KRIMP IN DE COUTURE

'DE KLEDINGGROOTHANDEL waar ik werk heeft me deze opleiding aangeraden”, zegt Jeroen Bentvelzen (16). Hij is één van de eerstejaars die dit jaar met de nieuwe middelbare opleiding Mode-Handel op de school voor MBO Haagland begonnen zijn. Hij weet precies wat hij wil worden als hij klaar is. “Vertegenwoordiger”, zegt hij zonder aarzelen. “Ik heb er goed over nagedacht. Je bent toch met je toekomst bezig.”

De fabricage van kleding heeft zich de afgelopen jaren in lagelonenlanden in Oost-Europa en Azië gevestigd. Nederlandse bedrijven die kleding produceerden zijn overgeschakeld op handel in kleding. De veranderingen in de industrie hebben met enige vertraging hun weerslag op het mode- en kledingonderwijs. De ruim 40 MDGO-opleidingen voor mode en kleding worden opgeheven en gaan deels over in ongeveer zestig scholen voor mode en handel. Kleding maken is geen onderdeel meer van het nieuwe vakkenpakket. Managementvakken komen ervoor in de plaats. 'Mode-Handel' moet beter aansluiten op een baan in detail- of groothandel.

De eerste scholen voor mode en kleding gingen in 1984 van start. De toenmalige couture-opleiding was te smal, vond de minister. Nu wordt mode en kleding juist weer te breed bevonden. Met het opheffen van mode en kleding verdwijnt een groot deel van de opleidingen voor het maken van kleding.

“De opleiding mode en kleding heeft nog vrij lang bestaan omdat er zich zoveel leerlingen voor aanmeldden. Dat was vroeger het bestaansrecht van MDGO-opleidingen”, zegt onderwijskundig medewerker H. Blommers van de Vereniging voor beroeps- en volwassenenonderwijs (BVE). “De leerlingen kwamen ook vaak goed terecht, omdat hun sociale vaardigheden op school goed waren ontwikkeld. De modebranche vond de kwaliteit van de opleiding echter te laag en niet voldoende arbeidsmarktgericht.”

“Het probleem met de oude opleiding was dat hij te breed was”, zegt Anneke Pulle, vroeger docent naaldvakken op de opleiding. Leerlingen kregen les in etaleren, vormgeving en kleding maken. Voor etaleren en vormgeven zijn al voldoende gespecialiseerde opleidingen, aan couturiers is in de confectie-industrie steeds minder behoefte.

Op Haagland zijn ook de laatste twee leergangen van de MDGO-Mode en kleding net aan het nieuwe schooljaar begonnen. De tweede en derde klas tellen samen nog elf leerlingen, die tegelijk een les naaldvakken volgen. De paspoppen en de naaimachines geven het leslokaal het aanzien van een atelier. Een laagstaande zon valt door de grote ramen van het praktijklokaal.

Docente Anja Polijn kondigt aan dat de derdejaars een feestjurk gaan maken. “Die moet vóór kerst af zijn, zodat je hem kunt dragen met de feestdagen.” De leerlingen morren. “Ik denk niet dat dat lukt, onszelf en de school kennende”, zegt een meisje onder algemene instemming. Nadat de verschillende mogelijkheden voor hals, mouwinzet en versiering zijn besproken, gaat de klas aan het werk met een patroon.

De laatste leerlingen Mode en kleding zijn minder zeker van hun toekomst dan Jeroen Bentvelzen, maar daarom niet minder optimistisch. Tijdens de les naaldvakken vertelt Denise van der Sluis (20) dat werken van haar nog niet zo nodig hoeft. “Een eigen zaak lijkt me erg zwaar. Als ik met deze opleiding klaar ben, wil ik nog een opleiding kinderverzorging doen.” Melissa Winklar (26), klasgenoot van Denise, heeft al een opleiding in de bejaardenverzorging afgerond. “Als een eigen kledingzaak niet lukt, kan ik daar altijd op terugvallen”, zegt ze.

Tweedejaars Linsie Spaans (18) heeft wat meer twijfels over haar toekomst. “Dat deze opleiding afloopt, zegt al genoeg. Het wordt moeilijk om werk te vinden denk ik.” Ze vraagt zich ook af of de laatste lichting wel genoeg tijd krijgt om de opleiding af te maken. “Ik hoorde ook pas dat we de laatsten waren toen de opleiding al begonnen was. Als ik dat eerder had geweten had ik misschien iets anders gekozen. Hoewel ik dit wel heel leuk vind.”

Een paar lokalen verderop werken de eerstejaars Mode-Handel aan een toets Nederlands. Onder de twaalf leerlingen zijn twee jongens. Docenten verwachten dat hun aandeel in de klas zal stijgen, vanwege de nadruk op commercie. De opleiding duurt drie jaar. Na het derde jaar is de student gediplomeerd manager of zelfstandig ondernemer. Na elk jaar kan de leerling kwalificaties halen voor functies op lager niveau.

Hoofddocent op Haagland van de nieuwe Mode-Handel opleiding Anneke Pulle was docent naaldvakken aan de oude Mode- en kledingopleiding. Ze ziet grote verschillen tussen de leerlingen van beide opleidingen. “Al bij de introductie zag ik dat de commerciëlere opleiding Mode-Handel andere scholieren trekt. Ze zijn veel beter voorbereid, ze vergelijken verschillende scholen voordat ze zich hier inschrijven”, zegt Pulle. “Bij mode en kleding kwamen mensen terecht die nog geen zin hadden om te gaan werken.”

Het lesprogramma van de opleiding Mode-Handel is in overleg met de bedrijfstak voor mode vastgesteld, op verzoek van de minister van Onderwijs. Die wilde een betere aansluiting tussen opleiding en praktijk. In het verleden bepaalde het ministerie de opleidingseisen.

Anneke Pulle vindt het ondertussen wel jammer dat de middelbare mode en kleding-richting wordt opgeheven. “De leerlingen kregen het vak 'omgangskunde'. Ze ontwikkelden op de opleiding uitstekende sociale vaardigheden. Dat hoorden we ook altijd van de bedrijven waar ze stage liepen. Ik vind ook dat mensen een opleiding moeten kunnen kiezen als ze niet per se een baan in die richting willen. Het is bovendien een hele leuke opleiding.”

Dat vindt ook Valérie Soetens (22), tweedejaars MDGO Mode en kleding op Haagland. Ze legt haar potlood even naast het patroon dat ze aan het tekenen is. “Ik vond het ontwerpen van kleding altijd al heel leuk. Ik wil straks een eigen kledingwinkeltje beginnen. Hoe dan ook”. Over de arbeidsmarkt maakt Soetens zich niet zoveel zorgen. Met aanstekelijk enthousiasme zegt ze: “Het maakt toch niet uit dat je ergens moeite voor moet doen?”