Connerotte (1)

De hartekreet van hoofdredacteur Yves Desmet van de Belgische krant 'De Morgen', in NRC Handelsblad van 15 oktober, noopt mij tot een reactie.

Het geeft te denken dat iemand van zijn positie van zo weinig inzicht blijk geeft als het gaat om de onpartijdigheid van de rechter. Is die in het geding, dan wordt die rechter van zijn taak in de desbetreffende zaak ontheven. Zoals Kuitenbrouwer in deze krant al eerder schreef, kan naast het persoonlijke gedrag van de rechter zelfs de schijn een zekere betekenis hebben, aldus het criterium zoals het in 1982 werd geformuleerd door het in Straatsburg zetelende Hof voor de mensenrechten. Sindsdien wordt het beweerde gebrek aan onpartijdigheid tegenover degeen die zich daarover beklaagt, getoetst met toepassing van dit criterium.

Dit geldt in ons land en in alle landen waar de mensenrechten worden gerespecteerd. Met motieven zoals 'menselijkheid' en 'mededogen met slachtoffers en nabestaanden' (ik citeer Desmet) zou deze toetsing onzuivere elementen krijgen.

Twijfel aan de vereiste onpartijdigheid, zelfs alleen op schijn berustend, kan dus reeds tot inwilliging van het wrakingsverzoek leiden. Het kan daarbij zeer wel voorkomen dat de rechter in kwestie niets te verwijten valt. De gevraagde maatregel is - los van enige verwijtbaarheid of niet - geen vorm van straf, die de rechter krijgt opgelegd, maar dient ter verzekering van een eerlijke procesgang. Desmets verbazing dat Connerotte (ik citeer) “geen ruimte (zou hebben) gekregen voor zijn verdediging”, vloeit voort uit een misvatting omtrent het karakter van de wraking. Maar ook in het redactionele artikel 'De schijn des kwaads' in deze krant van 14 oktober, waar vergoelijkend wordt geschreven over “een onderzoeksrechter die buiten diensttijd deel neemt in algemene vreugde over de behouden terugkeer ...” is uit het oog verloren dat verwijtbaarheid hier geen maatstaf is.

Er is maar één man in België die het onthutste volk nog tot bedaren kan brengen en dat is Connerotte zelf. Hij zou kunnen zeggen: mensen, ik heb mij door menselijke gevoelens laten leiden toen ik inging op de uitnodiging om bij het feestelijk samenzijn aanwezig te zijn. Ik heb er echter niet bij stilgestaan dat ik, gelet op mijn functie van onderzoeksrechter, dit niet kon doen zonder daarmee het risico te lopen dat ik zou worden gewraakt. Ik had dit moeten voorzien. De beslissing van het Brusselse hof was onontkoombaar. Mea culpa!

Het enkele feit dat een Belgische rechter deze logische gevolgen niet heeft voorzien, doet de vraag rijzen hoe diep begrippen als onafhankelijkheid, onpartijdigheid en onvooringenomenheid leven in de kringen van de magistratuur in ons buurland. Daarom juich ik de duidelijke beslissing van het Brusselse hof eens te meer toe.