Konijnen in een sportauto in een interactieve kunstwereld

Tentoonstelling: 'Everybody's talking, visies van hedendaagse kunstenaars op communicatie'. Gemeentemuseum Helmond. T/m 12/1. Open: di-vr 10 -17u, za en zo 14 -17u.

De nieuwe media-kunst is te vergelijken met een voortdenderende trein. Je moet er snel inspringen, het kan nog net, maar wel opschieten alsjeblieft, anders mis je de aansluiting op de belangrijke dingen die staan te gebeuren. Dan hoor je er niet meer bij, en, erger nog, de wereld zal onbegrijpelijk worden. Voor je het weet ben je uitgerangeerd.

Dit is de sfeer waarin het jongste verschijnsel in de beeldende kunst, de elektronische en digitale kunst, wordt gepresenteerd. Het is de kunst van de toekomst, zo wordt ons keer op keer verzekerd. In het Gemeentemuseum in Helmond is nu de expositie Everybody's talking te zien, 'een presentatie van verschillende visies van kunstenaars op de onderlinge communicatie aan het eind van de twintigste eeuw', aldus het informatieblad.

Naast fotowerken (van bijvoorbeeld Inez van Lamsweerde en de Belgische Ria Pacquée) en video-installaties en -projecties van A.P. Komen en de Italiaan Federico d'Orazio, omvat de tentoonstelling interactieve installaties en cd-roms. Ook is er een Internet-café waar het publiek kunstenaarssites op Internet kan bekijken. De expositie legt vooral de nadruk op het 'interactieve' aspect. Uitgangspunt van het geheel is het idee dat 'actief deelnemen aan een kunstwerk het kunstwerk tot een ervaring maakt'.

Een voorbeeld van zo'n interactief kunstwerk is The Dream of Freedom van de Engelse Butler Brothers. Via een touchscreencomputer kan het publiek de beelden op vier videomonitoren min of meer besturen. Door op de computer vragen te beantwoorden bepaalt de 'speler' de lotgevallen van twee computer-geanimeerde konijntjes in een virtuele wereld. Die virtuele wereld doet denken aan futuristische schilderkunst, alleen is hier de beweging geen optische illusie, maar 'echt', zij het nogal knullig-mechanisch.

Door een koptelefoon hoort de speler technisch aandoende geluiden en digitale muziekfragmenten en op het computerscherm moeten multiple choice-vragen worden beantwoord. Bijvoorbeeld: 'Are you 1. dependent 2. independent 3. help?' Als antwoord op 'help' volgt de tekst: 'A sense of balance says much about a person'. Na 'Independent' volgt applaus door de koptelefoon. Ondertussen raken de konijntjes in allerlei gevaren, die kennelijk worden veroorzaakt door de gegeven antwoorden. Een konijn wordt gemarteld met elektrische schokken. De vraag luidt vervolgens: 'Do you wish to end punishment? decide! 1. Yes 2. No 3. Help.' Door het antwoord 'No' werd de marteling gecontinueerd. Hoe vaak ik vervolgens ook 'No' indrukte, aan het beeld veranderde niets. Een virtueel konijn kan duidelijk niet dood. Na 'Yes' verschijnt het konijn op de trappen van een paleis van justitie. Ter symbolisering van zijn vrijheid volgt een rit in een open sportauto.

Na de expositie bekeken, of ondergaan te hebben, begreep ik dat 'interactief' niet betekent dat de bezoeker op een zelfstandige, actieve manier het kunstwerk kan benaderen. Het tegenovergestelde is het geval: de bezoeker moet zich onderwerpen aan een voorgekookt vraag- en antwoordspel. De keuzemogelijkheden zijn beperkt. De Butler Brothers realiseren zich dit blijkbaar ook, en bedachten als oplossing dat hun kunstwerk op een ironische wijze de passiviteit moet illustreren die de virtuele wereld bij de kijker oproept. Dit is dus een omkering van het uitgangspunt van de expositie en van hetgeen voortdurend door de pleitbezorgers van de elektronische kunst wordt beweerd, namelijk dat deze kunst de beschouwer eindelijk dwingt om actief 'deel te nemen' aan het kunstwerk.

Dit is ook de opzet van de cd-rom installatie Portrait One van de Canadese kunstenaar Luc Courchesne. Hierbij moet de bezoeker vragen stellen aan de virtuele verschijning van een jonge vrouw. Het idee is dat het 'gesprek' gaandeweg intiemer wordt, totdat de bezoeker zich ongemakkelijk voelt, mede doordat hij zich bespied weet door andere tentoonstellingsbezoekers. Hiervoor moeten er natuurlijk wel andere bezoekers aanwezig zijn, wat tijdens mijn aanwezigheid niet het geval was.

Het idee dat het publiek moet participeren in het kunstwerk is niet nieuw. Participatie-kunst vierde hoogtij in de jaren zeventig en begin jaren tachtig met kunstenaars als Joseph Beuys, de Wiener Aktionisten en, in Nederland, Ulay en Abramovic. Dit 'participeren' is over het algemeen kunstmatig en oppervlakkig. Een actievere deelname aan een kunstwerk dan het geconcentreerd bekijken ervan bestaat volgens mij niet. Maar de deelneming aan performances vroeg in elk geval meer inzet en durf van het publiek dan deze computerkunst.

Sommige kunstwerken mogen misschien in technisch opzicht geavanceerd zijn, het resultaat is steeds simplistisch en geestdodend. Het geestdodende wordt nog versterkt door het feit dat de bezoeker overal op de tentoonstelling door drenzende geluiden wordt belaagd, variërend van een treiterig orgeldeuntje uit een Internetcomputer tot een zich onafgebroken herhalend refrein van een popliedje.

Deze visies van kunstenaars op de communicatie aan het einde van de twintigste eeuw stemmen bepaald niet optimistisch. Er wordt op deze tentoonstelling immers niets gecommuniceerd, met uitzondering van de eenzaamheid en de dappere vasthoudendheid van het vrouwtje van Ria Pacquée. Maar dit fotowerk is wat middelen betreft traditioneel.

De treurige vlakheid en doelloosheid van de elektronische kunst in Helmond wordt nog eens bevestigd door de sombere profetieën in de catalogus van de nieuwe-media filosoof Jos de Mul. Hij voorziet een tijd waarin 'de homo zappens zich rusteloos een weg klikt door de vele vensters van zijn persoonlijkheid' (dat wil zeggen zijn personal computer, JW), waarbij 'Real Life' gereduceerd is tot 'just one more window'. God verhoede het.