Paus Johannes Paulus II; De omslag van een kerkvorst

Carl Bernstein & Marco Politi: Zijne Heiligheid. Johannes Paulus II en de verborgen geschiedenis van onze tijd. Jan Mets/Van Halewyck. Vert. André Haacke en Ruud van der Helm, 448 blz. ƒ 49,90

Carl Bernstein & Marco Politi: His Holiness. John Paul II and the hidden history of our time. Doubleday, 582 blz. ƒ 61,-

'Heilige Moeder van God!', riep de Poolse partijleider Edward Gierek uit toen hem werd verteld dat zijn landgenoot, kardinaal Karol Wojtyla, tot paus was verkozen. Enkele uren eerder, in de vroege avond van de zestiende oktober 1978, hadden in Sixtijnse Kapel de aanwezige kardinalen hun stem uitgebracht op de aartsbisschop van Kraków. Wojtyla koos de naam Johannes Paulus II. Voor het eerst in de geschiedenis lag het stadhouderschap van Christus op aarde in Poolse handen.

Zijne Heiligheid, geschreven door de Amerikaanse journalist Carl Bernstein en zijn Italiaanse collega Marco Politi, vertelt de fascinerende geschiedenis van Karol Wojtyla en zijn pontificaat. Het is een spannende biografie, wat wijdlopig soms, maar vrij van de hagiografische strekking waaronder eerdere levensbeschrijvingen van Wojtyla lijden. Deze week verschenen zowel de Amerikaanse editie als de Nederlandse vertaling: een monumentaal boek over een monumentale kerkvorst.

De kleine Karol Jozef (Karol naar zijn vader en Jozef naar Jozef Pilsudski, de stichter van de Poolse staat) zag het levenslicht op 18 mei 1920. Hij was het derde kind uit het huwelijk van Karol en Emilia Wojtyla, een keurig, godvruchtig gezin in Wadowice, zo'n 45 kilometer buiten Kraków. De eerste zoon werd arts; de tweede zoon trad toe tot de kerk, precies zoals moeder het zich had voorgesteld. De grote thema's van het leven en het pausdom van Johannes Paulus II zijn terug te voeren tot de geboorte, de kinderjaren en de jeugd van Karol Wojtyla, menen Bernstein en Politi. Ze doelen op diens devotie, discipline, intellect, mystiek, isolement en, vooral, diens passie voor Polen, Polen als de allegorie van Jezus Christus. Welke ervaringen in het bijzonder van betekenis zijn geweest op de opvattingen van de latere paus wordt echter niet duidelijk. De oorlogsjaren waren het waarschijnlijk niet. Wojtyla hield zich over het algemeen verre van het verzet tegen de Duitsers en de vernietiging van zijn joodse landgenoten lijkt zijn pontificaat niet wezenlijk te hebben beïnvloed.

Na de oorlog studeerde Wojtyla enkele jaren in Rome. Hij keerde in 1948 terug naar Polen, doceerde aan de Katholieke Universiteit in Lublin, was enige tijd werkzaam als priester in een plattelandsgemeente, werd in september 1958 gewijd tot bisschop en vijf jaar later tot aartsbisschop van Kraków. Deze laatste benoeming had de nodige voeten in de aarde. De regels bepaalden dat primaat Stefan Wyszynski de communistische autoriteiten in Polen een lijst met drie kandidaten (vooraf goedgekeurd door de paus) voorlegde waaruit zij een keuze zouden maken. Tot tweemaal verwierp Warschau de voorkeuren van de primaat. Wojtyla kwam in geen enkel rijtje voor. De obstinate houding van de partijleiding dwong Wyszynski echter de bisschop van Kraków voor te stellen. Warschau reageerde instemmend. De communisten zochten een kandidaat die zij konden manipuleren, schrijven Bernstein en Politi, en zij meenden dat Wojtyla, terughoudend op politiek gebied en vooral geïnteresseerd in intellectuele en theologische zaken, de juiste man op de juiste plaats was.

De procedure rond de benoeming van Wojtyla tot aartsbisschop (en daarmee tot beoogd primaat van Polen) maakt ten minste drie zaken duidelijk. De partijleiding had tot dan toe weinig reden tot klagen over Wojtyla's politieke standpunten (voorzover hij ze had, bracht hij ze niet naar buiten). De relatie tussen kardinaal Wyszynski en zijn discipel Wojtyla was tamelijk koel (Wyszynski zou later zeer verbaasd reageren op de suggestie Wojtyla tot paus te kiezen). En, de belangrijkste conclusie, de voorkeur van de communistische autoriteiten voor Wojtyla bleek uiteindelijk een misrekening van de eerste orde.

Hoewel Wojtyla, net als andere katholieke hoogwaardheidsbekleders achter het IJzeren Gordijn, het nodige respect afdwong vanwege zijn herderlijke activiteiten in een vijandige, door atheïsten en communisten bestierde omgeving, bleef zijn rol in de Kerk van Rome lange tijd bescheiden. Bernstein en Politi blijven het antwoord schuldig op de vraag of Wojtyla's Poolse afkomst enige rol heeft gespeeld bij diens verkiezing tot paus (een theorie waarvan het Kremlin lange tijd overtuigd is geweest). Hoe het ook zij, eenmaal op Petrus' troon, was er geen twijfel meer mogelijk: hier regeerde een Poolse kerkvorst, recht in de leer, niet gehinderd door enige neiging tot nieuwlichterij en geheel in beslag genomen door een niet aflatende strijd tegen het gevaar uit het oosten, tegen het communisme.

Lange tijd heeft Wojtyla, net als de meeste Oosteuropeanen, het communisme als onaantastbaar, als onoverkomelijk beschouwd. Ergens, op een bepaald moment, is hij echter van gedachten veranderd, menen Bernstein en Politi. Waar en wanneer worden niet duidelijk. Maar wellicht was het in Polen zelf, in juni 1979, toen hij als eerste paus in de geschiedenis voet zette op Poolse bodem. Het werd een zegetocht. Johannes Paulus vermeed de confrontatie zorgvuldig. “Maar ieder woord dat hij uitsprak”, aldus Bernstein en Politi, “markeerde het begin van een grote ommekeer”. Voor even deden de Polen, althans die 95 procent die belijdend katholiek was, alsof ze niet in een communistische staat leefden. De dienaren van de kerk regelden zelfs het verkeer. De communistische autoriteiten keken verbluft toe, machteloos en met het zweet op hun rug.

De paus combineerde een standvastige anti-communistische houding met de nodige taktische flexibiliteit. Hij mengde zich voortdurend in de politieke strijd in Polen. Hij dwong de communistische autoriteiten concessies te doen, in eerste instantie aan de kerk, maar hij deelde hun angsten voor de wrede macht van het Kremlin. Johannes Paulus heeft het communisme in oostelijk Europa niet ontmanteld. Hij heeft echter wel een wezenlijke bijdrage geleverd aan de eerste akte van het schouwspel: aan de vreedzame machtsovergang in Polen. Bernstein en Politi beschrijven een ontmoeting van de Poolse generaal Jaruzelski en de paus in januari 1987. Een 'historische' ontmoeting, zou Jaruzelski later zeggen. Er is reden om aan te nemen, stellen de auteurs, dat de generaal en de paus bij die gelegenheid een nieuwe toekomst voor Polen overeenkwamen, een toekomst op basis van onderhandelingen tussen partij, kerk en oppositie.

In zijn kruistocht tegen het communisme vond Johannes Paulus de regering van Ronald Reagan aan zijn zijde. Zijne Heiligheid vertelt voor het eerst, en gedetailleerd, hoe Washington en het Vaticaan gezamenlijk en over de gehele aarde de strijd tegen het Marxisme aanbonden. Hoewel Bernstein en Politi geen bijzondere onthullingen doen (of het zou de zijdelingse betrokkenheid van de kerk van Rome bij de Iran-Contra-affaire of de materiële steun van het Vaticaan aan de illegale vakbond Solidariteit moeten zijn) is dit toch het meest verrassende deel van het boek. De alliantie was gebaseerd op de nauwe persoonlijke relaties en wederzijdse bewondering van beide hoofdpersonen en op de gedeelde politieke belangen van het Vaticaan en de Verenigde Staten: de strijd tegen het communisme (een 'moreel kwaad') in oostelijk Europa en tegen iedere afwijkende, progressieve interpretatie van de katholieke leer (de 'bevrijdingstheologie') in Latijns-Amerika.

Een belangrijk deel van Zijne Heiligheid is gewijd aan de niet aflatende inspanningen van de paus de orthodoxie (de 'puurheid van de leer') in de Kerk van Rome en het zedelijk peil van zijn geloofsgenoten te bewaren. Johannes Paulus mag niet eng van geest zijn, zoals Bernstein en Politi benadrukken, maar over de autoriteit van de kerk en haar Leider heeft hij nooit enige twijfel laten bestaan. Hij verwierp iedere afwijking van de traditionele doctrine, keerde zich fel tegen elke aanpassing (desnoods om redenen van volksgezondheid) van de seksuele moraal en voerde een onafgebroken en bittere strijd tegen theologische vernieuwing.

Bijzonder zachtzinnig sprong hij hierbij niet om met critici in eigen huis. In het doordrukken van wat de paus zag als de enige en echte leer van de Kerk van Rome liet hij zich weinig gelegen liggen aan beschaafde omgangsvormen. De 'vertrouwelijke bronnen' in het Vaticaan, die Bernstein en Politi hebben geraadpleegd, schetsen een beeld dat herinneringen oproept aan het Kremlin in voorbije tijden - roddel en achterklap, plotse, nachtelijke en geheimzinnige ontmoetingen, misleidende communiqués, intimidatie, zelfs beroepsverboden. De slachtoffers accepteerden hun straf over het algemeen gelaten. Hier krijgt de lezer, voor één enkele keer, een andere kant van Johannes Paulus te zien: een dogmatische, onvriendelijke, een hardvochtige man die niet alleen heilig overtuigd is van zijn eigen gelijk maar ook bijzonder weinig respect weet op te brengen voor de opvattingen van anderen.

Het pontificaat van 'Gods eigen marathonloper', zoals Bernstein en Politi Karol Wojtyla typeren, nadert de finish. De paus lijkt aan het einde van zijn Latijn - fysiek en politiek. Hij is 'eenzamer dan ooit', stellen zijn biografen vast. “Vanaf zijn troon moet hij noodgedwongen toezien hoe in zijn kerk en in de curie de dingen hem beginnen te ontglippen.” Hij slijt zijn laatste jaren in een slechte gezondheid, verwikkeld in een wanhopig achterhoedegevecht tegen de uitwassen van de moderne samenleving: tegen consumptiedrift, hedonisme en materialisme, tegen abortus, tegen de teloorgang van de kerkelijke leer en van de onfeilbaarheid van haar leider. “In de wereld van de zwarte jurken en de paarse baretten komt er een dag dat de monseigneurs op een merkwaardig toontje over hem gaan praten”, schrijven Bernstein en Politi. “Het is een nauwelijks waarneembare manier om afstand te nemen van Zijne Heiligheid”.

Die dag lijkt nabij. Romeinen, gewend aan pausen in hun midden, blijven er gewoonlijk nuchter onder. Morto un papa, se ne fa un altro, zeggen ze, als een paus sterft, maken ze een nieuwe. Ongetwijfeld. Maar de opvolger van Wojtyla zal er grote moeite mee hebben onder de schaduw van zijn voorganger vandaan te komen. De ene paus is de andere niet.