Bijeenkomst WTO voor de armste landen

GENÈVE, 19 OKT. De Wereldhandelsorganisatie (WTO) zal volgende maand een speciale ministersconferentie van de 48 armste landen bijeenroepen om te komen tot betere handelsvoorwaarden voor hen. Dit is gisteren in Genève bekendgemaakt.

De speciale WTO-bijeenkomst zal plaatsvinden van 13 tot 15 november, een maand voor de belangrijke ministersconferentie in Singapore van alle 124 WTO-landen. De aankondiging volgde na een ontmoeting van WTO-topman Renato Ruggiero en secretaris-generaal Rubens Ricupero van de VN-organsatie voor handel en ontwikkeling (UNCTAD).

Ruggiero had tijdens de recente top van de zeven rijke industrielanden (G7) in Lyon een beroep gedaan op de geïndustrialiseerde wereld en de opkomende ontwikkelingslanden een actieplan op te stellen voor handelsconcessies aan de 48 minst ontwikkelde landen. Hiertoe zouden importtarieven moeten verdwijnen en andere handelsbarrières voor een hele reeks exportprodukten van deze landen moeten worden verlaagd. Ook deed hij een beroep op de rijke landen de technische samenwerking met de armste landen te verbeteren.

Ofschoon de reactie in het algemeen terughoudend was, in het bijzonder van de Verenigde Staten, heeft Ruggiero steeds duidelijk gemaakt dat hij het uiterste wil doen om op de eerste ministersconferentie van de WTO in Singapore in december overeenstemming te bereiken.

Vorige maand zei Ruggiero in de WTO-commissie voor handel en ontwikkeling dat de handelsnaties de plicht hebben een verdere marginalisering van de armste landen, waarvan de meeste in Afrika liggen, te voorkomen. Eerdere deze maand hield Ruggiero zijn pleidooi ook al voor de jaarvergadering van het Internationaal Monetaire Fonds (IMF) en de Wereldbank. Volgens Ruggiero is de armoede in de armste landen onhoudbaar in een wereld waar “economische, demografische en milieuproblemen wereldwijd effect hebben”.

Volgens de definities van de Verenigde Naties gaat het bij de minst ontwikkelde landen om de landen met een jaarinkomen per hoofd van de bevolking van minder dan 600 dollar. In deze landen wonen in totaal 550 miljoen mensen. In 1995 was hun aandeel in de wereldhandel minder dan 0,4 procent. En van de directe buitenlandse investeringen ging slechts 2 procent naar deze groep landen. De UNCTAD werkt de laatste tijd nauw samen met de WTO, die zelf geen VN-organisatie is.

Ruggiero onderstreepte deze week ook dat het investeringsklimaat moet verbeteren in de armste landen, waar vaak nog veel beperkende maatregelen gelden voor buitenlandse bedrijven. Hiervoor zou een wereldomvattende akkoord over investeringsregels tot stand moeten komen. Een rapport hierover van het WTO-secretariaat lokte afgelopen week kritiek uit van rijkere en armere ontwikkelingslanden, die de mogelijkheid willen houden investeringen zodanig te sturen dat ze passen in het nationaal ontwikkelingsbeleid. (Reuter)