Venezolaanse 'guerrillero' aan hand IMF

Venezuela heeft de laagste economische groei en de hoogste inflatie van Latijns Amerika. Terwijl landen als Brazilië en Argentinië hervormingen al in gang hebben gezet moet de Venezolaanse minister Teodoro Petkoff van Economische Planning het door het IMF voorgeschreven herstructureringsbeleid in binnen- en buitenland nog verkopen.

WASSENAAR, 17 OKT. “Gewapende actie is voor ons de manier om revolutionaire of democratische veranderingen te bewerkstelligen. Onze ervaringen in Venezuela leren ons dat geen enkele revolutionaire groepering kan overwinnen zonder een gewapende strijd.” Deze woorden sprak dr. Teodoro Petkoff in de jaren zestig als één van de 'guerrilleros' van de Venezolaanse Communistische Partij (PCV). Er kon volgens de PCV geen middel worden geschuwd om het in 1958 aan de macht gekomen democratisch verkozen bewind omver te werpen.

Petkoff bracht vorige week een bezoek aan Nederland. Niet als 'guerrillero', maar als de minister van Economische Planning. Hij maakt een korte roadshow door Europa om het nieuwe economische beleid van het Zuidamerikaanse land aan buitenlandse investeerders uit te leggen. “Venezuela is al bijna veertig jaar een politiek stabiel land. We hebben de oudste democratie van ons continent”, is nu één van de argumenten die Petkoff gebruikt om aan te geven dat Nederlanders niet hoeven te vrezen voor politieke onzekerheid. Petkoff is nu lid van de Socialistische Beweging (MAS).

Een delegatie Venezolanen en Nederlanders in grijze en blauwe pakken verwelkomt de minister als hij het paleisje van de Venezolaanse ambassadeur in Nederland binnenstapt. Hij houdt niet van pakken en dassen. Petkoff gaat gekleed in een pantalon en een lichtblauw overhemd. Beleefd schudt hij wat handen en trekt zich terug in de achterkamer van de ambassadeurswoning in Wassenaar om zijn verhaal te doen.

In 1993 werd de 80-jarige Rafael Caldera, gesteund door een tiental politieke splintergroeperingen, door het Venezolaanse volk als onafhankelijk kandidaat gekozen tot president van Venezuela. Caldera had halverwege zijn termijn dringend behoefte aan een sterke figuur die drastische hervormingsmaatregelen aan het morrende volk kon verkopen. Hij stelde Petkoff, zoon van Bulgaarse ouders, in maart van dit jaar aan als nieuwe minister van zijn regering. Een ex-guerrillero als troubleshooter.

Door meer dan zestien jaar economisch wanbeleid is het land in een bijna niet te stoppen vrije val beland. Volgens Petkoff heeft Venezuela geleden aan wat hij 'de Nederlandse ziekte' noemt: “Venezuela is een olieland met voorheen een sterke munt. Alles is ingezet op dat ene produkt en daarbij werd vergeten te investeren in andere industrieën. Nederland heeft voorheen aan dezelfde ziekte geleden.”

De crisis in Venezuela bereikte het hoogtepunt in 1994 toen negentien banken failliet gingen. De cijfers van de Wereldbank bevestigen het ziektebeeld van Venezuela. Het land kampt dit jaar met de laagste economische groei en de hoogste inflatie van heel Latijns Amerika.

Venezuela begon in april van dit jaar aan de Agenda Venezuela. Een economisch en sociaal hervormingsprogramma dat na maandenlange discussies de goedkeuring kreeg van het Internationaal Monetaire Fonds (IMF). “Hoe kunnen we een produkt als de olie exploiteren zonder er totaal van afhankelijk te zijn. Dat is de grootste vraag. We zijn de zevende producent van olie in de wereld. We hebben de grootste 'zware-olie' reserves ter wereld. Van nu tot in de eeuwigheid olie. Dat gaat nooit meer op. We hebben altijd in een loterij geleefd, steeds wanneer de olieprijzen omhoog gingen vergaten we onze problemen. Dat moet nu anders. Nu moeten we hervormingen doorvoeren zonder aan olie te denken. Dat zal niet makkelijk zijn, maar het is niet onmogelijk.”

Volgens Petkoff heeft het herstructureringsprogramma meer politieke dan economische importantie. “Na jaren van mislukkingen is het krediet van de politiek bij de bevolking zo goed als verdwenen. We moeten een politiek draagvlak creëren om economische maatregelen te kunnen nemen. De steun van het IMF moet ons daarbij kracht geven”, aldus Petkoff.

Met behulp van een storting van vijfhonderd miljoen gulden van het IMF moeten zes hoofdpunten volgens de Agenda Venezuela worden gerealiseerd. Vrije wisselkoersen; de rente zo vaststellen dat sparen wordt aangemoedigd; privatiseren van staatsbedrijven (behalve de olieindustrie); moderniseren van het belastingstelsel; drastische verhoging van de benzineprijs en het openstellen van de chemie-, de olie- en aluminiumindustrie voor buitenlandse investeerders.

Eén van de door de regering meest gevreesde maatregelen was het verhogen van de benzineprijs. Een liter benzine kostte in het olieproducerende land aan het begin van dit jaar ongeveer tien cent per liter, de laagste prijs ter wereld. Toen de voormalige president Carlos Andrès Pérez in 1989 de benzineprijs met enkele centen verhoogde had dat een opstand tot gevolg die uiteindelijk aan honderden Venezolanen het leven kostte.

Petkoff moest in april van dit jaar aankondigen dat de benzineprijs met duizend procent werd verhoogd. “Zo'n brute verhoging is niet makkelijk door te voeren in een land waar benzine altijd goedkoper is geweest dan water. We hebben het volk op een botte manier uitgelegd dat we in een diepe crisis zitten waar alleen zeer strenge maatregelen effect hebben. Deze toon heeft het volk verbaasd en ervoor gezorgd dat de bevolking het uiteindelijk heeft geaccepteerd. Daarnaast zijn we om de pijn te verzachten met veertien sociale programma's begonnen, zoals het subsidiëren van het openbaar vervoer, het creëren van werkgelegenheid, kortingen op de prijs van medicijnen en het invoeren van voedselprogramma's”, aldus Petkoff.

Volgens de minister moet 'de mens' voorop staan bij het invoeren van het programma. Meer dan tachtig procent van de Venezolanen leeft onder de armoedegrens. Het is de grootste zorg van de socialist Petkoff. De beoogde economische vooruitgang moet volgens hem bijdragen aan verbetering van het leefniveau van alle Venezolanen, maar op sociaal gebied is veel meer nodig.

“Een sociaal drama”, noemt hij de situatie in Venezuela. Het populisme dat hij in het verleden aanhing, behoort niet meer tot zijn gedachtengoed. “Maar”, zegt hij, “ik heb helemaal niets van mijn idealen verloren. Ik ben nu een moderne sociaal-democraat. Het land dat alles aan de vrije markt overlaat is als de jungle. De staat moet gespierd en sterk zijn om haar burgers te beschermen. De strijd tegen de armoede wordt niet gewonnen met alleen een gezonde economie. Een gezonde economie is wel een vereiste, maar daarnaast moet er permanent gewerkt worden aan onderwijs, gezondheidszorg en infrastructuur. De olie-opbrengsten zullen we in de toekomst als economisch instrument gebruiken om dat te bewerkstelligen.”

Venezuela lijkt voorzichtig de eerste vruchten van het economische beleid te kunnen plukken. De inflatie is sinds Petkoff in april met zijn programma begon gedaald van 12,6 in mei naar 3,6 procent in september. “Omdat het in de eerste helft van het jaar heel slecht ging, zullen we in 1996 toch een inflatie van 90 procent bereiken. Maar we hebben de verwachting dat in 1997 de inflatie rond de 30 procent zal liggen. Volgend jaar wordt bovendien een lichte economische groei verwacht.”

Het Venezolaanse volk neemt vooralsnog een afwachtende houding aan. “Dat is logisch”, meent Petkoff, “in een land met zoveel inflatie gaan de mensen niet snel de loftrompet steken. Na jaren van politiek falen wonen in Venezuela 22 miljoen ongelovige Thomassen. Eerst zien dan geloven.”

Die avond wordt Petkoff ontvangen door het Nederlandse bedrijfsleven. In een jasje en met een op Schiphol gekochte das zet hij zijn beleid uitgebreid uiteen. Op enig pessimisme kan hij niet worden betrapt. Op zijn roadshow in het buitenland zal Petkoff voorlopig nog veel investeerders tegen het lijf lopen die al even ongelovig zijn als de Venezolaanse bevolking. De ex-guerrillero gelooft echter heilig in zijn ongewapende strijd.