Huilende managers (De kleine wetenschap nr. 17)

De manager verstikt in informatie, meldt deze krant van afgelopen dinsdag. De stress neemt onaanvaardbare vormen aan als een manager binnen een bepaalde tijd gedwongen wordt tot een keuze op grond van een hoeveelheid op het oog belangrijke informatie die hij met hetzelfde oog binnen dezelfde tijd niet kan overzien. Dan worden er onvermijdelijk domme beslissingen genomen.

Ik heb het wat vereenvoudigd; zo klinkt het nog ingewikkeld genoeg. Op ongeveer dezelfde manier heeft de wetenschap al jaren geleden ratten de kluts kwijt laten raken en verkeerde dingen laten doen (andere ratten gaan bijten in plaats van eten). In de fabel sterft de ezel tussen hooi en water aan besluiteloosheid. De elementen waaruit het dilemma is opgebouwd zijn nieuw, het vraagstuk zelf is het niet.

Uit de Volkskrant van een dag later blijkt dat het nog ernstiger is. Geciteerd wordt de adviseur De Winter van MANS (Management en Arbeid Nieuwe Stijl). Hij wordt dagelijks geconfronteerd 'met mensen die omkomen in de informatie'. Zijn collega van MANS, de heer Zuidema, zei: “Ik was laatst op een seminar in Brussel. Daar zit je dan met 1.500 managers van wie er een stel zit te huilen. Ze willen zich aan iets verbinden want ze zijn eenzaam.”

Ik wil het graag geloven, maar wat doen we eraan? Teveel aan informatie is de kwaal van deze tijd, lezen we telkens. Nee, de kwaal is het gebrek aan verweer tegen onzin. Dat moet mathematisch aan te tonen zijn. C. Northcote Parkinson zou het geheel in een aantal wetten hebben kunnen vangen, waarbij de volgende gegevens gezamenlijk als grondslag konden dienen. De revolutie is begonnen met de telefoon. Daarna zijn gekomen: de radio, de televisie, de computer gekoppeld aan de telefoon (Internet, WWW) en de 'schrijftelefoon', de fax. De draagbare telefoon was er allang maar niet als volkseigendom. Degene die de telefoon tot zaktelefoon heeft gemaakt, zal voor de draadloze communicatie hetzelfde hebben gedaan als wat Henry Ford met zijn T-Ford op de weg heeft aangericht: files.

De vrije markt heeft weer een funeste invloed uitgeoefend. Natuurlijk: de bevoorrechten die het eerst beschikten over de nieuwste apparatuur, hadden als groep een voorsprong omdat ze onderling (als 'ons soort mensen') communiceerden. In de toenemende bereikbaarheid legde 'ons soort mensen' het loodje, zoals ze dat doen bij alles wat toeneemt. In het begin verstrekten de mensen van de elite elkaar onderling hun info. Nu is iedereen die zich de handigheidjes van Internet en de zaktelefoon heeft eigengemaakt, een potentiële infoverstrekker, en de vrije markt verplicht hem of haar, dit ook daadwerkelijk te worden, en niet minder, het iedereen te laten merken of erger: in te peperen.

Tot zover is alles duidelijk. Iedere dag verdubbelt het aantal mensen dat is uitgerust met de modernste apparatuur. Maar het aantal mensen dat iedere dag slimmer wordt verdubbelt niet. De hoeveelheid over de mensheid te verdelen hersenen blijft nagenoeg constant en over de individuen gespreid volgens de onontkoombare voorschriften van de waarschijnlijkheidstheorie. Tien procent genie, tien procent domoor en daartussen u en ik. Gedwongen door de beperkte plaatsruimte sla ik een paar stadia in de redenering over. Kort gezegd betekent de 'informatierevolutie' dat steeds meer niet al te snuggere mensen in het bezit raken van de magische apparatuur, en dat ze, in dit stadium van de beschaving, zich ook verplicht, gedwongen voelen, daarvan een 'optimaal gebruik te maken', d.w.z. zoveel mogelijk tekeer te gaan.

Zo ontstaat de volgende situatie, die ik voor het gemak in factoren ontbind:

A. Een veelvoud aan apparatuur veroorzaakt op de vrije markt bij en door gelijkblijvende gemiddelde intelligentie een overmaat aan onzinnige informatie.

B. Wat onzinnig is, herkent men pas als zodanig door er althans even van te proeven. De vrije markt maakt dat men het zich niet kan veroorloven, het gebodene ongeproefd te laten. Een veelvoud aan apparatuur veroorzaakt dus een veelvoud aan proeven.

C. Krachtens de waarschijnlijkheidstheorie zal men meer onzinnigs dan zinnigs proeven. Omdat de ons toegemeten tijd constant blijft, zal dus het proeven van het onzinnige gaan ten koste van het zinnige.

De moderne manager weet dat. Hij is gekooid in de vrije markt, tussen twijfel en drang tot overleven. Daar is geen uitweg. Geen wonder dat een adviseur van het bureau MANS op een managersseminar in Brussel moet constateren 'dat er een stel zit te huilen.'

Op deze manier kan het vanzelfsprekend niet doorgaan. Wie wordt bedreigd gaat zich verweren, zeker de moderne manager. Nu las ik dat in Duitsland een wet is aangenomen waarin wordt bepaald dat huisdieren - honden, katten en ook vissen - niet meer mogen worden verkocht aan kinderen onder de zestien. Niet zozeer de kans op mishandeling met voorbedachten rade, maar op wanbehandeling te goeder trouw is te groot. Misschien is hiermee het begin van een oplossing gegeven. Als de manager verstikt in de infozondvloed, betekent dit niet dat degenen die hem/ haar daarvan voorzien, kwaad bedoelen. Menig huisdier heeft juist de goede bedoelingen van de jonge baas niet overleefd.

In beginsel - en niet meer dan dit - dreigt het met de managers dezelfde kant op te gaan, als we tenminste de adviseurs van MANS en de International Stress Management Association (ISMA) mogen geloven. Als de managers zich niet immuun tegen onzin kunnen maken, moet er iets aan de onzinverstrekking worden gedaan. Dat is de onontkoombare conclusie.

(wordt vervolgd)