'Pronk moet geen minister van BZ spelen'

DEN HAAG, 18 OKT. PvdA-minister Pronk (Ontwikkelingssamenwerking) moet afzien van opmerkingen over het buitenlands beleid. Dit zeggen de Tweede Kamerleden Van den Bos (D66) en Hessing (VVD).

In een overleg gistermiddag met D66-minister Van Mierlo (Buitenlandse zaken) zeiden de Tweede Kamerleden dat zij het beu zijn dat Pronk Van Mierlo voor de voeten loopt. Aanleiding hiervoor was Pronks commentaar vorige week op de toekenning van de Nobelprijs voor de vrede aan de Oost-Timorese bisschop Ximenes Belo en de balling Ramos Horta. Pronk noemde die keuze “interessant, verrassend en welverdiend”. Die reactie ging politiek verder dan het commentaar van Van Mierlo, die de Nobelprijswinnaars alleen gelukwenste en zei dat de toekenning van de Nobelprijs de kwestie Oost-Timor “weer op de agenda” had gezet.

Van den Bos zei dat hij zich uitermate aan de gang van zaken had gestoord. “Pronk moet eens ophouden ministertje van Buitenlandse Zaken te spelen.” Ook Hessing verklaarde dat “Jantje Pronk” de laatste minister is die zich over Indonesische kwesties mag uitlaten omdat Ontwikkelingssamenwerking geen enkele relatie met dat land heeft.

Van Mierlo ontkende echter dat hij zich aan de uitlating van minister Pronk had gestoord. “Een persoonlijk optreden is hem gegund, maar het is niet het standpunt van de regering. Ik heb er geen last van en kan dat in het buitenland uitleggen.” Hij maakte wel duidelijk geen inmenging in zijn beleid te dulden. “Van iedereen (binnen het kabinet), en niet alleen van Pronk, is gewenst dat hij zich niet als minister van Buitenlandse Zaken gedraagt.”

Overigens was een Kamermeerderheid van mening dat Van Mierlo te voorzichtig was geweest in zijn reactie. De minister beklemtoonde dat zijn commentaar “weldoordacht” was. Hij koos bewust voor een rustige toonzetting om Jakarta, dat Oost-Timor in 1976 annexeerde, niet onnodig te schofferen.

Van Mierlo kondigde aan volgend jaar als EU-voorzitter sterker de VN-rol te steunen bij de onderhandelingen over de voormalige Portugese kolonie. De minister hield de Kamer voor dat krachtige politieke uitlatingen tegenover een zelfbewust Indonesië - een gevolg van sterke economische groei - contra-produktief kan werken. Hij reageerde verbolgen op Kamerbrede kritiek dat zijn mensenrechtenbeleid, ondanks een nieuwe directie mensenrechten op zijn departement, te weinig uit de verf komt. “Stille diplomatie werkt soms beter dan harde woorden.”