De reis naar Nova Zembla was de beroemdste mislukking uit Nederlands maritieme geschiedenis; Witte vlek, witte gevaren

De tocht van Willem Barentsz en Jacob van Heemskerck 'om de noord' heeft alles in zich om vier eeuwen later nog tot de verbeelding te spreken. Vooral in de negentiende eeuw was de overwintering op Nova Zembla aanleiding tot een golf nationalistisch sentiment. In het Barentsz-jaar 1996 herdenkt Nederland opnieuw, met gulle hand.

Wat is het geheim van een onvergetelijke ontdekkingstocht, van een tocht die generaties later nog tot de verbeelding spreekt, een tocht die voor altijd deel uitmaakt van de vaderlandse geschiedenis? Vóór alles moet de reis voeren naar onbekende gebieden, naar delen van de wereld die nog een witte vlek op de kaart vormen. Daarnaast moeten er gevaren op de loer liggen, onbekende gevaren die heroïsch het hoofd geboden worden. En als de leider daarbij omkomt, des te beter voor zijn nagedachtenis.

Maar dat is niet alles. De reis moet ook degelijk geboekstaafd worden; niet alleen in een technisch journaal met aantekeningen over de waargenomen ontdekkingen, maar er moet ook een persoonlijk relaas over de reis verschijnen. Voor historici is de tocht interessant als deze logisch ingepast kan worden in de vaderlandse geschiedenis. En helemaal interessant is de reis als er relicten achterblijven die later onderzocht kunnen worden. Ten slotte wordt een ontdekkingstocht pas werkelijk spannend, als er tegelijkertijd een tweede groep op expeditie gaat die hetzelfde doel tracht te bereiken, zoals de dramatische race tussen Amundsen en Scott.

De belangrijkste Nederlandse ontdekkingsreiziger, Abel Janszoon Tasman, die in 1642 delen van Nieuw-Guinea, Australië, Tasmanië, Tonga, de Fiji-eilanden en Nieuw-Zeeland ontdekte, heeft de Nederlandse geschiedenis nauwelijks gehaald. Hij werd tijdens zijn leven al vergeten; zijn sterfjaar is een gissing. Tasman bracht als eerste Europeaan grote delen van de zuidelijke Pacific in kaart, maar de Verenigde Oost-Indische Compagnie beschouwde zijn reizen als een mislukking - de nieuw ontdekte landen waren voor de handel niet interessant. Tasmans ontdekkingen kwamen veel te vroeg. Pas 130 jaar later zou Tasmanië voor de tweede keer ontdekt worden door de Fransman Marc-Joseph Marion Dufresne.

Voor zijn nagedachtenis had Tasman de pech dat zijn reizen probleemloos verliepen, dat hij geen literair begenadigd schrijver aan boord had (een vermelding van zijn reis verschijnt pas in 1671 in een 'verzamelbundel' van Arnoldus Montanus: De Nieuwe en Onbekende Weereld of Beschrijving van America en 't Zuid-land), dat hij er het leven niet bij inschoot en dat in de Republiek zijn ontdekkingen niet de moeite waard werden gevonden. Hoewel zijn naam voortleeft in Tasmanië, Tasmaans Schiereiland, Tasmaanse wolf, Tasmaanse duivel, Tasmaanse Zee, Tasman Geosyncline, Tasmaanse ceder en Tasmaanse talen, werd in 1992, 350 jaar na Tasmans reis, in Nederland nauwelijks aandacht aan zijn reis besteed.

Hoe anders is het verlopen met de nagedachtenis van Willem Barentsz en Jacob van Heemskerck. Hun mislukte expeditie, die resulteerde in een overwintering op Nova Zembla van 1596 op 1597, voldoet aan alle eisen van een onvergetelijke ontdekkingstocht. Al eeuwenlang gaf hun reis aanleiding tot heldendichten, herdenkingen en expedities. Dit jaar, vier eeuwen na dato, zijn er vier tentoonstellingen, een muziekuitvoering, twee kopieën van het Behouden Huys op ware grootte, een Behouden Huys-bouwplaat, lezingenseries, een poppentheater, een kinderverteller, speciale tijdschriftuitgaven en verschijnen er zeven boeken. En dankzij de glasnost zijn er de afgelopen jaren verscheidene Nederlands-Russische expedities op zoek gegaan naar de laatste overblijfselen van het Behouden Huys.

Wat behelsde de reis van Barentsz en Heemskerck dat deze zoveel aandacht verdient? Aan het einde van de zestiende eeuw is de Republiek der Verenigde Provincies een opkomende natie met een omvangrijke handelsvloot. De winstgevende handel op Indië is echter in handen van de Portugezen die de route via Kaap de Goede Hoop beheersen. In navolging van enkele Engelse expedities besluiten Hollandse en Zeeuwse kooplieden schepen uit te zenden om een noordelijke doorvaart naar Indië te vinden.

De eerste reis in 1594 verloopt bevredigend: men vindt de doorgang naar de Karazee, tussen Nova Zembla en het vasteland. De tweede reis (1595) is groots opgezet, maar verloopt weinig voorspoedig. Er zijn strubbelingen met de bemanning, de schepen lopen vast in het ijs en keren onverrichterzake terug. De meeste geldschieters houden de noordelijke doorvaart nu wel voor gezien. Als in 1596 toch nog twee scheepjes voor een derde noordelijke reis vertrekken, is kort daarvoor ook Cornelis de Houtman naar Indië op reis gegaan, via de Portugese route.

Willem Barentsz is stuurman bij schipper Jacob van Heemskerck. Hij heeft beide andere reizen meegemaakt en is met zijn 44 jaar de meest ervaren zeeman. Barentsz gelooft in de theorieën van Petrus Plancius, de grote Vlaamse predikant-cartograaf die ervan overtuigd was dat de kortste route naar Indië recht over de pool moest liggen. Wie de moeite neemt om een touwtje over een moderne globe te leggen, ziet in dat Plancius het verkeerd had: de kortste route (de 'grootcirkelroute') van Amsterdam naar Indië gaat over Kiev en Nepal. Daarnaast dacht Plancius dat het ijs in de poolzee afkomstig was van de Russische rivieren - de noordelijke zeeën zelf zouden volgens hem ijsvrij zijn. Ook dat was een volkomen verkeerde veronderstelling. Na de twee eerdere oostwaarts gerichte tochten wilde Barentsz, die geen onverdienstelijk cartograaf was - hij had al een atlas van de Middellandse Zee op zijn naam - het nu eindelijk rechtstreeks ten noorden van Nova Zembla proberen.

Deze laatste expeditie wordt echter de grootste mislukking van alle drie. Het verhaal is inmiddels bekend. Het schip van Barentsz en Heemskerck gaat verloren, er wordt een noodonderkomen op de wal gebouwd (het 'Behouden Huys') en door het vangen en eten van poolvossen weet de bemanning de ernstigste scheurbuik buiten de deur te houden. Onder de bezielende leiding van Heemskerck slaagt de bemanning erin, in twee open bootjes de bewoonde wereld weer te bereiken. Maar Barentsz overleeft de terugtocht niet, hij sterft op zee langs de kust van Nova Zembla. Teruggekeerd in Holland hoort de bemanning dat Houtman via de zuidelijke route Indië heeft weten te bereiken.

De expedities naar de noordelijke doorvaart zouden ongetwijfeld in de vergetelheid zijn geraakt, als niet een zekere Gerrit de Veer tot Heemskercks bemanning had behoord. De Veer, zoon van een Amsterdamse uitgever, hield gedurende de reis een dagboek bij dat hij later in een leesbaar verhaal omwerkte. Hij bleek een ware verteller die van een spannende expeditie ook een boeiend boek wist te maken.

Voor avontuurlijke reisboeken bestond in die dagen al een markt. De Amsterdamse uitgever Cornelis Claesz ontfermde zich over De Veers manuscript en bracht in 1598 het boek uit Waerachtighe beschryvinghe van drie seylagien, ter werelt noyt soo vreemt ghehoort. De Amsterdamse uitgever zag zoveel in De Veers boek, dat hij tegelijkertijd met een Franse en een Latijnse vertaling kwam. Bij de Duitse uitgever Levinus Hulsius verscheen een veel uitgebreider uitgave, met de prenten die de reis voor velen aanschouwelijk heeft gemaakt. Enkele jaren later verscheen een Italiaanse vertaling en nog later een Engelse. De tocht van Barentsz en Van Heemskerck is daarmee de beroemdste uit de Nederlandse maritieme geschiedenis geworden.

In de loop van de eeuwen raakt de tocht van Barentsz en Heemskerck toch in de vergetelheid. Totdat 'volksdichter' Hendrik Tollens in 1819, in een poging de nationalistische gevoelens nieuw leven in te blazen, een prijsvraag wint met zijn heldenepos De overwintering der Hollanders op Nova Zembla. Weer wat later, als in 1871 de Noor Elling Carlsen het Behouden Huys terugvindt, ontstaat in Nederland een ware poolkoorts.

In het Nederlands Scheepvaartmuseum in Amsterdam is de tentoonstelling ingericht Gevangen in het IJs (tot 14 april 1997), hoogtepunt van het Willem Barentsz Herdenkingsjaar 1996-1997. Op de binnenplaats van het museum staat een kopie van het Behouden Huys. De vervuilde en uitgeputte bemanning moet men er zelf bij denken, maar het gehuil van de arctische wind geeft een aardige impressie van het isolement van de mannen. Verschillende kaarten geven een indruk van het wereldbeeld eind zestiende eeuw. Een zeer interessante kaart van Jodocus Hondius, het enige exemplaar dat nog bestaat, stamt uit 1596 maar geeft wel al de tocht van Barentsz en Heemskerck aan. De kaart, in bruikleen uit Dresden, werd door het Rijksmuseum speciaal voor het Barentszjaar gerestaureerd.

Tenslotte is een keuze gedaan uit de vele geromantiseerde hervertellingen van de reis. Enkele kinderboeken zijn ook te beluisteren. De beroemde schoolprent van J.H. Isings (1951), die vele veertigers nog op hun netvlies hebben staan, is slechts als kopie aanwezig.

Van de ongeveer zestig voorwerpen uit het Behouden Huys komen de meeste komen uit het Rijksmuseum; enkele zijn de afgelopen twee jaar tijdens de Russisch-Nederlandse expedities opgegraven. “Het is jammer dat we geen voorwerpen uit de Russische collecties kunnen tonen”, verklaart conservator J.F.J. Mörzer Bruyns. “Er waren afspraken over, maar die werden op het laatste moment niet nagekomen.”

De overwintering op Nova Zembla heeft in Nederland altijd sterke nationale gevoelens losgemaakt. Dat de tocht 'om den noord' een mislukking was - zowel geografisch als maritiem - doet niet ter zake. Toen na de Franse tijd behoefte bestond aan nationale helden kon Tollens geen betere keuze doen dan Barentsz en Heemskerck. Op de tentoonstelling is een afdeling gewijd aan Tollens en zijn heldenepos. Het gedicht, dat ook in het buitenland werd vertaald, bracht een opleving van de walvisvaart teweeg, die echter vrij snel doodbloedde.

Een nieuwe opleving van nationaal sentiment ontstond met de ontdekking eind vorige eeuw van het Behouden Huys door een Noorse walvisvaarder. Dit resulteerde in zeven expedities door luitenant L.R. Koolemans Beijnen, die met de schoener Willem Barents het arctische gebied doorkruiste om Nederlandse graven te herstellen en plaquettes te plaatsen. Doel was onder meer het beschermen van de topografische namen die Hollanders aan diverse arctische plaatsen hadden gegeven: de Noren en de Russen gaven kaarten uit waar de Oud-Hollandse namen niet meer op voorkwamen.

Die pogingen hebben weinig resultaat gehad. Wel werd de zee ten noorden van Noorwegen, waar Barentsz in een open boot aan uitputting stierf, ook door de Noren de Barentsz-zee genoemd (alleen in het eeuwig spellingshervormende Nederland met twee z's geschreven).

De bekende Nederlandse meteoroloog C.H.D. Buys Ballot (van de 'wet van B.B.') wilde in het Internationale Geofysisch jaar 1882 niet bij het buitenland achterblijven. Hij huurde de Noorse stoomboot Varna voor onderzoek in de Noordelijke IJszee. In de Karazee kwam het schip echter vast te zitten. De bemanning moest er overwinteren en werd in het voorjaar door andere schepen bevrijd.

Welke gevolgen had de reis van Barentsz en Heemskerck, behalve een prikkeling van de fantasie en een constante boekproduktie? In de eerste plaats wekte hun reis in de Republiek belangstelling voor het poolgebied. Enkele jaren daarna vertrokken de eerste walvisvaarders en in 1614 werd de Noordse Compagnie opgericht. De walvisnederzetting Smeerenburg op Spitsbergen, gebouwd met bakstenen die als ballast werden meegenomen, was ruim een eeuw het noordelijkste dorpje ter wereld. Hoewel Willem Barentsz tijdens zijn leven nooit iets met walvisvaart te maken heeft gehad, werd zijn naam er synoniem mee. De Willem Barentsz was het grote walvisschip dat na de Tweede Wereldoorlog de hongerende bevolking van vetten moest voorzien. Het opereerde tot in de jaren zestig in de antarctische wateren - in het noordpoolgebied waren de walvissen al eind achttiende eeuw vrijwel uitgeroeid.

Jacob van Heemskerck, die tijdens de poolreis zich al als een sterk leider ontpopt had, schopte het in de marine tot vice-admiraal. Hij won de zeeslag bij Gibraltar tegen de Spanjaarden in 1607, maar kwam daarbij zelf om het leven. Heemskerck, die in de Oude Kerk in Amsterdam ligt begraven, werd nadien geëerd door altijd een kruiser of een ander belangrijk marineschip de Jacob van Heemskerck te noemen, naast De Ruyter en de Tromp. Maar toch is het Willem Barentsz die in de overlevering Nederlands poolheld is geworden.

Barentsz herdacht

Behalve de tentoonstelling in het Nederlandse Scheepvaartmuseum is er in de afdeling Nederlandse geschiedenis van het Rijksmuseum, dat 240 voorwerpen uit het Behouden Huys bezit, tot mei 1997 een expositie over de laatste archeologische expedities. Het boek Behouden uit het Behouden Huys: Objecten van Nova Zembla is de catalogus van alle voorwerpen die zijn gevonden in het Behouden Huys, verzorgd door conservator J. Braat van het Rijksmuseum e.a. (Bataafse Leeuw, Amsterdam).

In het Maritiem en Juttersmuseum in het Texelse Oudeschild is tot 31 januari de tentoonstelling 'Naar Azië via Nova Zembla of Kaap de Goed Hoop?' Het museum 't Behouden Huys op Terschelling, het geboorte-eiland van Barentsz, besteedt ook aandacht aan Barentsz' reizen.

Een goed overzicht van de activiteiten is de vinden in het speciale themanummer (okt. 1996) van Spiegel Historiael.

Bij uitgeverij Prometheus verscheen 'Overwintering op Nova Zembla' door de Engelsman Rayner Unwin. Het boek, een vertaling van A Winter Away from Home, is een navertelling van De Veers dagboek, aangevuld tot een lopend verhaal met kennis uit andere bronnen.

'Om de Noord' is een 'hertaling' in modern Nederlands van het dagboek van Gerrit de Veer door Vibeke Roeper en Diederick Wildeman (Sun, Nijmegen, 1996). Er verschijnt ook een facsimile-uitgave van het origineel (Van Wijnen, Franeker).

Een wetenschappelijk verantwoorde uitgave is 400 jaar Willem Barentsz door Louwrens Hacquebord en Pieter van Leunen (red.) over het Nederlands poolonderzoek (Flevodruk, Harlingen, 1996). Tenslotte verschijnen nog Nova Zembla van J.J. Zeeberge (Elmar, Rijswijk, 1996) en Gevangen in het IJs van Dick Walda, gebaseerd op een zesdelige documentaire van de Vara (Fibula / Unieboek, Utrecht 1996).