Westen toeschouwer in schietbioscoop Kremlin

Heeft het Westen zich verkeken op Aleksandr Lebed? Vorige week maandag nog kreeg hij een groots onthaal bij de NAVO en werden zijn verzoenende woorden over de oostelijke uitbreiding van de NAVO uitvergroot, zowel door de NAVO-lidstaten als door de media. Anderhalve week later is hij weg als veiligheidsadviseur en in elk geval voor de korte termijn uit de Russische politieke top verdwenen.

Het Westen had nog geen eensluidende benadering tegenover Lebed gevonden, daarvoor was hij tekort in functie. De Verenigde Staten hebben Lebed tot nu toe op afstand gehouden en met reserve bekeken. De VS deden dat om vooral niet tegenover Rusland de indruk te wekken dat zij president Jeltsin zouden afvallen. Steun aan Jeltsin is een van de meest constante thema's in het buitenlands beleid van president Clinton. De Amerikaanse minister van Defensie Perry zou gisteren tijdens zijn bezoek aan Moskou Lebed voor het eerst ontmoeten, maar dit werd doorkruist door diens ontslag.

Waar de VS terughoudend waren, liet Duitsland vorige week weten hem ook te willen uitnodigen. Bonn wiegde zich daarmee op de golf van enthousiasme dat het NAVO-bezoek van Lebed in diplomatieke kring losmaakte. De NAVO had zich met de ontvangst van Lebed in feite gemengd in de binnenlandse politiek van Rusland: door hem zo te onthalen erkende de NAVO hem als een belangrijke politieke factor van Rusland nu en in de toekomst, terwijl Lebed, achtervolgd door Russische cameraploegen over de Grote Markt van Brussel, tegenover het thuisfront zijn eigen presidentiële kandidatuur verder kon polijsten. Lebed slaagde in de ogen van de Russen met glans voor zijn internationale examen.

De NAVO heeft achteraf gezien te vroeg gejuicht, zo lijkt het. De man die vorige week in Brussel kwam meedelen dat Rusland “niet hysterisch” op de uitbreiding van de NAVO zal reageren - een milde uitspraak voor iemand die kort daarvoor nog gedreigd had met economische sancties en gewapende confrontaties - is inmiddels gebleken niet de boodschapper van het Kremlin te zijn. Lebeds woorden hebben geen waarde meer in de huidige politieke praktijk, even afgezien van de vraag in welke mate hij daarvan als de spreekbuis kon worden gezien. Het Russische parlement bijvoorbeeld maakte gisteren in een ontmoeting met de Amerikaanse minister Perry onomwonden duidelijk het START-2-verdrag, ter beperking van kernwapens, “nooit” te zullen ratificeren, zo lang er sprake is van een oostelijke uitbreiding van de NAVO.

Daartegenover staat dat Lebeds vertrek indirect de zaak van de uitbreiding van de NAVO wel dient. Rusland heeft gisteren opnieuw bewezen wat betreft de politieke leiding geen berekenbare natie te zijn. Veel Westerse diplomaten vrezen nu en in de toekomst nog meer politieke instabiliteit. Dat versterkt voor de NAVO de argumenten om uit te breiden tot aan de grens van Ruslands invloedsgebied en Rusland daar zelf buiten te houden. Wegens diezelfde instabiliteit onderstrepen Westerse diplomaten binnenskamers ook de noodzaak om nog zeker vijftig jaar kernwapens te houden.

Intussen kijkt het Westen machteloos toe in de schietbioscoop van Moskou waar belangrijke gesprekspartners even snel oprijzen als omvallen: van, pakweg, minister van Buitenlandse Zaken Andrei Kozyrev tot hervormingsarchitect Jegor Gajdar. Lebed mag dan een potentiële president zijn, maar de NAVO heeft zich op de duur van zijn eerste politieke leven verkeken.