Karin Kienhuis

In zware tijden met beide voeten op de grond blijven staan is een kunst. Het is een kwestie van evenwicht bewaren. Want zodra één voet los van de grond komt, wordt de balans verstoord en dient men op zijn hoede te zijn.

Een judoka die zijn tegenstander omver wil werpen dient deze eerst door veranderingen van positie en bewegingen van het lichaam uit balans te brengen. Pas als de tegenstander gaat wankelen, heeft zijn worp een goede kans van slagen. Sommige worpen kunnen worden uitgevoerd zonder daarbij een voet op te tillen, zoals schouder-, arm- en heuptechnieken. Bij andere worpen komt één voet los van de grond, zoals bij beentechnieken. Dat zijn riskante escapades. Want een judoka die een voet optilt is kwetsbaar. Met de voeten gespreid en plat op de grond staat de judoka stabiel. Wanneer hij op zijn tenen balanceert, kan hij voorover vallen. Wanneer hij op zijn hakken balanceert, kan hij achterover vallen. Voeten vormen de basis van een gevechtshouding. Wie niet wil verliezen dient stevig op zijn voeten te staan. Wie wil winnen des te meer. Overmoed ligt altijd op de loer. Het succes van de judoka valt of staat bij de stand van zijn voeten. Wanneer de judomat ruw is, worden de voeten bedreigd door brandplekjes. Toch maar blijven staan. Want wie stevig op zijn voeten staat, is de situatie meester.