Verzekeraar wint van apothekers

AMSTERDAM, 18 OKT. De Zilveren Kruis Groep (ziekenfonds en particuliere ziektekostenverzekeraar) moet de apothekers eerst een onderhandelingsvoorstel doen, voordat de rechter de apothekers kan bevelen weer aan tafel te gaan zitten om tot overeenstemming te komen over een nieuw contract. Dat voorstel moet voor 25 oktober worden gedaan. Pas daarna wil de president van de Amsterdamse rechtbank een definitieve uitspraak doen in het kort geding dat Zilveren Kruis tegen de Amsterdamse apothekers heeft aangespannen.

Dat heeft de Amsterdamse vice-president gisteren bepaald. Een dag daarvoor stelde de president van de Haagse rechtbank in een identiek geding de verzekeraar op alle punten in het gelijk. Belangrijkste kwestie daarbij is dat de apothekers in de Haagse regio hun declaraties nu weer op een diskette aan Zilveren Kruis moeten versturen, de Amsterdamse - voorlopig - niet. Nadat de onderhandelingen over een nieuw contract per 1 juli waren vastgelopen declareren de apothekers 'op papier', hetgeen bij Zilveren Kruis voor veel administratieve rompslomp zorgt en zo een schade zou berokkenen “van enkele miljoenen guldens per jaar”, zo werd voor de Haagse president beweerd.

Aanleiding tot de problemen tussen Zilveren Kruis en apothekers is het feit dat Zilveren Kruis wil beginnen met postorderfarmacie, het aan huis laten bezorgen van medicijnen. Dat geldt vooral medicijnen voor chronische patiënten. De apothekers vrezen dan alleen nog goed te zijn voor spoedeisende leveringen en hele speciale bereidingen. In dat geval lijden zij alleen nog verlies, terwijl Zilveren Kruis “de krenten uit de pap haalt”.

Het enige drukmiddel dat de apothekers zeggen te hebben om Zilveren Kruis tot concessies te krijgen is het aanleveren van declaraties op papier. De Haagse president heeft dat middel “niet redelijk en billijk” geoordeeld en de apothekers gedwongen weer op de diskette over te stappen zonder inhoudelijk op de problemen in te gaan.

De Amsterdamse president vindt dat het Zilveren Kruis eerst een “concreet onderhandelingsvoorstel over de invoering van postorderfarmacie” moet doen. “Om te beoordelen of een bevel om het overleg voort te zetten enig nut heeft, is het noodzakelijk kennis te nemen van dat onderhandelingsvoorstel”, aldus vice-president mr. Tonkens-Gerkema.