De onbegrepen missie van Nicole Notat

PARIJS, 19 OKT. “Het onrecht in de wereld is onbeperkt”, zegt zij lachend. Nicole Notat, aanvoerder van de harmonie-gerichte vakcentrale CFDT, denkt ontspannen terug aan het ei dat tijdens de grote Parijse stakingsmars van donderdag per ongeluk niet haar trof, maar de bestuurder van een bevriende bond.

De vrouw, die in het Franse vakbondslandschap bijna evenveel weerstand wekt als premier Juppé, is met de schrik vrijgekomen. Toch illustreerden een reeks tegen haar gerichte incidenten de diepe verdeeldheid achter het eenheidsfront dat zich deze week tegen de regering richtte. Vakbondsleden bedreigden haar, schreeuwden 'Notat Verkocht', 'Notat en Juppé, één strijd' en bekogelden de auto waarin zij de hel, na tien moedig gelopen kilometers, voortijdig ontvluchtte.

Op het CFDT-hoofdkantoor in een levendige immigrantenwijk van Parijs zegt zij: “Voor dit soort gewelddadige praktijken bestaat geen enkel excuus. Ik begin aan de oprechtheid van mijn collega's te twijfelen als zij deze zorgvuldig georkestreerde wandaden niet veroordelen. Als mijn leden Marc Blondel (Force Ouvrière) of Louis Viannet (CGT) zoiets zouden aandoen, dan zou ik dat in de felst mogelijk bewoordingen veroordelen. Daar wacht ik van hun kant nog op. Ik hoop dat zij geen enkele twijfel laten bestaan omtrent hun medeplichtigheid.”

De marsen van donderdag waren een paradoxaal succes. Een groter deel van het Franse publiek stond er achter dan bij soortgelijke optochten een jaar geleden, aan de vooravond van de ingrijpende stakingen bij de openbare diensten van november en december. Maar de regering constateerde deze week vergenoegd dat slechts 33 procent van de ambtenaren had gestaakt, tegen 57 procent vorig jaar. De marsen in de grote steden trokken dit keer nog steeds vele tienduizenden vastberaden werknemers uit de (semi-) overheidssector.

Bovendien kwamen zij dit jaar van een breder spectrum aan diensten. In het onderwijs, bij het elektriciteitsbedrijf en opnieuw bij de spoorwegen is een hernieuwde felheid te merken. De staking van de huisartsen was nieuw, en tegen hun eigen verwachting zeer algemeen gevolgd. De medisch specialisten hebben er voor hun november-acties moed uitgeput. Met andere woorden: zo gerust hoeft de regering er niet op te zijn. De financiële markten zagen dat gisteren overigens rooskleuriger. Zij gaven de Franse franc nog wat termiek ten opzichte van de Duitse mark.

De gouverneur van de onafhankelijke Banque de France, Jean-Claude Trichet, die optimisme in zijn arbeidscontract heeft staan, blijft zijn bezoekers uitleggen dat de kerncijfers van de Franse economie gewoon gezond zijn: de korte rente is nog nooit zo laag geweest sinds de Tweede Wereldoorlog, ook de reële rente behoort tot de allerlaagste in de geïndustrialiseerde wereld, er is een constant handelsoverschot, de inflatie is bijzonder laag. En hij roept graag de buitenlandse investeerder te hulp om zijn gelijk te onderstrepen: Frankrijk is op twee na het meest favoriete land van vestiging voor buitenlandse ondernemers - in Europa alleen na het Verenigd Koninkrijk.

Trichet wijst al enige tijd op het curieuze verschijnsel dat Fransen hun eigen economie aanzienlijk somberder zien dan de werkelijkheid rechtvaardigt. Terwijl het derde trimester van dit jaar alweer een groei van 1 procent te zien geeft, blijven de media zich concentreren op de krimp in het tweede trimester. De Bank constateert een groei van 1,7 procent over de eerste negen maanden van dit jaar.

Deze waarneming wordt bevestigd in de binnenkort verschijnende 'Francoscopie 1997' van Gérard Mermet (Larousse). Volgens criteria die daarin als objectief worden aangemerkt komt de Franse economie binnen de Europese Unie op de vierde plaats, na die van Luxemburg, Duitsland en Nederland. De Fransen beleven hun eigen succes volgens een recente Eurobarometer zoveel zwarter dat zij binnen de Unie van vijftien landen op de dertiende plaats terecht komen.

Jean-Claude Trichet, een verklaard aanhanger van strikte toepassing van de EMU-toelatingscriteria van het Verdrag van Maastricht, wijst zijn landgenoten de laatste tijd liever op de prestaties van Denemarken en Nederland. De goede werkgelegenheids-resultaten van de VS en Groot-Brittannië spreken hem minder aan. De Denen en de Nederlanders hebben in zijn ogen een meer vergelijkbaar stel waarden, waarin solidariteit centraal staat en het minimumloon niet is afgeschaft, en toch hebben zij kans gezien negatieve tendenzen met doordachte hervormingen om te buigen. Een belangrijk deel van die hervormingen moet in Frankrijk verlopen via de totale renovatie van het sociale stelsel. Het is geen toeval dat degenen die daar een centrale rol in spelen zo gehaat zijn bij het traditioneel ingestelde deel van de vakbeweging. Veel Fransen, ook al zijn zij geen lid meer van een bond, delen de vrees dat het gevierde sociale stelsel teloor gaat. Premier Juppé, die vorig jaar zijn naam gaf aan die plannen, is de meest impopulaire premier sinds 1958.

Degene die die plannen in de praktijk tot uitvoering tracht te brengen is Nicole Notat. Zij heeft dit jaar met haar van oorsprong christelijke vakcentrale het voorzitterschap veroverd van twee cruciale sociale kassen, de CNAM en de Unedic - het ziekenfonds en het werkloosheidsfonds. Zij eist nu namens de werknemers meer waar voor het premie-geld en maant Juppé voet bij stuk te houden. Tot ontzetting van haar opponenten binnen de eigen en andere centrales, die haar niet zwaarder denken te treffen dan door te roepen dat zij een goede minister-president zou zijn. Daar hebben zij waarschijnlijk gelijk in. Marc Blondel, de voorzitter van Force Ouvrière, is persoonlijk en namens zijn tanend vakbondssmaldeel diep beledigd. Met hem bast de leider van de eens communistische CGT, Louis Viannet, dat de strijd tégen, niet mèt de regering wordt gevoerd. Notat gisteren: “Wij zijn geïnteresseerd in resultaten voor onze leden, niet in verdere fragmentatie van het Franse vakbondslandschap. Laten wij samen opkomen voor werk en verbetering van de laagste lonen.”

Ondanks de intimidaties van donderdag stuurt Notat maandag een brief naar Viannet en Blondel met een oproep om te overleggen over 'thema's die verenigen'. Notat: “Een deel van de andere centrales zijn ons als vijanden gaan zien, maar dat is niet nodig.” Of, in de woorden van de tweede man van de CFDT, Jean-René Masson: “We willen meer gecivileerde betrekkingen tussen de vakcentrales. Aan de georganiseerde intolerantie van deze week heeft niemand wat. Laten we praten over ideeën. Flirten met gewelddadige methodes is gevaarlijk voor de democratie.”