Kinderogen

Het ding in de speelgoedwinkel was van felgekleurd glimmend blik, het bewoog en maakte geluid, en ik was zes. Ergo: ik wou het hebben! Diep teleurgesteld was ik in mijn ouders, die het met een zuinig gezicht als dure rommel bestempelden, die ze me voor mijn eigen bestwil ontzegden. Je eigen bestwil! Nooit was er onder kinderen een gehater uitdrukking dan deze. Wacht maar, dacht ik. Als ik groot ben koop ik lekker alle gammele gekleurde glimdingen van de wereld, en moet je me dan eens zien spelen!

Maar ben je eenmaal groot, dan hebben al die begerenswaardige blikken schatten van toen hun glans verloren. Je ouders hadden gelijk, ontdek je. Het was goedkope rotzooi, die na twee dagen en drie opengehaalde vingers de geest gegeven zou hebben. En je hoort jezelf voor het eerst tegen je kinderen over hun eigen bestwil praten.

Maar het kind in de volwassene is niet helemaal weg, zeker niet als die volwassene politicus is. Het zijn alleen andere speeltjes die de juiste betovering bezitten. Een betovering die zorgt dat je net als toen je ogen sluit voor de zwakke punten en de onprettiger eigenschappen ervan. Computers en geautomatiseerde systemen zijn zulke speeltjes. Een paar voorbeelden uit de afgelopen weken.

Vorige week keerde een Kamerdelegatie onder leiding van staatssecretaris Netelenbos terug van een studiereis naar speelgoedwinkel Amerika. Netelenbos had er veel glimmends gezien, dat ze meteen wilde hebben. Zoals de virtuele leraar: een docent die met behulp van een glasvezelnet en video- en computerverbindingen aan twee of drie klassen op heel verschillende plaatsen tegelijk lesgeeft. Netelenbos was geheel verkocht. Zo kon je immers mooi het probleem van dure kleine klasjes die op veel scholengemeenschappen voor sommige vakken bestaan oplossen, je kon de Waddeneilanden mooi bedienen, en je kon ook nog eens het lerarentekort dat door vergrijzing lijkt te gaan ontstaan opvangen.

Ach, het kind. Wat ze liever vergat was dat het uitgestrekte Amerikaanse platteland een fundamenteel andere wereld is dan de Nederlandse. In Nederland bestaan geen serieuze afstanden, en ze worden ook niet geaccepteerd. Bovendien liggen de gezagsverhoudingen hier wel even anders dan in de uitgestorven uithoeken van een staat als New York. Waar ze maar liever de ogen voor sloot, was dat de drie klassen die zij zo braaf onder leiding van die virtuele leraar zag werken in totaal nog geen twintig leerlingen telden. Dat is echt iets anders dan die volle bakken van dertig per stuk die Netelenbos alsmaar weigert zelfs maar met één te verkleinen omdat dat te veel geld kost. En dan hebben we het nog niet over de kosten van aanleg en onderhoud van het benodigde netwerk en bijbehorende apparatuur gehad. Wie de traditioneel treurige staat van paraatheid van zelfs simpele dingen als diaprojectoren en bandrecorders op onze scholen kent (om nog maar niet van scheikundekabinetten en dergelijke te spreken), kan alleen nog maar zuur lachen bij Netelenbos' opgewekte uitspraak 'eerst het plan en dan het geld'. Eerst een half plan en dan is het geld op, wordt dat.

De Groningse wethouder Pijlman mocht ook mee, en kwam al net zo begerig terug. Er moet véél meer gecomputerd worden op school, net als in Amerika! Investeren dus! Bovendien zag hij ineens de oplossing van het probleem van de enorme scholengemeenschappen die Den Haag creëerde, en waar nu steeds meer mensen hun kinderen niet willen hebben. Door gebruik te maken van 'nieuwe technieken' kunnen die scholengemeenschappen zich aantrekkelijker maken, meent Pijlman. Kralen en spiegeltjes, daar krijg je die eigenwijze bevolking wel mee binnen. Maar anders dan kralen en spiegeltjes kosten 'nieuwe technieken' een fortuin, voordat je zelfs maar kunt beginnen - en daarna ook. Niet alleen aan aanschaf, installatie en perfect onderhoud van apparatuur, maar vooral ook aan het ontwikkelen van geschikt lesmateriaal en het scholen en bijscholen van grote hoeveelheden zittend (en vaak begrijpelijkerwijs voor grootse Haagse plannen niet langer echt enthousiast) personeel. En dat terwijl die scholenmolochs er juist gekomen waren om geld te besparen.

Twee weken eerder signaleerde de TROS-rubriek RADAR dat een willekeurige, normaal geklede voorbijganger in beide Amsterdamse Academische ziekenhuizen, het AMC en het VU-ziekenhuis, moeiteloos patiëntenstatussen kon lichten. En niet alleen door tijdens een plaspauze een toevallig op een kamer in gebruik zijnd dossier mee te pikken. Na zessen kon van achter onbemande balies van alles meegenomen worden, een voorbijkomende verpleger bleek tevreden met een beleefde groet. En voor zessen bleek het geen punt om botweg met een vriendelijk 'goedendag' achter dienstdoend baliepersoneel langs brutaalweg het deurloze dossierarchief binnen te stappen en te plunderen. Schokkend, vond RADAR uiteraard, zo schokkend dat D66 kamerlid Roger van Boxtel, die bij die partij over patiëntenstatussen schijnt te gaan, ter verantwoording geroepen werd. En die zag meteen de oplossing: glimmende pasjessystemen, elektronisch bewaakte deuren, automatische identificatiesystemen op elke gang! Geen moment dacht hij eraan om te roepen: voldoende personeel, dat door een prettige werkomgeving geïnteresseerd en oplettend zijn werk doet en RADAR-mannen vraagt: wat moet u daar? Veel simpeler dan een duur en complex pasjessysteem dat weer leidt tot ergernis en in een ziekenhuis mogelijk gevaarlijke vertraging vanwege vergeten of zoekgeraakte, of door bureaucratische rompslomp te traag geleverde pasjes, alsmede defecte lezers en ander ongerief. Wat op zijn beurt weer leidt tot permanent open - en dan onbewaakte - deuren, uitlening en verduistering van passen, en wat niet meer voor ellende.

Automatisering kan nuttig zijn, maar niet als we er onze verantwoordelijkheid op willen afschuiven. Chips kunnen geen goed onderwijs garanderen, scholen populair maken, of ziekenhuizen veilig houden. Ze kunnen alleen zo goed en zo kwaad als het gaat mensen helpen om dat te doen - tegen niet geringe, blijvende kosten. Maar zit het met die mensen niet goed, of ontbreken ze, dan helpt daar geen computertje-lief aan.

In Chips van vorige week is Ilana Sterne's haiku op de dood van Seymour Cray niet juist afgedrukt. Het goede regelverloop is: Worms in his coffin are taking (in parallel) gigabites of Cray