Het oerwoud brandt, zoals ieder jaar vóór de regentijd

Tien procent van het regenwoud in de Amazone is inmiddels gerooid en het tempo neemt weer gestaag toe, blijkt uit de jongste cijfers. Milieubehoud heeft in Brazilië geen politieke prioriteit. “Ik ben gekozen door mensen, niet door bomen”, zegt een lokale politicus.

MARABÁ/MANAUS, 19 OKT. De zon is flets en op sommige avonden zijn er geen sterren. Dan prikt de rook in je ogen. Het Braziliaanse Amazone-woud brandt, zoals elk jaar van juli tot half november. Want vóór de regentijd moeten de gerooide percelen zijn platgebrand, zodat het laatste loof is verdwenen en de as de schrale bodem kan bevruchten.

In het westelijk deel van het Amazone-bekken lijkt het oerwoud vanuit de vliegtuigstoel oneindig: broccoli van horizon tot horizon. Maar boven de oostelijke deelstaat Pará, ruim duizend kilometer naar het zuidoosten, is goed te zien wat de motorzaag vermag. Met 'duurzame houtexploitatie' - hier en daar een boom kappen zonder de rest van het bos te schaden - heeft het landschap dat hier onder de eenmotorige Cessna doorglijdt zeer weinig te maken gehad.

De keuterboeren doen het in het klein; na de regen verbouwen zij maïs en maniok om weer een jaar te kunnen overleven. Veeboeren doen het in het groot; zij zaaien er gras voor hun runderen. Want als het hout is verkocht, is de vleeshandel een goede investering, niet zozeer om de sappige biefstuk maar vooral omdat land zonder bomen meer waard is dan mèt. Het is toegankelijk gemaakt en de eigenaar kan later aanspraak maken op inkomsten uit mijnbouw. Koeien laten grazen is de goedkoopste manier om aan te tonen dat het land produktief is; zo voorkomen de fazendeiros dat de staat hun grond kan onteigenen voor landbouwhervorming. Hun aandeel in de ontbossing is zo'n zeventig procent. Regenwoud: voor veel Brazilianen is het veertig meter hoog onkruid, een verzameling ongezaagde planken.

Na jaren stilte heeft de Braziliaanse regering vorige maand nieuwe cijfers van de ontbossing bekendgemaakt. De analyses van satellietopnames door het nationale instituut voor ruimteonderzoek (INPE) bevestigen de voorgevoelens van milieugroepen en -geleerden: de ontbossing neemt weer toe. In 1991 werd 11.127 vierkante kilometer bos gekapt en verbrand, in 1994 verdween 14.893 vierkante kilometer. Die stijgende lijn zal zich naar verwachting voortzetten in de cijfers over 1995 en '96, die nog gepubliceerd moeten worden. Van de ruim vier miljoen vierkante kilometer oorspronkelijk bos is inmiddels ruim tien procent gekapt.

Pag.4: Regenwoud schatkist Brazilië

Per jaar verdwijnt nu minder dan halverwege de jaren '80; toen werd jaarlijks 21 duizend vierkante kilometer gerooid. Maar de alarmbel die toen wereldwijd klonk (“Red het regenwoud vóór het te laat is!”), is in Brazilië zo goed als uitgeëchood. De dalende ontbossingscijfers over de periode 1988-'90 die Brazilië ter gelegenheid van de VN-milieuconferentie in 1992 in Rio bekend maakte, zijn geen trend gebleken. Ze waren eerder het gevolg van een tijdelijke economische recessie dan van milieubeleid.

“Brazilië vindt de Amazone heel belangrijk voor de economie, maar voor milieuproblemen heeft het nauwelijks aandacht”, zegt Philip Fearnside, een vooraanstaand ecoloog bij het Nationale instituut voor onderzoek in het Amazone-gebied (INPA) in Manaus. “Na '92 is de Amazone hier uit de pers verdwenen, dus was er veel minder aandacht voor maatregelen tegen ontbossing en geen druk om ontbossingscijfers te publiceren terwijl die al lang klaar gelegen moeten hebben”, aldus Fearnside.

Kritiek op het Braziliaanse milieubeleid komt gewoonlijk van buiten en raakt nog steeds een gevoelige plek: het rijke Westen misgunt de jonge natie Brazilië de economische ontwikkeling die het zelf heeft kunnen doormaken, denken veel Brazilianen - in Europa en de VS is geen oerbos meer, maar als wij onze Amazone willen ontginnen roept de wereld moord en brand.

Een Amerikaan in dienst van een Braziliaans milieu-instituut heeft het dus extra moeilijk, al werkt hij al twintig jaar in overheidsdienst. Fearnside's onderzoek naar de gevolgen van ontbossing voor het broeikas-effect, de mondiale waterhuishuiding en de rijkdom aan biologische soorten ('biodiversiteit') heeft hem dan ook vaak in aanvaring gebracht met het politiek-economische establishment. “Fernisaid gringo!”, heeft een collega fonetisch op een van Fearnside's dossiers geschreven, voor de grap.

De jongste cijfers bevestigen slechts Fearnside's overtuiging: Brazilië heeft geen idee wat zijn natuurlijke rijkdommen werkelijk waard zijn en gebruikt ze daarom verkeerd. “De Braziliaanse politiek vindt het zelfs bedreigend om te praten over milieuschade door ontbossing. Maar het is in het belang van Brazilië om het nut van niet-ontbossen hoger aan te slaan dan het nu doet. Want het regenwoud vervult milieufuncties waarvoor nu niemand betaalt: het handhaaft biodiversiteit, het voorkomt global warming doordat bomen kooldioxide binden en het is belangrijk voor de watercyclus in de wereld.”

Fearnside heeft wel eens geprobeerd om die functies in geld uit te drukken; hij sloeg een slag naar de schade die je zou moeten vergoeden als de Amazone er niet was. Hij kwam uit op 740 miljard dollar. “Het kan niet, maar je moet het regenwoud eigenlijk zien als een bankdeposito van 740 miljard dollar. Tegen vijf procent rente levert dat jaarlijks 37 miljard dollar op, alleen al door het in stand te houden”, aldus Fearnside.

“Het idee van de Amazone als 'leverancier van milieudiensten' kan de basis leggen voor duurzame ontwikkeling - economische groei zonder milieuschade en milieubehoud zonder de economie te hinderen. Nu probeert niemand serieus om het bos te behouden en het tevens als bron van inkomsten voor de regio te benutten. Veel van wat hier ontwikkeling heet houdt met de lokale bevolking geen rekening: de staat legt stuwdammen aan die stroom leveren voor aluminiumfabrieken. Zo'n project kost 8 miljard dollar, het vernietigt veel natuur en het levert maar 2.000 banen op.”

Samen met de nieuwe cijfers maakte de Braziliaanse regering maatregelen bekend die verdere ontbossing door houtvesters moeten tegengaan. Zo komt er een verbod op het kappen van mahonie, en wordt het verplicht tachtig procent van een bosperceel bij exploitatie te laten staan (nu vijftig). Milieugroepen betwijfelen echter of Brazilië zijn toezegging kan nakomen om in het jaar 2000 nog alleen 'duurzaam hardhout' te leveren. Want van eerdere maatregelen is ook weinig terechtgekomen.

Zo zijn de met veel tamtam in '92 begonnen patrouilles om illegale kappers te kunnen betrappen een jaar later gestaakt wegens geldgebrek. De jongste maatregelen zijn door tactische motieven ingegeven, beweren Braziliaanse en buitenlandse milieugroepen. Ze kwamen aan de vooravond van een bijeenkomst van de zeven rijkste industrielanden (G-7) in Bonn, die daar de toekomst bespraken van een fonds tot behoud van de Amazone ter waarde van 280 miljoen dollar. Daarvan heeft Brazilië nog maar tien miljoen besteed.

Milieu-kwesties kregen in Brazilië al gauw een geo-politieke toonzetting; buitenlandse zorg om de Amazone werd uitgelegd als aantasting van de Braziliaanse soevereiniteit, ja als neo-kolonialisme; het buitenland zou zelf beter willen worden van de Amazone. De junta's uit de jaren '60 en '70 rechtvaardigden de aanleg van wegen, dammen en mijnen in de Amazone met het argument dat Brazilië zelf de Amazone moest ontwikkelen vóór een ander het zou doen.

Ironisch genoeg zijn het nu buitenlanders die met instemming van dezelfde overheid de jongste bedreiging vormen voor de grootste deelstaat van de regio, Amazonas, waar nog 98 procent van het oorspronkelijke bos intact is. De regering van de deelstaat is in gevorderde onderhandeling over kapconcessies op duizenden hectares met twee Maleisische firma's, WTK en Samling, en met het Chinese bedrijf Fortune. Nu hardhout in Azië schaars wordt en de wetgever strenger stijgt de druk op de Amazone, die tot nu toe slechts een aandeel van een paar procent in de wereldhandel voor tropisch hardhout had.

De Aziaten hebben nog geen boom gekapt en bij de lokale verkiezingen, eerder deze maand, was hun komst voor de meeste partijen een non-item. Met het binnenhalen van buitenlanders valt voor Braziliaanse politici nog steeds geen stemmen te verdienen, maar er blinken wel dollars in het verschiet. Ontwikkeling en natuurbehoud gaan in de Braziliaanse politiek nog niet samen. Zoals Gilberto Mestrinho, drie maal gouverneur van Amazonas, graag zegt: “Ik ben gekozen door mensen, niet door bomen.”