Hongarije twist nog steeds over de betekenis van de opstand van 1956; Echo van een mislukte revolutie

Vanaf 23 oktober 1956 was Hongarije twaalf dagen lang in de greep van de opstand tegen de Sovjet-Unie. Die is achteraf wel een illusie genoemd, een fatale misrekening. Wat betekent deze heroïek nu voor een land dat alsnog, op de golf van 1989, van het communisme werd bevrijd? “Dit is niet het Hongarije waar we voor hebben gevochten.”

Ergens in de straten van Boedapest staat hij ineens, één strijder uit de massa gelicht. Een jonge man, in de twintig, met zwart haar en donkere ogen. Hij heeft de standaarduitrusting van de Hongaarse revolutie in oktober 1956: een regenjas, een machinegeweer om de schouder geslagen, een sigaret in de mondhoek. Triomfantelijk kijkt hij in de camera - hij kan de wereld aan, dus waarom niet de Sovjet-tanks?

Een paar zwart-witfilms, vastgelegd op vijf videobanden in het 'Instituut voor de geschiedenis van de Hongaarse revolutie in 1956', vormen de visuele herinnering aan de grootste massale volksopstand tegen een communistisch bewind. Het zijn ongepolijste beelden zonder geluid. Een lange stoet mensen, jonge studenten en arbeiders vooral, die op 23 oktober 1956 over de Margit-brug naar het parlement marcheren. Ze lopen arm in arm, mannen en vrouwen, mannen en mannen.

Juichende mensen zagen het beeld van Stalin om, totdat alleen zijn schoenen nog op de sokkel staan. Premier Imre Nagy, begeleid door bewapende burgers, op weg naar de volgende crisisvergadering. De resultaten van de veldslag: brandende tanks, kapotgeschoten gebouwen, lijken op straat die met bloemen zijn overdekt, lynchpartijen. En steeds weer vrolijke gezichten, die de illusie van bevrijding uitstralen. Twaalf dagen lang, totdat het Sovjet-leger op 4 november de straten van Boedapest overnam en de revolutie voorbij was.

Boedapest, september 1996. Het zwarte haar is grijs geworden. Op uitnodiging van het Instituut nemen oud-strijders deel aan een bustocht op zondagmorgen langs de plaatsen waar de revolutie zich afspeelde. We rijden over de Margit-brug, waar nu de toeristen flaneren, naar het plein voor het parlementsgebouw. We stoppen bij het gebouw van Magyar Rádió, waar op de avond van 23 oktober 1956 de eerste doden vielen. Een menigte studenten protesteerde in de smalle straat, omdat de radio hun eisen niet uitzond. Soldaten openden vanaf de daken van omliggende gebouwen het vuur op de demonstranten. De demonstranten schoten terug. Ze hadden een ambulance vol wapens overvallen, die op weg was naar soldaten die het radio-gebouw moesten beschermen. Maria Wittner was erbij, negentien jaar oud. “Ik stond daar op het dak, en laadde de kogels in het geweer van een van de strijders”, zegt ze, en ze wijst omhoog. De toon houdt het midden tussen heroïek en tragiek.

De bus rijdt langs de Corvin-passage, waar het Hongaarse verzet tot vier dagen na de Sovjet-inval doorvocht. Een marmeren gedenksteen aan de muur herinnert aan Ilona Szábo, zeventien jaar en zwanger, die hier werd doodgeschoten. De reisleider professor János Bak, een ooggetuige van '56, houdt het commentaar luchtig. Hij wijst onderweg op zijn voormalige kleuterschool, en het oprukkend kapitalisme ernaast: een glimmend-nieuwe zaak van Kentucky Fried Chicken. “Als we in 1956 Kentucky Fried Chicken hadden gehad, was er geen revolutie geweest”, deelt hij droogjes mee.

Humaan socialisme

In al haar achteloosheid raakte de grap aan een thema dat dezer dagen, bij de veertigjarige herdenking van de Hongaarse opstand, meer dan eens opduikt. Wat heeft het postcommunistische Hongarije van '96 nog te maken met de revolutie van '56? Zijn de idealen van de strijders van toen vervuld, nu Hongarije een meerpartijen-democratie is met het gezicht westwaarts gekeerd? Of ging het om andere waarden, zoals het humane socialisme van Nagy, die inmiddels door de vrije markt zijn verpletterd?

Aan de opstand van '56 was een strijd tussen stalinisten en hervormers in de Hongaarse communistische partij vooraf gegaan. Een eerste poging van premier Nagy om de partij te veranderen strandde op de tegenstand van de hardliners onder aanvoering van secretaris-generaal Rákosi. Nagy moest in maart 1955 het veld ruimen. Maar de oppositie, aangemoedigd door de geheime anti-Stalin-toespraak van Chroesjtsjov en de opstand van Poolse arbeiders in Poznan in juni '56, groeide uit tot een massa-beweging.

Toen in Polen de hervormers in de communistische partij bleken te winnen, hielden studenten in Boedapest op 23 oktober hun grote demonstratie. Ze eisten onder meer terugtrekking van de Sovjet-troepen uit Hongarije, een meerpartijensysteem, economische onafhankelijkheid, en de terugkeer van Imre Nagy als premier.

De studenten kregen al snel steun van een groot deel van de bevolking. Nagy werd een dag later premier en de Sovjet-Unie stuurde tanks om de rebellie te onderdrukken. Na enkele dagen van zware gevechten in de straten van Boedapest, waaraan nu nog de kogelgaten in veel gebouwen herinneren, trokken de Sovjet-troepen zich op 30 oktober terug. Nagy maakte de keuze die hem uiteindelijk het leven zou kosten: hij nam de eisen van het volk grotendeels over.

Nagy's beslissing om Hongarije tot 'neutraal' land te verklaren en uit het Warschaupact te stappen - in tegenstelling tot de Poolse hervormingsgezinden onder leiding van Gomulka - was voor Moskou onaanvaardbaar. Terwijl de Sovjet-afgezanten schijnonderhandelingen voerden met het Hongaarse bewind over terugtrekking van de troepen, keerde het Sovjet-leger op 4 november terug om de Hongaarse revolutie definitief de kop in te drukken. De sympathie in het westen voor de moedige opstandelingen bleef bij kaarsen voor het raam en vluchtelingenhulp. Washington realiseerde zich dat een militaire interventie tot een nucleaire oorlog kon leiden. Zo eindigde de Hongaarse revolutie als een bevestiging van Jalta.

Het militaire ingrijpen van Moskou bracht het bewind van János Kádár aan de macht. Premier Nagy en minister van defensie Pál Maléter werden gearresteerd. Zij zouden twee jaar later worden geëxecuteerd na de processen tegen de leiders van de 'imperialistische contra-revolutie'. Volgens het 1956-instituut kwamen 229 mensen door executie om het leven. Aan Hongaarse zijde vielen tijdens de opstand vierduizend doden, het Sovjet-leger verloor 669 soldaten. Na de opstand vluchtten tweehonderdduizend Hongaren naar het buitenland.

Geestelijke schuilplaats

In het buitenland verschenen boeken, films en documentaires over de heroische volksopstand. In Hongarije was het onderwerp voor historici taboe. Een enkeling speurde na werktijd in archieven geheime documenten van de zuiveringsprocessen na, en publiceerde erover in ondergrondse blaadjes. Maar pas na 1989, toen de schatkamer van partij- en regeringsarchieven openging en de veteranen van '56 hun geestelijke schuilplaats konden verlaten, konden jonge historici beginnen aan een serieuze studie van de revolutie van hun ouders. Veel Hongaren kwamen tot de schokkende ontdekking dat ze op school en op de universiteit jarenlang waren voorgelogen over de 'westerse samenzwering' van 1956. Hun eigen volk was de revolutie begonnen.

Steeds meer nieuwe informatie komt naar boven. Tijdens een conferentie eind vorige maand in Boedapest presenteerde het Instituut documenten uit Sovjet-partijarchieven, die de Russische president Jeltsin tijdens zijn eerste bezoek aan Hongarije had meegenomen. Daaruit bleek vooral dat er in Moskou tijdens de opstand verdeeldheid en verwarring heersten - van een strategie om de Hongaarse kameraden in het gelid te krijgen was geen sprake. Tot vlak voor de Sovjet-inval overwoog Chroesjtsjov zelfs serieus om Nagy zijn gang te laten gaan.

Csaba Békés, drie maanden na de revolutie geboren, is een van de jonge historici die in het door de overheid gefinancierde Instituut werkt. De Hongaarse revolutie was volgens hem een cruciale gebeurtenis in de Koude Oorlog, omdat zij de marges van bewegingsvrijheid voor alle landen in het Sovjet-blok bepaalde. “Het was een les voor alle leiders in de Sovjet-Unie en de satelliet-staten: als je de mensen te zeer onderdrukt, komen ze in opstand en word je afgezet. Maar tegelijk realiseerden ze zich dat ze nooit zo ver konden gaan als Imre Nagy. Daarom probeerde Alexander Dubcek in '68 zo wanhopig de Praagse lente onder controle te houden. Het toonde tegelijk de volkeren in het kamp dat ze niet te ver konden gaan met hun wensen tot verandering.”

De nieuwe Hongaarse leider Kádár, die aanvankelijk aan de kant van Nagy had gestaan, bleek na de revolutie een meester in het bedwang houden van het Hongaarse volk. Na een paar jaar schrikbewind, processen en executies, stond hij het volk meer en meer economische vrijheden toe. Deze 'zachte dictatuur' leverde Hongarije de bijnaam van 'de vrolijkste barak uit het kamp' op, en hield de mensen tevreden genoeg om het niet weer te proberen. De honderdduizenden die een paar dagen tevoren op straat marcheerden, schikten zich na de Sovjet-inval vrij snel in hun lot.

“Alle hoop en illusies van de Hongaren waren de bodem in geslagen”, verklaart Csaba Békés. “Ze hadden hulp uit het westen verwacht. Jarenlang hadden ze via de radio Amerikaanse leiders als Eisenhower en Nixon horen spreken tegen het grote kwaad, de Sovjet-Unie. Nu weten we dat Eisenhower nooit een militaire interventie heeft overwogen. Het waren slechts slogans voor de langere termijn. Maar de Hongaren waren de Amerikaanse propaganda gaan geloven. Het was enorm tragisch: ze hadden getoond dat ze de dictatuur niet wilden, ze hadden er iets tegen gedaan, maar ze werden op het beslissende moment in de steek gelaten. Dat veroorzaakte hun capitulatie.”

Na de overgang naar democratie in 1989 barstte het binnenlands debat los over de betekenis van de revolutie. Politieke partijen streden om de erfenis. “Iedereen wilde zijn eigen 1956”, zegt Békés. “De conservatieven die aan de macht kwamen verklaarden dat Hongarije nu het einddoel van de revolutie van '56 had bereikt: een parlementaire democratie. Aan de andere kant hielden mensen vol dat het om een ander soort socialisme ging. Tot vandaag is er geen consensus over '56.”

Het gekibbel dreef de veteranen uiteen. De eenheid tussen verschillende bevolkingsgroepen bleek eenmalig. De arbeiders die meestreden zijn inmiddels gepensioneerden voor wie het post-communistische tijdperk vooral armoede heeft gebracht. Intellectuelen met wie ze destijds samen in opstand kwamen, belandden tegen een veel betere beloning in het nieuwe parlement. Sommige veteranen lieten zich voor de kar spannen van extreem rechts. En het Hongaarse volk bracht bij de laatste verkiezingen nota bene de oud-communisten weer aan de macht, die nu bezig zijn het kapitalisme in te voeren.

“De meerderheid van de Hongaren is moe van het debat over '56. Voor hen heeft '56 geen grote betekenis meer”, aldus Békés. “De mensen maken zich veel meer zorgen over hun overleving. Zelfs de mensen die niet arm zijn, zijn bang het binnenkort te worden. 1956 is een gewoon onderwerp geworden, een historische kwestie als enige andere.”

Diamant

Árpád Göncz, de president van Hongarije en '56-veteraan, vergeleek de revolutie met een diamant, met evenveel kanten, hoeken en weerspiegelingen. Dr. Béla Király, 84 jaar, oud-generaal, oud-hoogleraar, oud-politicus en schrijver, kan vrijwel zonder onderbreking urenlang vertellen over zijn kant. Zijn levensverhaal is getekend door de absurditeiten en de willekeur waarmee de dictatuur haar onderdanen in angst gevangen houdt.

In 1950 werd Király op 38-jarige leeftijd generaal in het Hongaarse leger. Hij was na de Tweede Wereldoorlog lid van de partij geworden, omdat hij hoopte dat de communisten een eind zouden maken aan het feodale stelsel in Hongarije. Zijn loopbaan als generaal duurde een jaar. Als hoofd van de militaire academie werd hij het slachtoffer van de paranoia van de partijzuiveringen. Een Sovjet-kolonel die op de academie werkte nam aanstoot aan de militaire aanvalsstrategie die Király als lesmateriaal aanbood. De pijl bij de troepen die op de kaart in slagorde waren opgesteld, stond namelijk in oostwaartse richting. Twee dagen later werd Király wegens 'anti-Sovjet-propaganda' gearresteerd. Hij bracht vijf jaar in de dodencel door, totdat het bewind hem een maand voor de Hongaarse revolutie vrijliet.

Király was niet vergeten. Op 22 oktober moest hij het ziekenhuis in voor een operatie. De radio naast zijn bed deed verslag van de revolutie. Zes dagen later kwamen strijders uit het hele land samen in Boedapest om een commandant te kiezen. Ze kozen Király. “Ze kwamen me ophalen in het ziekenhuis. Daar lag ik, geen generaal meer, gedegradeerd tot niets. Béla Bácsi, oom Béla, we hebben je hulp nodig, zeiden ze. Het was het mooiste moment uit mijn leven. Ik ben uit het ziekenhuis ontsnapt, de dokters hebben me niet zien vertrekken.”

Buiten was het chaos. Binnen een dag vormde Király als commandant van de nieuwe Nationale Garde zijn staf en begon hij de veelheid aan loslopende milities samen te brengen. “Er hing de euforie van de overwinning. De geheime politie was opgeheven. Imre Nagy was hoofd van de regering en wilde de toestand zo snel mogelijk stabiliseren. En er waren meer wapens in de handen van veertienjarigen dan we hadden gewild. Maar ja, in een revolutie vraag je niet om een geboortebewijs.”

Terwijl veel Hongaren geloofden dat hun bevrijding een feit was, kreeg Király begin november informatie binnen dat de terugtrekking van de Sovjet-troepen schijn was. Hij vermoedde dat Moskou een nieuwe inval voorbereidde. Minister van defensie Maléter liep op 3 november in de val: hij werd in het militaire hoofdkwartier van de Sovjets in Töokl gearresteerd toen hij er kwam onderhandelen. “Die dag vertelde ik Imre Nagy wat er aan de hand was. Ik bood hem twee kleine vliegtuigen aan, waarin hij kon vluchten met wie hij wilde. 'Nooit zal ik Hongarije verlaten', zei hij. Nagy leek een hele zachte man, maar hij was een rots. Wat ik nooit heb kunnen begrijpen, was zijn naïviteit. Totdat de tanks arriveerden kon hij niet geloven dat de Sovjet-Unie ons ooit iets slechts zou aandoen. Hij geloofde in het communisme zoals een katholieke bisschop in de bijbel gelooft: hij kon gewoonweg het kwaad niet zien. Toen de Sovjet-Unie binnenviel, stortte zijn wereld in.”

De Hongaarse opstand is achteraf wel een illusie genoemd, een fatale misrekening van de internationale verhoudingen. Nagy, die aanvankelijk niet meer wilde dan een hervorming van het communisme, schoot door onder druk van het volk. “Natuurlijk, het was een complete illusie!” antwoordt Király heftig. “Nagy geloofde werkelijk dat hij met de Sovjets tot een nette regeling kon komen. Ik geloofde het zelf ook. Als we het meerpartijensysteem niet hadden afgekondigd, hadden we het misschien nog gered. Maar wat hadden we anders gemoeten? Het volk was zo opgewonden geraakt door dat moment van vrijheid. Nagy moest veel verder gaan dan hij had gewild. Maar zo ging het. Iedere revolutie heeft zijn eigen leiders, zijn ups en downs, zijn eigen tempo. Het was niet te voorkomen.”

Na de Sovjet-inval verschool Király zich met wat laatste troepen in de heuvels van Buda. Hij wist te ontkomen naar Oostenrijk en ging vandaar naar de Verenigde Staten, waar hij hoogleraar militaire geschiedenis werd aan de universiteit van Brooklyn en van New York City. In Hongarije was Király opnieuw niet vergeten. De verzamelde oppositiepartijen in zijn geboortedorp Kaposvár vroegen hem kandidaat te staan voor de eerste parlementsverkiezingen in 1990. Király zat vier jaar in het parlement en verliet de politiek in 1994, geïrriteerd over “het vreselijke misbruik” van de erfenis der revolutie.

Nu is hij burger in een vrij land, maar het is niet het gedroomde Hongarije van 1956. “Formeel bezien hebben we een democratie. In twee nationale en twee gemeenteraadsverkiezingen hebben de Hongaren zich uitgesproken. Ze hebben daarbij de politieke uitersten briljant geëlimineerd. Maar ik ben zwaar teleurgesteld over de schade die het Kádár-regime aan de Hongaarse geest heeft toegebracht. Dit is een jaloerse, bange, twistzieke samenleving, met lage ethische normen en bijna geen werkethiek. Er heerst een mentaliteit van extreem winstbejag. Dit is niet het Hongarije waar we voor hebben gevochten. Het Hongaarse volk heeft een generatie nodig om te herleven.”