuwen ze en 'weg met spaghetti-gerecht'. Binnen, in de achttiende eeuwse burgemeesterskamer, krijgt Louis Tobback telefoon van de politie. Zo'n vijfduizend betogers waren gisteren in Leuven op de been, zo wordt hem gemeld. Rond vijf uur was het weer rustig in de stad.

Burgemeester Tobback (58), voorzitter van de Vlaamse Socialistische Partij, heeft begrip voor de betogers die de afgelopen dagen met duizenden de straat op gingen. Ze protesteerden tegen het besluit van het Hof van Cassatie om onderzoeksrechter Connerotte van de zaak rond kinderontvoerder Dutroux te halen, omdat de magistraat de schijn van partijdigheid heeft gewekt door spaghetti te eten op een benefietavond voor slachtoffers van Dutroux. “Ik moet dat respecteren, maar men moet me d'r geen begrip voor vragen”, zegt Tobback over het arrest van Cassatie. “Gedurende jaren is bij justitie bijna alles uit de hand gelopen en dan plots zet men zich op zijn hoogste principes en zegt men: Hier gaan we onvermuwbaar zijn. Dat krijg ik niet uitgelegd, hè.”

Voorafgaand aan de uitspraak van Cassatie had Tobback aangedrongen op een “creatieve oplossing” om Connerotte niet van de zaak te hoeven halen. Zo niet, dan waarschuwde hij voor een reusachtige vertrouwenscrisis van de bevolking - “die merk je nu in alle straten”. De SP-voorzitter wil niet dramatiseren, “maar duizenden jongeren die in de straten hebben gelopen met extreme opschriften tegen Cassatie - denk je dat je die generatie nog blindelings kunt laten geloven in Vrouwe Justitia?” Hoewel Tobback wel zou willen, trekt hij morgen niet mee in de 'witte mars' in Brussel, georganiseerd door ouders van verdwenen kinderen. “Men zou denken dat ik me politiek interessant probeer te maken. Hoewel, misschien ga ik toch - onherkenbaar, met hoed, snor en zwarte bril.”

De protestacties van de afgelopen week en de mars morgen vragen om een antwoord van de politiek. Hoe denkt u het vertrouwen in justitie en politie te kunnen herstellen?

“Het eerste antwoord is niet aan de politiek, maar aan het justitie-apparaat. Indien justitie allerlei dossiers de afgelopen jaren tot een goed einde had weten te brengen, zoals de bende van Nijvel en de Agusta-zaak, dan beschikte ze nu over het prestige dat ze kon zeggen: Connerotte moet gewraakt. Dan had iedereen gezegd: Ik begrijp niet waarom, maar het zal wel zo zijn want in u hebben wij vertrouwen. Nu heeft iedereen gezien dat de bende van Nijvel 28 doden maakte en dat er nog steeds geen spoor is. Men gelooft niet meer dat ze het eerlijk menen. Gezien al die vergaande mislukkingen is het vertrouwen weg.”

“Als het justitie-apparaat nu binnen een voor de bevolking acceptabele tijd resultaten boekt, zal een stuk van dat ongenoegen wegebben. Justitie moet binnen enkele weken het gevoel laten herleven dat ze de waarheid werkelijk wil vinden. De vox populi is ook zo dat, indien de opvolger van Connerotte nu de ene pedofiel achter de andere pakt en Dutroux' opdrachtgevers vindt, het ongenoegen voorbij is. Maar als justitie dit niet doet, dan weet ik niet wat er gaat gebeuren. Oh wee als het dossier blijft steken, dan zijn we te beklagen.”

Het eerste antwoord is aan justitie, zegt u. Maar moet niet juist u, als voorzitter van de SP, reageren? Het is uw achterban die de straat op gaat: fabrieksarbeiders en jongeren, vooral in Vlaanderen.

“Het is niet de gewoonte van gepensioneerden om justitiepaleizen te bestormen. Arbeiders bestormen ook niet, die staken. Iedereen is even woest, maar ieder protesteert op zijn eigen manier. Dat er meer betogingen in Vlaanderen zijn, is toeval. Het leeft in Wallonië niet minder, integendeel. Maar in het Franstalig onderwijs is het hele vorig jaar al gestaakt, daar heerst een betogingsmoeheid.”

“Het is waar dat het protest ook tegen de politiek is gericht, hoezeer dit ook de verantwoordelijkheid is van Cassatie. Mensen hebben bij justitie het gevoel voor hoge priesters te staan, terwijl ze zich op de politiek kunnen afreageren. Maar dan is men bij mij aan het verkeerde adres. Men moet mij niet overtuigen van de noodzaak van hervormingen. Ik weet sinds we in 1989 met de toenmalige regering het Pinksterplan (over hervorming bij politie en justitie, red.) aannamen, wat we moeten doen om justitie te moderniseren. Inmiddels is het luik binnenlandse zaken voor 100 procent gerealiseerd, het luik justitie voor 20 procent.”

“In 1993 heb ik zwaar uitgehaald naar de inertie en regelrechte sabotage van justitie, die niet wilde uitvoeren wat was overeengekomen. Ook in de regering waren er die de maatregelen schoorvoetend hadden aanvaard, en daarna meehielpen alles te laten bij het oude. Ik heb toen luide gezegd wat nu door editorialisten geschreven wordt: Er valt geen land met justitie te bezeilen, ze willen niet bewegen, ze zitten in een ivoren toren. Het resultaat was dat de procureur-generaal van Cassatie een vlammende brief naar de koning schreef om te zeggen: dit kan zo niet met die minister van Binnenlandse Zaken.

“Ik voel me rot over wat er nu gebeurt. Maar ik ben één van de weinigen die ervoor heeft gewaarschuwd. En wat wilt u dan, dat ik de straat op ga en uitleg dat het toch allemaal niet zo erg is? Dat doe ik niet, want ik geloof het zelf niet!”

Koning Albert organiseerde vrijdag een ronde-tafel-conferentie voor ouders van vermiste kinderen en bepleitte in september al opheldering in de zaak-Dutroux en een efficiënter en 'menselijker' justitie. Mag het staatshoofd zich op die manier mengen in het politieke debat?

“In zeer uitzonderlijke omstandigheden is de koning geacht zeer uitzonderlijke initiatieven te nemen. Ik heb geen last, noch met de brief die hij in september publiceerde noch met de ronde tafel. Ik denk dat de koning er zich van bewust is dat dit een cruciaal moment is in de ontwikkeling van dit land. En dat hij bijgevolg zijn steentje probeert bij te dragen om dit in goede banen te leiden.”