Schaker Sjirov houdt van doldrieste experimenten

TILBURG, 18 OKT. Aleksei Sjirov sist en puft als een stoommachine. Nadrukkelijk zuigt hij een lange streep lucht naar binnen om dezelfde hoeveelheid met een vergelijkbaar geluid weer uit te blazen. De lijstaanvoerder van het Fontys Schaaktoernooi kan zich moeilijk ontspannen. Hij is zenuwachtig voor de partij en gespannen wanneer hij praat. Zijn gedachten formuleert hij met zijn blik afgewend en het hoofd naar beneden. Zo kan hij zich beter concentreren, legt hij uit op hotelkamer in het centrum van Tilburg.

Rust vindt Sjirov pas aan het bord, waar zijn gevoelens van onzekerheid plaatsmaken voor het verlangen om zetten te doen die alleen hij kan bedenken. Bizarre ingevingen die zijn tegenstander verbluffen, kromme strategieën die de tot Spanjaard genaturaliseerde Let met grote inventiviteit recht probeert te breien. Het schaken van Sjirov is entertainment. Haal Sjirov in huis en de mensen zullen elkaar geamuseerd aanstoten: 'Heb je gezien wat Sjirov heeft gespeeld?'

Sjirovs goede spel in Tilburg lijkt een logisch vervolg op zijn overtuigende debuut als eerste-bordspeler van het Spaanse team op de Olympiade in Jerevan. Sjirov, die samen met zijn Argentijnse vrouw en hun dochtertje in Tarragona bij Barcelona woont, is blij dat hij maar anderhalf jaar nodig had om een Spaans paspoort te krijgen.

“De snelheid waarmee alles werd afgehandeld, overtuigde me ervan dat ik de juiste beslissing had genomen”, zegt Sjirov. “Het geeft je een veel beter gevoel wanneer je in Spanje woont en weet dat je verlost bent van de papierwinkel van visa. Voor de Olympiade had ik ook nog die stille twijfel. Moest ik eigenlijk niet toch nog voor Letland spelen? Dat ben ik nu kwijt. De sfeer in het Spaanse team was zo goed dat ik me geïntegreerd voel. Letland is nu het land waar mijn ouders wonen, waar ik op familiebezoek ga.”

De Elopunten die hij won in Jerevan hebben hem het vertrouwen gegeven dat hij hard op weg is naar een volledig herstel, ook al is zijn spel nog niet zo sterk als twee jaar geleden, toen hij derde stond op de wereldranglijst. Sjirov spreekt met verbazing de suggestie tegen dat het herwinnen van het verloren terrein sterk wordt gecompliceerd door zijn eigenzinnige, vaak doldrieste experimenten. “Ik vind niet dat er zoveel mis is met mijn stijl.”

Dan geeft hij toe dat zijn manier van spelen toch moeilijk normaal genoemd kan worden: “Goed, ik streef meer dan wie dan ook complicaties na. Omdat ik me minder druk maak om de gevolgen. Soms voel ik dat ik een zet moét spelen, terwijl ik helemaal niet weet of het wel zo'n goede zet is. Maar zelfs als ik ineens zie dat die zet helemaal niet goed is, kan ik me niet altijd inhouden.”

Die aandrang is zo natuurlijk dat Sjirov zijn inspiratie uitleeft zonder aanzien des persoons. Tegen Karpov probeerde hij met zwart tegenspel te scheppen met een agressieve opstoot die werkelijk niemand ook maar overwogen had. “Toen ik die zet speelde, meende ik wel dat het idee correct was. Maar tegelijkertijd dacht ik, wat maakt het uit als het niet zo is? Het was gewoon tijd voor iets drastisch. Ik bleek er volkomen naast te zitten en kwam een pion achter zonder compensatie.”

Eenmaal bekomen van de schrik liet Sjirov zien dat een mislukt avontuur nog niet het einde van de partij hoeft te betekenen. “Zelfs toen ik verloren stond, bleef ik rustig. Juist in dat opzicht ben ik tegenwoordig veel stabieler.”

Gevraagd naar een parallel tussen zijn schaakstijl en zijn karakter, bedenkt Sjirov dat hij tegenwoordig ook laconieker in het leven staat. De bevlogen jongeling die vol idealen en overtuigingen in 1990 het uiteenvallen van de Sovjet-Unie aangreep om zich tevergeefs met een Lets team op de Olympiade in Novi Sad te melden, laat zich zo snel niet meer meeslepen. “Ik vind het nu belangrijker om innerlijke rust te vinden. Toevallig zat ik drie weken geleden aan al mijn ambities te denken. Ik besefte dat je al die oude plannen niet kunt blijven najagen. Je moet dezelfde rivier niet twee keer opvaren.”

Dat laatste geldt niet voor zijn ambitie tot de wereldtop te behoren. Sjirov staat nog net in de top tien, maar hij hoopt zich weer tussen de eerste zeven spelers te dringen. Veel verder wil hij niet kijken: “Ik heb ooit de psycholoog Dale Carnegie gelezen. Die vond dat je nooit verder dan een jaar vooruit moet kijken. Iets wat je kon overzien. Ik hoop in ieder geval mijn voorbereiding te verbeteren. Daar ligt de belangrijkste handicap voor mijn tegenstanders. Dat moet geprofessionaliseerd worden. Maar de manier waarop ik naar een zet zoek, mijn manier van spelen, zal altijd wel hetzelfde blijven.”