INSTRUMENTARIUM TEYLERS MUSEUM GECATALOGISEERD

Teylers Museum in Haarlem beschikt over een unieke collectie 18de en 19de-eeuwse instrumenten, verzameld met het oog op onderwijs en onderzoek. Het gebouw aan het Spaarne is niet neergezet om achteraf een al aanwezige collectie te huisvesten, met het instrumentarium vormt het een twee-eenheid. Wie de ovale zaal van Martinus van Marum binnengaat, betreedt een tijdmachine en het zou zonde zijn die te verstoren.

Van Marum werd op 25 juni 1784 directeur van het museum. Al snel koos hij voor de aanpak onderwijs en onderzoek met elkaar te integreren. Hij kocht instrumenten die voor de gewone individuele wetenschapper te duur waren. Teylers groeide uit tot een vooraanstaand wetenschappelijk centrum, met een collectie die in Europa zijn gelijke niet heeft.

Van Marums opvolgers als curator van het Fysisch Kabinet, waaronder Hendrik Antoon Lorentz en Adriaan Fokker (die tot 1955 op zijn post bleef), breidden de collectie verder uit, door instrumenten aan te kopen of door ze in eigen beheer te doen vervaardigen. Na 1900 groeide de wetenschap zo snel, en raakte zij zo gecompliceerd, dat voor een los van de universiteit opererend instituut als Teylers geen rol van betekenis meer was weggelegd. Van de bescheiden experimenten die tot in de jaren veertig nog werden uitgevoerd werd verslag gedaan in het huistijdschrift Archives du Musée Teyler.

Nadat de Britse instrument-historicus prof.dr. Gerard L'E. Turner in 1973 het door Van Marum aangeschafte deel van de collectie had gecatalogiseerd - in deel IV van het Verzameld Werk, uitgegeven door de Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen - publiceerde hij vorige week de beschrijving van alle latere instrumenten. The Practice of Science in the Nineteenth Century: Teaching and Research Apparatus in the Teyler Museum pakt de draad op bij instrumentnummer 351, een chronometer in mahoniehouten zetting, om te eindigen bij 804, een serie kathodestraalbuizen van Crookes, aangekocht in 1883. Ze zijn door Turner zelf gefotografeerd en voor de beschrijving heeft de Brit vaak gebruik kunnen maken van originele fakturen, tekeningen en handleidingen die in het archief van Teylers Museum bewaard zijn gebleven.

De nu beschreven collectie - startpunt voor verder wetenschapshistorisch onderzoek - staat uitgestald in het nieuwe deel van het museum, dat in 1885 zijn deuren opende. Het gaat vooral om instrumenten op het gebied van optica, akoestiek en elektriciteitsleer. Zo zijn er prisma's en polarisatiefilters van de Parijse instrumentmaker J. Duboscq, klankkasten en resonantiebollen van Rudolph Koenig en inductiespoelen van Heinrich Daniel Rhumkorff. Bijzonder fraai zijn de beweegbare toverlantaarnplaatjes (177x112x16 mm) om de planetenbeweging te laten zien, of het wisselen van de seizoenen of de getijden.