Faillissement van Fokker duurste in geschiedenis

ROTTERDAM, 19 OKT. Fokker wordt een recordbreker. Negen maanden na het uitstel van betaling is Fokker nog steeds in bedrijf en daardoor het duurste bankroet uit de Nederlandse geschiedenis. Het aantal van drie full time curatoren is inmiddels uitgebreid tot vier, plus een staf van juridische medewerkers en ondersteuning van hun respectieve advocatenkantoren.

Het record faillissementskosten stond tot nu op naam van de boedel van RSV, waarvan de afwikkeling “zeker meer dan 2,5 miljoen gulden heeft gekost”, vertelt curator mr. F. Meeter.

Wat Fokker kost aan honoraria voor curatoren en medewerkers is, bij gebrek aan details over het juridische team van de curatoren, niet exact te becijferen. Drie curatoren plus zes medewerkers die full time dertig weken hebben gewerkt, kosten samen ongeveer 3,6 miljoen gulden. Daar komen nog kosten bij, variërend van overnachtingen in hotels (de eerste weken zeker één curator) tot externe adviseurs.

De boedel van Fokker is het middelpunt van een kleine dienstverlenende industrie, die tijdelijk werk biedt aan zeker tientallen hoogbetaalde deskundigen, zoals advocaten, accountants en fiscalisten die optreden voor Fokker, Samsung, Dasa/Daimler-Benz, grote toeleveranciers en de Vereniging van Effectenbezitters die opkomt voor de belangen van de obligatiehouders.

Het deze week gepubliceerde tweede verslag van de curatoren biedt geen informatie over de kosten die tot nu toe zijn gemaakt en de curatoren zien af van commentaar op bovenstaande becijfering. De (begrote) kosten die gemoeid zijn met de salarissen van de curatoren staan in beschikkingen van de rechtbank, maar die zijn niet openbaar. Pas op de 'uitdelingslijst', die aan het eind van het faillissement wordt gepresenteerd, blijkt hoeveel het beheer van de boedel heeft gekost. De betaling van dit geld heeft voorrang boven uitkeringen aan 'gewone' schuldeisers.

Dat de boedelkosten bij Fokker naar recordhoogte stijgen hangt nauw samen met de ongebruikelijk lange periode dat Fokker draaiend wordt gehouden. “Het komt in gewone zaken eigenlijk niet voor dat een curator onafgebroken minimaal acht uur per dag, maar meestal natuurlijk tien tot twaalf uren maakt. Zo wordt het een kostbare zaak”, zegt mr. A. Voûte, die onder meer curator is in het faillissement van bouwbedrijf Bredero.

Doorgaans overziet de curator de boedel en probeert hij zo snel mogelijk de levensvatbare activiteiten te verkopen of zelfstandig te laten voortzetten, zodat banen worden gered en de verkoop van de boedel zoveel mogelijk oplevert. De curator is wettelijk verplicht de belangen van de schuldeisers te behartigen die geld van het failliete bedrijf te vorderen hebben.

Hoeveel Bredero heeft gekost aan honoraria kan Voûte niet zeggen, maar zeker geen bedrag in de orde van grootte van RSV. Overigens taxeert Meeter, die met Fokker-curator mr. L. Deterink ook curator is van DAF, dat het faillissement van de truckfabrikant (in 1993) uiteindelijk op zo'n 2,5 miljoen gulden zal uitkomen. Meeter is nog bezig de financieringsactiviteiten van DAF in verschillende Europese landen af te wikkelen, en dat kost mede door juridische procedures nog wel een jaar of twee, schat de curator.

Het curatorenteam bij Fokker, dat tot nu toe uit drie man bestond, is eind augustus uitgebreid met mr. B. Knüppe, een ervaren curator uit Rotterdam en een van de oprichters van de Vereniging voor Insolventierecht, het genootschap waarin de professionele curatoren zich hebben verenigd. Toen Fokker op 23 januari 1996 uitstel van betaling aanvroeg, benoemde de rechtbank drie ervaren bewindvoerders: mr. R. Schimmelpenninck, mr. A. Leuftink en mr. L. Deterink.

Deze curatoren kunnen een uurtarief rekenen van ongeveer 450 gulden. Meeter oppert de mogelijkheid dat het ook hoger kan liggen. Rechtbanken in grote steden staan gemakkelijker hogere tarieven toe dan rechters in kleinere plaatsen, zoals Den Bosch, die jurisdictie had in het DAF-bankroet.

De 450 gulden bestaat uit het basistarief, zoals vastgesteld door de Orde van Advocaten, vermenigvuldigd met twee opslagen die zijn overeengekomen met vertegenwoordigers van de rechtbanken. Het basistarief wordt verhoogd met een opslag voor de omvang van de boedel (als die meer dan een ton waard is) en de maximale opslag voor de ervaring van de curator (meer dan twaalf jaar advocaat). Voor zijn medewerkers moet over het algemeen een lager tarief worden berekend.

Advocaten tekenen bij het miljoenenhonorarium aan dat het omzet is voor het advocatenkantoor, en zeker geen netto privé inkomsten. “Het bedrag bestaat eigenlijk deels uit een management-vergoeding voor het besturen van Fokker”, zegt een advocaat. De bestuurders van Fokker verdienden volgens het jaarverslag van 1994 gemiddeld zes ton (inclusief pensioenpremie).

Onder deskundigen wordt overigens verwacht dat Fokker tegenover hoge kosten ook hoge rente-inkomsten kan krijgen. Na verkoop van Fokker Aviation (aan Stork) en van andere bezittingen staat ruim 400 miljoen gulden op de bankrekeningen van Fokker. De rente-opbrengst daarvan kan wel eens hoger zijn dan het salaris van de curatoren. Een insider: “Alles is groot bij Fokker.”