Vestigingswet degradeert diploma's

DEN HAAG, 18 OKT. Ondernemers die de rechtsvorm van hun zaak veranderen, moeten er rekening mee houden dat daarmee hun diploma's waardeloos worden. Dat komt door de nieuwe Vestigingswet die op 1 januari van dit jaar is ingegaan. Sinds die datum is een middenstandsdiploma genoeg om een eigen zaak te beginnen, maar zo'n diploma hebben veel hoogopgeleide ondernemers niet.

“Het gaat om het principe, zegt ing. A.F. Maaijen, aannemer in Stolwijk bij Gouda. Hij deed twaalf jaar over een avondstudie HTS-bouwkunde en had 25 jaar een eenmanszaak totdat zijn accountant hem adviseerde de zaak om te zetten in een vennootschap onder firma. De Kamer van Koophandel regelde het binnen een kwartier, maar enkele weken later kreeg Maaijen een brief waarin stond dat zijn vestigingsvergunning was komen te vervallen. Hij werd beschouwd als een startende ondernemer, sinds hij zijn eenmanszaak in een VOF had over laten gaan. En de hoogopgeleide aannemer beschikte niet over de vereiste papieren voor een beginnende zaak: een diploma algemene ondernemersvaardigheden (AOV), vergelijkbaar met het oude middenstandsdiploma. Ook ontbeerde hij een diploma bedrijfstechniek (BT) voor het bouwbedrijf.

De Kamer van Koophandel had Maaijen niets over deze consequentie van zijn bedrijfsverandering verteld. Hij weigert om weer de schoolbanken in te gaan om de gevraagde papieren alsnog te halen. “Daar heb ik me niet twaalf jaar voor in de kosten en het zweet gewerkt.” Maaijen pleit voor een reparatiewet. Begin 1993 ging de Tweede Kamer akkoord met de nieuwe Vestigingswet van oud-minister Andriessen (Economische Zaken) die tot doel had de vestigingseisen aanzienlijk te versimpelen. Daarbij sneuvelde onder meer de ellenlange lijst waarop alle diploma's stonden die voor de vestiging van allerlei verschillende typen bedrijven vereist waren. De nieuwe wet deelt alle branches in in drie categorieën, waarbij zo'n tachtig branches buiten de boot vielen; daarvoor gelden geen vestigingseisen meer.

Voor het 'basisbedrijf' was voortaan alleen een AOV nodig. Om dat diploma te halen moet de ondernemer enige basiskennis hebben van marketing, management, financiële administratie en, het moeilijkste, een elementair bedrijfsplan op kunnen stellen. Iemand met een AOV-diploma kan een zaak beginnen uiteenlopend van een voetverzorgingsbedrijf tot een betonstaalvlechters- of dakbedekkingszaak. De tweede categorie is ondergebracht in vier 'sector-clusters' zoals de bouw en het autobedrijf. Naast de basisvaardigheden moet een ondernemer beschikken over technische kennis en vaardigheden. In de laatste categorie bedrijven, bakkers, slagers en elektrotechnische installateurs, gelden daarbij nog vaktechnische eisen.

De versoepelingen gingen de werkgevers van met name het midden- en kleinbedrijf veel te ver. In hun ogen kan een groenteboer voortaan een bril aanmeten en kan bij de haringkar een hypotheek worden afgesloten. Ze boden felle tegenstand bij de invoering van de wet, die dan ook na een overgangsperiode van drie jaar werd ingevoerd.

Vlak voor de ingangsdatum van 1 januari 1996 trokken de Kamers van Koophandel bij het ministerie van Economische Zaken aan de bel en wees het departement op de waardedaling van bijvoorbeeld HEAO- en HTS-diploma's wanneer een ondernemer van rechtsvorm verandert. Het ministerie maakte er op zijn beurt de KvK's op attent dat voor dergelijke gevallen twee alternatieve mogelijkheden openstaan: het aanvragen van een ontheffing of een bewijsstuk dat het diploma kan vervangen.

“Maar dat bewijs heb ik al”, meent aannemer Maaijen, “want dat is mijn echte diploma.” Een dergelijke vervanging kost hem, schat hij, 650 gulden en een ontheffing 350 gulden. Bij het ministerie begrijpen ze niet helemaal waar de aannemer zich nou zo druk over maakt. Wat is nou 350 gulden voor een bouwbedrijf?

Maar Maaijen heeft er een principezaak van gemaakt en werpt zichzelf als voorbeeld op voor alle ondernemers die de rechtsvorm van hun bedrijf willen veranderen. “Bijna niemand is van deze onzin op de hoogte”, weet Maaijer, die al die tijd zonder vestigingsvergunning zit. Geen probleem overigens, want de economische controledienst heeft in april 1993 met het openbaar ministerie afgesproken dat ze niet langer zullen toezien op naleving van de nieuwe versoepelde Vestigingswet.